Archief | Indonesië RSS feed van deze category
30. jul, 2012

Vissen en ramadan – dag 174

Vissen en ramadan – dag 174

Nadat de zon zich dinsdag weer van zijn warme kant had laten zien, kreeg ook hij zijn verdiende rust en was het voor ons tijd om te eten. En wat eet je in Indonesië? Inderdaad, pizza van een echte Italiaanse chef. Luigi had alleen geen mozzarella meer en aangezien er precies nul pizza’s op de kaart stonden zonder mozzarella, betekende dat: wachten. Wachten op de mozzarellaboot, die onderweg was vanaf Lombok. Weer een typisch voorbeeldje van: only in Asia. Gelukkig vaarde de boot en reden de paarden op schema, waardoor we anderhalf uur later onze pizza’s konden aansnijden. De beste restaurantpizza van de afgelopen maanden!

Niet geheel verassend hebben we de woensdag voornamelijk doorgebracht op onze strandhanddoek, gepositioneerd op het witte oosterstrand van Gili Trawangan. Toen ik rond een uur of 4 besloot om me heen te kijken, zag ik onze Franse matties, met wie wij de Whitsundays zijn over gecruised, pal naast ons liggen. Zij gingen het woeste uitgaansleven van dit eiland verkennen, wij besloten deel te nemen aan de Italian Night. Onbeperkt soep, stokbrood, salade, watermeloen en, om het toch een Italiaans tintje te geven, een pizza of wat pasta voor €2,50! Volgebunkerd en wel schoven we twee tentjes op, om onder het genot van een Bintang te luisteren naar een bandje en de enige snelle wifi op het eiland te gebruiken. Morgen snorkelen: poepoe.

Zoals elke ochtend, liepen we donderdag naar het restaurant aan de overkant, voor een gratis ontbijtje. “Two onion-garlic omelettes, a coffee and a cappucino please”. Ben, een chille Balinees en tevens restaurantbaas, had het eerste gedeelte blijkbaar niet helemaal goed doorgegeven, want vijf minuutjes later werden er twee sandwiches voor onze neuzen gezet. Heel vervelend, maar niet onze fout. Toen Ben het slechte nieuws richting de keuken schreeuwde, kwam de inmiddels niet meer zo goed gehumeurde keukenprins naar onze tafel toe stampen: “if you don’t want this, no breakfast for you!”. Gelukkig wist Ben de receptuur van de omelet ook en kregen we alsnog wat we besteld hadden. Een tumultueus begin van de dag!

Om even bij te komen van alle ochtendtaferelen, besloten we ‘s ochtends van de zon te genieten en het snorkelen tot na de lunch uit te stellen. Helaas werd de planning verstoord door twee Nederlandse meisjes, met wie het oppervlakkige praatje opeens anderhalf uur duurde. Ach, snorkelen kan morgen ook nog wel. Op de terugweg van het strand kwamen we de Franse gasten weer tegen. Zij vertelden ons over de ‘leukste’ tent van dit eiland: een ‘silent Irish Pub’. Dit is een Ierse pub, waar de muziek niet over de boxen wordt gedraait, maar iedereen bij binnenkomst een headset met verschillende muziekkanalen krijgt. Met iedereen ging het om de eerste twintig gasten, want toen waren de headsets op. De Fransen hadden dan ook van 11 tot 4, zonder muziek, met mensen zitten praten; je moet er maar net zin in hebben.

Dinsdag gezeur met het avondeten, donderdag problemen met het ontbijt; het was wachten op het gezeik met de lunch. En ja hoor, vrijdag was het zