Archief | Nieuw-Zeeland RSS feed van deze category
11. apr, 2012

Vaarwel kiwi’s – dag 64

Vaarwel kiwi’s – dag 64

‘Auw, kak!’ riep Arjan uit, toen hij zijn voeten verbrandde op het strand. Niet aan warm zand maar het kokende water van Hot Water Beach. Dit strand staat bomvol met ijverige toeristen met schepjes, op zoek naar warmwaterbronnen. Drie kwartier later werden alle bunkers met warm water weggevaagd door de opkomende vloed. Tijd om op te staan uit ons warmwaterbadje, genoeg geprofiteerd van onze snelscheppende medemens. Aan het einde van de middag, rond 5 uur, kwamen we aan in Owera. Aangezien we normaal gesproken ‘s avonds arriveren, stonden we opeens voor het dilemma: wat gaan we nu doen? Twee minuten later liepen we de Foursquare, een grote supermarktketen in Nieuw-Zeeland, uit als trotse bezitters van een wit-met-oranje frisbee. Het was liefde op het eerste gezicht; met deze Hollandse rakker gaan we absoluut goede vriendjes worden!

De volgende dag begon goed. Na ons standaard ontbijt van zes bammetjes met jam, chocholadepasta en, als echte Barnevelders, een zachtgebakken ei met kapotte dooier verorberd te hebben, kwamen er twee omaatjes bij ons aan tafel zitten. Eén kiwi, die als oppasser werkte, en één Duitse, die ‘as a backpacker’ nog een hele hoop meemaakte op haar oude dag. Na een maf gesprek met deze backpackoma zijn we de auto ingestapt voor een intensieve dag: het bezoeken van willekeurige stranden van Bay of Islands om daar vervolgens de ogen te sluiten en slechts te genieten. Om onze dag nóg nuttiger te besteden, hebben we de English-car-talk geïntroduceerd, een bezigheid waarbij twee Nederlandse jongeren in het Engels tegen elkaar gaan praten; zittende in een auto. In het begin een vreemd gevoel, maar ook zo leer je weer een hoop extra zinloze woorden!

De volgende ochtend werden we vroeg wakker in ons hostel in Paihia. Toen we de gordijnen opengooiden en we een strakblauwe lucht zagen, stond Arjan’s besluit vast: vandaag Skydiven! Een ervaring die Arjan jullie beter kan toelichten dan ik.

“Daar loop je dan, onder de ‘no refund behind this point’ poort door. Weinig zenuwen, maar die komen nog wel, dacht ik. Mijn naam op het bord: om 11.05 stijgt mijn vliegtuig op. Vlak voor vertrek word ik door een instructeur in een zwart-paars pakkie gehezen. Mijn persoonlijke instructeur, die net de vorige skydiver veilig terug op aarde heeft gezet, komt aanrennen, pakt een parachute en stapt vervolgens met mij het vliegtuig in. Ongeveer halverwege haalt één van de instructeurs nog een leuk grapje uit met één van de twee Zweedse meisjes, die ook in het vliegtuig zitten: ‘press the power button, it will turn off power’. Het meisje drukt op de sticker in het vliegtuig en precies op dat moment laat de piloot even het gas los. Zo valt het vliegtuig binnen een seconde meters naar beneden, best vet. Op 16500 feet, ruim 5 kilometer, hoogte, gaat het raampje open. Ik word vriendelijk doch dringend verzocht op de rand te gaan zitten, mijn voeten onder het vliegtuig te plaatsen en mijn armen te kruisen. Even later schiet het vliegtuig onder mij weg en begint de freefall, 70 seconden lang met ruim 200 km/u richting aardbodem: gruwelijk. Nadat we door één van de weinige wolken waren gevallen, hoorde ik een klap en ging de parachute open. Vijf minuten zweven bracht me weer op de skydivebasis. Ondanks dat ik het minder spannend vond dan verwacht, was het toch een onvergetelijke ervaring!”

Na Arjan’s avontuur, een half uurtje frisbeeën en met de lunch in onze magen gingen we op weg naar het noordelijkste puntje van Nieuw-Zeeland: Cape Reinga. Op dit punt komen twee zeeën bijeen die, door hun tegengestelde stromingen, tegen elkaar opklappen. Net op tijd kwamen we, met zonsondergang, aanrennen. Opnieuw een prachtig uitzicht, maar aangezien de zeeën erg rustig waren, besloten we ook de zonsopgang te bekijken. Op een camping, twintig kilometer verderop, hebben we geprobeerd in onze auto te slapen (geen aanrader!). Gelukkig stond de wekker om 5 uur en een uurtje later stonden we, enkele meters vanaf een romantisch stelletje de zonsopgang te bewonderen! Die dag zijn we weer helemaal naar beneden gereisd tot Auckland, een stad met 1 miljoen mensen (één vierde van heel Nieuw-Zeeland). Onderweg hebben we nog een immens grote boom (Tane Mahuta) bekeken in Waipoua Forest en de vier gezusters (Four Sisters) hebben we ook nog een bezoekje gebracht.

Gisteren konden we eindelijk weer eens uitslapen. Rond een uurtje of elf stonden we in de dierentuin: Auckland Zoo. Als vanouds een leuk dagje leeuwen, apen, zebra’s en vissen! Zelfs ons grote doel om nu toch eindelijk eens een kiwi te zien was behaald! Voor degene die het nog niet wisten, de Engelse Nieuw-Zeelanders zijn niet vernoemd naar de kiwi-vrucht, maar naar de zeer mensschuwe kiwi-vogel. ‘s Avonds hebben we een fikse stapel zelfgebakken pannenkoeken naar binnen gewerkt om vervolgens ons trouwe scheurmonster uit te mesten.

Na een dikke twee maanden reizen zijn we slechts twee paar oortjes, één paar slippers, één witte sok, één sneldrogende handdoek, een paar hangsloten, onze net gekochte frisbee, een half pak ham, één potje zout, twee snijplanken paprika en ui, ik mijn schroom en beiden ons fatsoen kwijtgeraakt. Vandaag vliegen we alweer naar Australië, wat gaat de tijd toch snel!

PS. Internet is wederom schaars, dus het online plaatsen van dit bericht heeft wat vetraging opgelopen. Excuses!

06. apr, 2012

Verrotte eieren – dag 59

Verrotte eieren – dag 59

De inmiddels bekende wekkermelodieën begonnen maandagochtend net wat eerder te spelen dan normaal, aangezien Tongariro Crossing shuttlebusmeneer al om kwart voor 7 voor ons hostel zou staan. Toen Rob, gekleed in tweedelig trainingspak en ik, gekleed in trainingsbroek, gedegradeerd uitgaans t-shirt en vest, aankwamen bij de bus, werd ons dringend verzocht een raincoat mee te nemen in verband met de voorspelde regen. Een raincoat, dat is toch dat ding dat ik voor het formele heb meegenomen, maar waarbij ik alleen al moe word van de gedachte om ‘m aan te moeten trekken? Een busritje van drie kwartier en twee warmloopuurtjes bracht ons bij het begin van de Mount Ngaururoe, ook wel de Mount Doom uit de Lord of the Rings trilogie. Op handen en voeten kropen we omhoog door het mulle zand en de stenen. Na wat gechill in de krater van de inmiddels niet meer actieve volkaan, was het tijd om onze weg naar beneden in te zetten. Terug lopen bleek echter een vrij lompe en voornamelijk tijdrovende bezigheid. Toen we aan de linkerkant voorbij werden gestreefd door een snowboarder zonder snowboard, was een nieuwe methode om te dalen geboren: al springend en slidend waren we binnen een kwartier beneden.

In het volgende dal kwam een bekende geur onze adembuizen in waaien: verrotte eieren. Altijd goed, want dit betekent dat we richting vulkanisch water lopen. Een ogenblik later kwamen we aan bij een blauw, groen, maar toch ook oranje meertje. Om te begrijpen hoe dit ontstaat, moet je van witte lange jassen houden en minstens twee jaar in een scheikundig lab opgesloten hebben gezeten. Voor ons dus gewoon een vulkanisch meer en een goede reden om de fotoknop in te drukken. Tijdens de wandeling is ons wel opgevallen dat wij niet in het hokje ‘wandelaars’ passen. De meeste wandelaars doen een dagwandeling als deze namelijk voor het wandelen, want bij het zien van rood-oranje bergen, een kleurrijk vulkanisch meer of een uitzicht over de gehele vallei, lopen zij door alsof ze door het Nairacmuseum banjeren. De bus van 5 uur, een rijstmaaltijd met ijs toe en The Gladiator brachten deze dag ten einde.

Taupo, de bestemming van de volgende dag, is geweldig met goed weer. Met wat minder weer bleken de bibliotheek en de Pak ‘n Save, de Aldi mét goede merken, echter de hoogtepunten. Een rustig regeldagje dus en tevens een goede mogelijkheid om wat extra slaap te pakken. De volgende ochtend was het tijd om via de Huka Falls, gelegen in de grootste rivier van Nieuw-Zeeland, en de Waimungu Volcanic Valley naar Rotorua door te reizen. Dit plaatsje heeft wel wat aansluiting met Barneveld: wij staan bekend om de kippen, zij staan bekend om de geur van hetgeen kippen uitpoepen. Jullie raden het al: deze hele stad stinkt naar verrotte eieren en geloof me: dit trekt jaarlijks meer toeristen dan dat ons dorpje in zijn volledige geschiedenis heeft gehad. Na het bekijken van een natuurlijk kokende modderpoel zijn we een vulkanisch meertje ingedoken, waar geen Thaise vrouwtjes, maar de waterval een rugmassage verzorgde. Heel goed!

Gisteren zijn we doorgereden naar Matamata, waar Rob een bezoek heeft gebracht aan Hobbitton, het dorp van de Hobbits in The Lord of the Rings. Voor velen van ons een goede film, maar er zijn blijkbaar mensen die behoorlijk kunnen doordrijven. Zo komen er geregeld toeristen, volledig verkleed als elf, ork of hobbit naar Hobbitton toe. Eén van deze toeristen was met zijn twee meter tien een erg ongeloofwaardige hobbit. Er was zelfs één toerist, verkleed als elf, die alle elvenliedjes kende en de (door de schrijver van The Lord of the Rings verzonnen) elventaal schrijft en spreekt. Heeeul apart.

Aan het einde van de middag zijn we doorgereden naar Whitianga en na het zien van Buffalo Soldiers en The Da Vinci Code zijn we de manden ingedoken. Vandaag staan Hot Water Beach en Cathedral Cove op het programma!

02. apr, 2012

Wifi met cake – dag 55

Wifi met cake – dag 55

Aangezien we relatief kort in Nieuw-Zeeland verblijven en we zoveel mogelijk van dit land willen zien, zitten we geregeld een hele dag in de auto. Urenlang filosoferen over de belangrijke zaken in het leven (ook wel ouwehoeren) wisselen we af met pauzeren op willekeurige mooie punten langs de weg. Tijdens onze rit vanaf Kaikoura zagen wij plots enkele zeehonden langs de kust voor ons poseren. Een handrembochtje later liepen we langs een watervalriviertje, waar twee dozijn van die dolblije knapen koprollen aan het maken waren. De Chinees in mij kwam naar boven en met 32 nieuwe foto’s sprongen we weer in de auto. Dezelfde middag en avond hebben we nog wat hotspots bekeken in het bovenste puntje van het zuidereiland: Pupu Springs, Farewell Spit, Cape Farewell en Wharariki Beach. Om 21:15 stonden de pannen op het vuur en even later werd een heerlijk broodje worst met aangebrande aardappelschijfjes geserveerd.

Bij deze een officiële oproep aan alle chefkoks onder jullie: wie weet hoe aardappeltjes gebakken moeten worden? Hoog vuur? Laag vuur? Elk schijfje los omdraaien? Handleidingen zijn welkom!

De volgende ochtend zijn we vroeg uit de veren gegaan om het National Park van onze oude Nederlandse vriend, Abel Tasman, te bezichtigen. De wandelroute door de bergen gaf ons een uitzicht op Golden Bay, een prachtig goud-geel strand. Na een werkdagje van 9:00 tot 18:00 zat de wandeling er alweer op en gingen we op weg naar ons volgende hostel in Nelson, waar een verassing op ons wachtte: gratis wifi én kokoscake! De fatsoensnormen die ons in Nederland waren bijgebracht, zijn inmiddels allang verdwenen. E-mail, Facebook, WhatsApp en zeven stukken cake zorgden ervoor dat we om 4 uur ‘s nachts eindelijk besloten naar bed te gaan.

Vrijdag hebben we onze auto op de ferry geparkeerd en zo kwamen we op het noordereiland. We kwamen aan in Wellington, de hoofdstad van Nieuw-Zeeland, waar we eindelijk weer eens zijn wezen stappen! Een geweldig uitgaansleven, wat we in dit land nog niet eerder zijn tegengekomen, was voor ons genoeg reden om ook zaterdagavond de stad in te gaan. Een biertje van acht dollar in één van de clubs deed ons de tweede avond wel besluiten het indrinken wat serieuzer aan te pakken. Om de Nieuw-Zeelandse cultuur helemaal tot ons te nemen, zijn we naar een museum en een rugbywedstrijd geweest! Ondanks onze geringe kennis van rugby kregen we dankzij het schreeuwende publiek bijna een idee wanneer er een goede actie werd gemaakt!

Gisteren hebben we tijdens onze rit naar Tongariro National Park verschillende Lord of the Rings spots bekeken (o.a. Rivendel) en vandaag gaan we de Mount Doom beklimmen! Inmiddels zijn we Nederland bijna helemaal vergeten, want nu de Venco schoolkrijt op is, moeten we het volledig hebben van de Wilhelmina pepermunt. Misschien moeten we binnenkort toch maar Hollandse bruine bonen of Fries roggebrood uit het Europese schap trekken!

28. mrt, 2012

Langnekschapen – dag 50

Langnekschapen – dag 50

Als we thuis zijn, is het geen pretje om er op zondagochtend om 8 uur uit te moeten. Het voordeel hier is dat we ons over het algemeen pas ‘s middags realiseren welke dag het is. Onze dormmatties waren blijkbaar wel op de hoogte van de zondag, want toen we om 10 uur de dorm inliepen, werden zij met een hoop gekreun wakker van hun wekker. Goeiemoggol! Voor ons was het tijd om de Mount Isabel op te buffelen. Eenmaal op de top aangekomen, werden we door de wind bijna terug naar de parkeerplaats geblazen, maar terug lopen leek ons een beter plan. De rest van de middag hebben we met onze lichamen in naar ei stinkende vulkanische baden gelegen. Goed voor de huid, zeggen ze. Om dit een beetje te compenseren, besloten we de avond te vullen met het nuttigen van ijs. Hokey pokey en weg was vier liter bakijs! Het ijs in onze maag, de bak in onze auto; een nieuwe etensrestenopslagplaats was geboren.

Na een ochtend (en halve middag) bibliotheek zijn we maandag de auto ingestapt; on our way to Kaikoura. Dankzij die autorit kunnen we nu een nieuw dierenfeitje met jullie delen: er zijn schapen, die op giraffen vallen en die liefde kan in sommige gevallen wederzijds zijn. Wanneer dit het geval is, ontstaan langnekschapen. Deze beesten kijken graag wijs van zich af en daarnaast werken ze vrij onbeschoft gras naar binnen. Ja, zo blijkt dit blog ook nog van educatieve waarde te zijn.

De volgende ochtend heb ik contact opgenomen met de Dolphin Encounter, op de hoop dat er nog plek vrij was op één van de dolphinswim cruises. Een half uurtje later werd ik in een wetsuit gehezen en kreeg ik een paar hippe flippers en een snorkel in mijn handen gedrukt. De buzzer op de boot was het startschot om het water in te gaan, tussen zo’n 400 dusky dolfijnen. Vooraf werd verteld dat er drie manieren zijn om de aandacht van dolfijnen te trekken: duiken, rondjes zwemmen of zingen. Ondanks dat ik me onmogelijk kon voorstellen dat iemand blij wordt van mijn gezang, bleken dolfijnen wel geïnteresseerd. Daar zwem je dan met tien dolfijnen, allemaal binnen handbereik: een unieke ervaring.

Aangezien het de hele dag fantastisch weer was, hebben we ‘s middags het gras opgezocht en aan een bruin kleurtje gewerkt. Al dat werken maakt het leven er niet gemakkelijker op, maar we overleven het wel. Vlak voordat het ging schemeren, zijn we een stukje over een bergpad langs de kust gelopen. Ongeveer 50 meter door het gras naar beneden glijden op handen en voeten bracht ons bij de kust, waar we op een paar meter afstand van een kolonie zeehonden stonden: een fotootje waard! Na een bord voer en wat geouwehoer in de kroeg van het hostel was het tijd om onder de wol te duiken.

Vandaag de lange weg van Kaikoura naar Golden Bay voor de boeg! Nog twee dagen en dan nemen we afscheid van het zuiderlijk eiland: de tijd vliegt.

25. mrt, 2012

Homemade pizza – dag 47

Homemade pizza – dag 47

Aan The West Coast liggen twee beroemde gletsers: de Fox Glacier en de Franz Josef Glacier. De eerstgenoemde hadden we al per tour bekeken, maar om ons beeld compleet te krijgen, hebben we de Franz Josef ook een bezoekje gebracht. Goed dat er informatieborden staan, want de Fox Glacier lijkt, voor leken als wij, identiek. Een klein bochtje onderaan de gletsjer maakt het verschil. Het slechte weer die dag was een reden om snel door te reizen naar Hokitika!

Aangekomen in het hostel kwamen we erachter dat goedkoop reizen altijd een stapje verder kan. Een naamloze jongen was een grote pot spaghetti en acht braadworstjes, gebraden in de olie uit een blikje tonijn, aan het klaarmaken. De zwart aangebakken worstjes (“I like them burned”, aldus mr. Naamloos) en spaghetti werden vervolgens over acht bakjes verdeeld voor de komende week. Porties waarmee wij net onze holle kies kunnen vullen, waren voor deze strijder meer dan voldoende. Eén keer in de week zit hij in een hostel om te koken en te douchen en de rest van de tijd overnacht hij illigaal in een tentje ergens in de natuur. Om de kosten te drukken, gaat hij ook volledig liftend door het land: wat een econoom! ‘s Avonds hebben we een dvd’tje uit de kast gepakt: de topper Forest Gump was aan de beurt. Met tranen in de ogen van zowel euforie als oprechte emotie hebben we ons bed opgezocht.

Hokitika staat bekend om zijn jade, een heldere groene (maar ook zwarte en witte) steen die als juweel wordt gedragen. Toen we de volgende ochtend tien verschillende shops bezocht hadden, stapte Arjan als trotse eigenaar van een witte jade-ketting naar buiten. ‘Strength en determination’ straalt die vent nu uit; ik moet het nog meemaken. Toen we ons scheurmonster weer ingestapt waren om richting Punakaiki te rollen, zagen we onze braadworstenbakker langs de weg duimen. Twintig kilometer verder hebben we onze eerste lifter overboord gezet.

Eenmaal bij ons hostel aangekomen, zijn we met onze luie pens op het strand gaan liggen. De beruchte sandflies waren hier in overvloed aanwezig: vijf op één voet was geen uitzondering, maar toen er één grote doerak op mijn e-reader begon te hoppen en het voor elkaar kreeg om de pagina’s om te slaan, liep de spreekwoordelijke emmer over. Welgeteld 27 bulten op, alleen al, mijn linkervoet en vijf omgeslagen pagina’s gaat de geschiedenisboeken in als de Slag op Rob, 23 maart 2012. Gevolgd op deze gebeurtenis hebben we de Pancake Rocks bezocht. Deze rotsen, die op stapels pannenkoeken lijken, zijn ontstaan door erosie en andere natuurwonderen. Begrijpelijk voor velen, maar voor iemand met gemiddeld een vijf voor aardrijkskunde, zoals ik, één groot raadsel. De honger die de Pancake Rocks veroorzaakt had, moest helaas gestild worden door noodles, aangezien Punakaiki geen supermarkten kent. Na het eten heb ik weer eens lekker gefaald met Presidents and Assholes tegen Arjan en onze twee Nederlandse dormvriendinnetjes om vervolgens goedenacht te zeggen.

De volgende ochtend werd ik wakker van een ontembare drang om mijn urine te lozen. Op de terugweg bleek de deur van de dorm in het slot te zijn gevallen. Aangezien ik het niet over mijn hart kon verkrijgen om iedereen wakker te schreeuwen, heb ik van 7:10 tot 7:50 van een warme douche genoten, de handzeep gebruikt als shampoo en de kleine handdoek kletsnat achtergelaten. Met de handjes gevouwen, hopend binnen te komen, deed een Duitse engel de deur voor mij open. Pfiew! Dezelfde ochtend hebben we één Nederlandse afgezet bij de Pancake Rocks en de andere, mevrouw Kip, in een stadje een tiental kilometer verderop; taxiservice Van den Top-Lokhorst draait op volle toeren.

Op dit moment zitten we in het beste hostel van heel Nieuw-Zeeland. Niet alleen de thee, koffie, melk, appels en bananen zijn gratis; er is zelfs gratis bakijs beschikbaar. Vanille, chocolade, aardbeien en hokey pokey ijsbakken van vier liter stonden op ons te wachten. Een anderhalve bakplaat zelfgemaakte Pizza Funghi en Pizza Hawaii hebben we afgesloten met warme appelcrumble, geserveerd in combinatie met een variatie van verschillende ijssoorten.

Na vanochtend ontbeten te hebben met een stuk overgebleven pizza, hebben we vandaag een vijf uur durende wandeltocht, ook wel trekking, voor de boeg. Hierop volgend gaan we lekker uitrusten in een vulkanische hotspring, waar dit plaatsje bekend om staat. De groeten uit Nieuw-Zeeland.

22. mrt, 2012

Haast – dag 44

Haast – dag 44

Bekeuringen krijgen is niet zo moeilijk, maar ze betalen is een stuk lastiger. Rob had zondag al geprobeerd om zijn snelheidsboete te betalen, maar de bank, die dergelijke boetes int, was dicht. Als trotse bezitters van twee boetes liepen we maandagochtend vol zelfvertrouwen dezelfde bank in. De parkeerboete was echter afgegeven door een andere instantie, dus moest deze iets verderop betaald worden. Gelukkig werd dit snel geregeld en konden we ons concentreren op een echte activiteit: het eten van een Fergburger, een enorme hamburger en een ‘must eat’ voor toeristen in Queenstown. Met een aiolismaak in de mond en een half Nieuw-Zeelands rund in de maag gingen we ‘s avonds stappen. Maandagavond bleek niet dé partynight in Queenstown, maar het bier smaakte prima na zeven dagen afwezigheid.

Een korte nacht in combinatie met gratis internettoegang zorgden voor een verlaat vertrek vanuit Queenstown. Rond het middaguur kwamen we aan in Arrowtown, een cowboydorp met ouderwetse gevels en rode telefooncellen. Vervolgens wilden we doorrijden naar Wanaka, maar op verzoek van Rob zijn we even gestopt bij de Karawau bungy. Het daarop volgende uur kan Rob vast beter beschrijven dan ik.

“Daar sta je dan, op een brug met een touw aan je benen en 43 meter boven het water. Hier kijk ik al jaren naar uit. Trillende beentjes en twijfel had ik mij ingebeeld, maar nu lijkt het opeens allemaal niet meer zo spannend. Na wat gebabbel met de instructeurs en toegejuigd worden door een peloton Chinezen, kwam de ‘three, two, one… Jump!’ Een elegante duik later bungelde ik een half minuutje op en neer en werd ik in een bootje gedropt. Een super leuke ervaring, maar helaas nul adrenaline. Een dubbel gevoel, want het opbellen naar een hostel voor een reservering vind ik nog steeds spannender. Wellicht de volgende keer in Zuid-Afrika, waar de hoogste bungy in de wereld zou moeten zijn.”

Een bergachtig ritje bracht ons even later in Wanaka, waar we met onze bakkes in de zon aan het meer zijn gaan liggen. De enige verplichting van de dag was dat we voor 8 uur in Haast waren. In eerste instantie hadden we haast geen haast en waren we amper gehaast, maar even later was haastige spoed, oftewel flinke haast, benodigd en hebben we ons naar Haast gehaast. Iets te laat kwamen we aan, maar de receptiemeneer was nog aanwezig en even later hadden we een dorm, die we met één Engelse wielrenner moesten delen. Deze gozer fietste voor het goede doel in twee weken vanuit het meest zuiderlijke naar het meest noordelijke punt van Nieuw-Zeeland. Na een spannende pot zeeslag, waarin de vloot van Rob als eerste volledig was gekapseisd, gingen we richting horizontale uitrustplaats.

Gisteren stond de beklimming van de Fox Glacier op het programma. Samen met twee guides, een aantal normale lui en een sip Chinees stelletje gingen we op pad. We hadden wel eens eerder opgemerkt dat Chinezen bij elke scheet een foto schieten, maar deze man en vrouw konden we al snel in het hokje ‘extreme Chinezen’ stoppen. Een uurtje en 300 foto’s verder kwamen we aan bij een gat in het ijs, waar onze satésnoeperts graag samen mee op de foto wilden. Drie keer raden wie de eer kreeg om de foto te nemen. Ik had me al bedacht dat het slim was om een paar foto’s te maken, want anders kreeg ik gegarandeerd ‘another one’ te horen. Vier moest genoeg zijn, dacht ik, maar de kroepoekfrituurders bleven gewoon staan. Het sarcasme in mijn ‘another six?’ kwam blijkbaar niet bepaald over, want een volmondig ‘yes’ had niemand verwacht. Zes keer op vol tempo het fotoknopje indrukken, bracht het totale aantal (nagenoeg dezelfde) foto’s op tien. Graag gedaan!

De gletsjer zelf was behoorlijk gaaf om te zien. Eén grote ijsmassa, die als gevolg van weersinvloeden dagelijks meters kan opschuiven. De toelichting van de guides maakte alles nog net wat levendiger. Als gletsjerguide maak je blijkbaar ook genoeg mee. Tryggvi, één van onze guides, vertelde dat hij meer dan eens armen en benen had gevonden van soldaten uit de Tweede Wereldoorlog. Daarnaast had hij een keer een camera gevonden, waarmee de laatste foto zes jaar daarvoor was geschoten. Op basis van een foto van het paspoort van de eigenaar, die er toevallig op stond, had hij de camera teruggestuurd. We hebben de actieve dag afgesloten met een bord penne, een wandeling langs Lake Matheson en een uurtje bubbelen in het bubbelbad. Goedenacht!

19. mrt, 2012

Ons boetepotje – dag 41

Ons boetepotje – dag 41

Met een eigen autootje door Nieuw-Zeeland rijden is heerlijk. We hebben de vrijheid om te gaan en te staan waar we willen en kunnen zelf bepalen wanneer we ergens heen gaan en hoe lang: ideaal dus! Maar elk voordeel heb z’n nadeel, volgens onze voetbalbaas. Vrijdagochtend stapten we de auto in om naar Milford Sound te gaan. Na een minuutje rijden, moest ik remmen voor een auto voor ons. De 80-weg bleek een brede 50-weg te zijn. Helaas kwam deze redding te laat, want inmiddels had de politieagente mij op 68 km/u geklokt. Dat was zwaaien naar mijn 120 dollar. Zoals Arjan altijd zegt: “ervaringen zijn belangrijker dan geld”. Wederom een puike investering!

Na ons voorafje, de twee uur durende wandeltocht Key Summit, was het eindelijk tijd voor Milford Sound. Toen de boot vol met Chinezen was gelost, mochten de niet-spleetogen de boot betreden. De twee uur die hierop volgden, waren onbeschrijfelijk (vandaar wat meer foto’s), met als hoogtepunt een regenboog onderaan een waterval!

Terug in de keuken aangekomen, lag de overgebleven helft van het culinaire hoogstandje van de vorige avond in de koelkast op ons te wachten. De heerlijke kip met rijst was echter getransformeerd in een smakeloze kleffe klomp. Gelukkig was smaakmaker Heinz tomatenketchup ook aanwezig. Aangezien we al onze boxershorts in alle vier de posities hadden gedragen, was het hoog tijd om een was te draaien. Na een pot schaken ben ik naar bed gegaan en is Arjan zijn mand ingedoken.

De volgende ochtend hebben we weer gezellig wifi afgetapt in de bieb. Met twee keer in Nieuw-Zeeland, heb ik mijn totaal aan bibliotheekbezoeken al bijna verdubbeld. Na een sober, doch lekker ontbijt aan Lake Te Anau zijn we richting Queenstown vertrokken. Als chefkoks zijn we direct weer de keuken ingerend om dit keer wraps met kaas, kip, champignons, ui en (omdat we Nederland toch wel een beetje missen) oranje paprika te bereiden.

Een uurtje voordat we wilden gaan stappen, begon een Nederlands sprekende, maar voornamelijk stomdronken Israëliet tegen ons te lallen. Deze 23-jarige strijder heeft drie jaar in het leger gediend, houdt zielsveel van Nederland, is Joods, maar heeft Nederlandse opwekkingsliederen voor ons gezongen en heeft verschillende afleveringen van Nederland Zingt op zijn iPhone staan. Even later zijn we met zijn tweeën richting het centrum gegaan en hebben we een nuchter avondje Saint Patrick gevierd, wie die vent ook wezen mag.

Toen we de volgende ochtend bij de auto aankwamen, was er een verassing voor ons achtergelaten. Op een klein papiertje onder de ruitenwisser stond dat we 60 dollar mochten betalen voor het parkeren langs een gele onderbroken streep. Gedeeld door twee valt dat nog wel mee. Snel de auto op een andere plek langs de straat geparkeerd en de hardloopschoenen aangetrokken, om vervolgens de Ben Lomond te beklimmen. Teruggekomen bij de auto troffen we opnieuw een papiertje aan; dit keer goed nieuws van een ‘friendly local person’. Onze auto stond in de verkeerde richting geparkeerd, dus het advies was om hem zo snel mogelijk om te keren en daarmee nóg een bekeuring te voorkomen. Hopelijk is het hier wel toegestaan om een onmogelijk te ontwijken vogel aan te rijden, als bijrijder een broodje knakworst klaar te maken of vogelpoep met de ruitenwisser op standje twee weg te vegen, anders moeten we een apart boetepotje gaan introduceren.

Vandaag een rustig dagje: de bekeuringen betalen, een Fergburger eten en een avondje stappen om het Queenstown-avontuur af te sluiten.

16. mrt, 2012

Blik wilde zeeleeuwen – dag 38

Blik wilde zeeleeuwen – dag 38

Vlak voordat we woensdag het hostel wilden verlaten, kwam de Chinese onderbuurvrouw van Rob c.q. bamibakster in midlifecrisis nog even klagen: ze had slecht geslapen, omdat Rob zoveel draait in zijn slaap. En Rob maar klagen over actieve Filipijnen en snurkende Israëlieten, terwijl hij zichzelf zonder pardon omdraait in bed. De wereld op z’n kop.

Nadat wij onze rol als Chinese klaagmuur met succes hadden ingevuld, was het tijd om op pad te gaan. Een wandeling van een kwartier bracht ons bij Surat Bay, waar een blik wilde zeeleeuwen was losgetrokken. Deze beesten vulden de ochtend met zand over zichzelf heengooien en elkaar in de nek proberen te bijten. Voor ons een goede reden om van een paar meter afstand foto’s en filmpjes te maken. Vervolgens zijn we doorgereden naar Jack’s Blowhole. Dit is een kloof van 55 meter diep, ontstaan door ingestorte rotsen. Erg indrukwekkend, evenals de Parakaunui Falls, waar we een uurtje later aankwamen. De laatste hotspot was de Cathedral Caves, waar we alleen nog even het entreegeld voor moesten pinnen. Dit bleek echter een onmogelijke opgave. Zonder geld, maar met wat sterk geouwehoer en onze sippe ‘wij-zijn-arme-backpackers blik’, kwamen we toch binnen. Blijkbaar werkt deze tactiek dus ook buiten Thailand en Maleisië!

Ondanks de drukke dag, wilden we de avond graag inluiden met een culinair hoogstandje. Helaas was er nog niemand op het idee gekomen om een supermarkt te starten binnen een straal van 50 kilometer rondom ons hostel, dus waren we aangewezen op het noodrantsoen: noodles met rundersmaak in een bedje van komkommer. Een uurtje later zaten we aan tafel met twee andere Nederlanders (Stefan en Ciciel), die bij hetzelfde hostel waren gestrand. Een potje Uno was het plan, maar het werd een avond en nacht gezellig ouwehoeren.

De volgende ochtend ging rustig van start met een warme douche voor Rob, een warme eerste doucheminuut voor mij en een gebakken ei. Aangezien onze nieuwe Nederlandse vrienden ook de andere kant op reizen, hebben we na het eten gedag gezegd. Al rijdend en glijdend over grindwegen kwamen we aan op Slope Point, het meest zuiderlijke punt van Nieuw-Zeeland. Curio Bay, waar we pinguins en zeldzame dolfijnen wilden zien, stond helaas niet zo goed aangegeven. Via een omweg door een modderpoel, die meer geschikt was voor een graafmachine, kwamen we toch aan op de gewenste spot. Geen wildlife, wel rotsen, hier en daar begroeit met planten. Daar hadden we onze witte bolide niet smerig voor hoeven maken. Na een lange autorit over de South Scenic Route, met een geweldig uitzicht op de bergen, kwamen we aan in Te Anau. Op het menu stond mals gebakken kippenborst in zoetzure rijst met hiernaast geserveerd een combinatie van frisse sla, komkommer, tomaat en appelparten, afgeblust met een honing-mosterddressing: restaurantwaardig!

Inmiddels zijn we een nacht verder en is het zo tijd voor een cruisetocht door Milford Sound! Aan de verwachtingen zal het niet liggen.

14. mrt, 2012

Pinguinjacht – dag 36

Pinguinjacht – dag 36

Fris en fruitig stonden wij zondagochtend op. De snurk-Israëliet had het pand verlaten, wat voor een goede nachtrust zorgde. Aangezien Tessa (Arjan’s nicht) de tegenovergestelde richting op reist, hebben we afscheid genomen. Wellicht ontmoeten we elkaar weer in Australië. Het lot, maar vooral Facebook, zal het beslissen!

Tijdens onze autorit naar Oamaru hebben we een tussenstop gemaakt bij de Elephant Rocks. Dit zijn beestachtig grote stenen op een heuvelachtig grasveld. Na enkele mislukte pogingen om één van de vele schapen te vangen, zijn we doorgereden naar ons hostel. Hier aangekomen zijn we opnieuw de keuken ingedoken. Dit keer kwamen er Mediterranean Meatballs uit de wokpan rollen. Voor de vitamientjes hebben we er nog een brocolli bij geflikkerd. Dit is de goedkoopste groente verkrijgbaar en ik weet precies waarom!

Oamaru staat bekend om zijn pinguins. ‘s Avonds, net voordat het donker wordt (rond half 9), komen de kleine baasjes het water uit lopen; de kust op en de struiken in. Na anderhalf uur in de regen hebben Arjan’s arendsogen drie witte streepjes gespot, wat pinguins zouden moeten zijn. Gelukkig staan er meer plaatsen bekend om hun pinguins, dus we geven nog niet op. In onze dormroom aangekomen, kregen we de tip om een bibliotheek of McDonalds op te zoeken, aangezien we in de hostels in Nieuw-Zeeland een fortuin moeten betalen voor internet. Goedenacht!

Een ochtendje later zaten we dan in een bibliotheek. Wat een ervaring: een museum het objecten die ‘boeken’ worden genoemd, maar wél gratis wifi! Even later gingen we richting studentenstad Dunedin. Onderweg een tiental voetbalachtige stenen bekeken, genaamd ‘Mouraki Boulders’. Tegen het eind van de middag was het tijd om albatros vogels te aanschouwen. Na een half uur gefascineerd naar meeuwen gekeken te hebben, streek er plots een échte albatros naast ons neer. Als kers op de taart kwam er ook nog een zeeleeuw gedag zeggen, om vervolgens met zijn pens op de stenen te gaan liggen. Gezien onze vermoeide gesteldheid zijn we als laffe honden niet wezen stappen, maar hebben we de avond afgesloten met een potje Fifa 2004 (winst Arjan met 5-3 tijdens strafschoppen).

Gisterenochtend hebben we op het viewpoint in Otago Peninsula gestaan en hebben we de stijlste straat ter wereld belopen! Vervolgens hebben we Kaka Point (wat zijn naam eer aandoet) en Nugget Point bezocht. De laatste van de twee bevatte een lighthouse met een prachtig uitzicht en onze eerste waarneembare pinguin; weliswaar van 40 meter afstand, maar wat een (bunny)hopper.

Aangekomen in ons hostel in Surat Bay, hebben we de kliekjes van de dag ervoor opgesmuld en zijn we vroeg het bed ingedoken. Vandaag een drukke dag voor de boeg in Catlins Forest Park!

10. mrt, 2012

Domme vogel – dag 32

Domme vogel – dag 32

Ondanks dat de wekker vrijdagochtend op half 9 stond, was dat zeker niet het eerste moment waarop we wakker werden. De persoon op het bed boven mij kreeg het namelijk voor elkaar om in zijn eentje de hele dorm, waarin naast ons nog drie anderen sliepen, met zijn gesnurk te irriteren. Het is mij bekend dat sommige mensen snurken tijdens het slapen, maar het geluid dat deze Israëlische haatbaard wist te produceren, was te vergelijken met een gevechtshelicopter. We kwamen dan ook wat minder fit dan gehoopt onze bedden uit, maar dit veranderde niets aan de planning: de Mount John, de hoogste berg aan Lake Tekapo, moest en zou beklommen worden.

Nadat we onze auto op de parkeerplaats hadden neergezet, zijn we naar het laagste punt van de beklimming gelopen. Vanuit hier wilden we in één keer de juiste route omhoog pakken, maar als gevolg van onze waardeloze kaart-leeskwaliteiten, kwamen we op een privaat ruiterpad terecht. Een half uurtje later zijn we alsnog aan de juiste route begonnen, wat we alleen al konden merken aan het grote aantal andere wandelaars. We moesten erg wennen aan de Nieuw-Zeelandse mede-wandelaars, die bij het passeren vragen als ‘Whats up?’ en ‘How are you going?’ eruit gooien, om vervolgens met de blik op oneindig door te lopen en nergens meer op te reageren. Al snel liepen we op een pad met een geweldig uitzicht op het meer en de bergen. Rob kwam op het idee om even via het hoge gras aan de zijkant van het pad naar beneden te lopen en daar wat foto’s te maken. Van het enthousiasme tijdens de weg naar beneden bleef weinig over, toen hij even later helemaal kapot ging op de weg terug naar de route. In de tussentijd had ik de moeite genomen om een slok water te nemen; zo doen we allebei wat. Een paar uur later waren we op het hoogste punt: doel behaald!

Rond etenstijd zaten we, gedoucht en wel, in de gemeenschappelijke woonkamer van het hostel. Naast de film die we (vooral Rob) keken, probeerden we alle hostelgasten, die ook de woonkamer kwamen opzoeken, te begroeten. Hetzelfde gebeurde bij een meisje, maar in tegenstelling tot de andere gasten, kwam zij mij wel heel bekend voor. En ja hoor: toeval blijkt nog steeds te bestaan, want het was mijn nicht. Het enige wat ik van haar wist, was dat ze ook door Nieuw-Zeeland aan het reizen is, maar dat ze overnachtte in dezelfde plaats en hetzelfde hostel: on-ge-lo-fe-lijk. Na een hoop bijpraten was het tijd om naar bed te gaan. We moesten immers weer fit zijn voor de volgende beklimming!

Zaterdag, 9:30, Mount Cook. Vanuit ons hostel naar deze berg was het volgens de niet-snurkende Israëliet twee uur rijden, maar blijkbaar hebben zij een tweepersoons scootmobil, want wij waren er binnen het uur. De langste route bij de Mount Cook duurde 3,5 uur, maar volgens dezelfde Israëliet kon het ook wel in drie uur. Dat moet dan vast ook wel sneller kunnen, dachten we. Een doel was geboren: zo snel mogelijk naar de Mueller Hut, de hut op de top van de berg en tevens het eindpunt van de route. Op ons hoogste tempo klommen, sprongen en uiteindelijk kropen we naar boven, om vervolgens één uur en 50 minuten later de Mueller Hut binnen te stappen. Het uitzicht dat we hier hadden, was echt onbeschrijflijk mooi. Een paar uur later besloten we weer terug te gaan, samen met een andere Nederlander, die ook de top had bereikt.

Eenmaal in de auto op de terugweg naar ons hostel, zagen we een grote vogel op de andere rijbaan. Hij had één van de vele dode hazen gevonden, die overal in Nieuw-Zeeland op de weg liggen. Toen we bijna bij de vogel waren, besloot hij zijn diner toch maar even te onderbreken. Het bleek een domme vogel, want nadat hij naar onze rijbaan was gewandeld, besloot hij ook nog eens op de hoogte van de autoruit naar ons toe te vliegen. Mijn voorsprong op Rob in ‘vogels de auto laten koppen’, was niet meer te voorkomen. De vogel zagen we niet meer, maar de plek op de ruit deed vermoeden dat hij er goed vanaf is gekomen.

‘s Avonds hebben we als echte Barnevelders wat kippenvleugeltjes en kippenpootjes opgebakken. Samen met de sla, de witte bonen in tomatensaus en de komkommer was dit een geslaagde avondmaaltijd. De rest van de avond hebben we samen met m’n nicht en een Engelse dude het kaartspel ‘Presidents and Assholes’ gedaan. Morgen richting pinguindorp Oamaru!

PS. We hebben hier bijna geen internet, dus ook dit bericht konden we niet op de juiste dag online plaatsen. Onze nederige excuses!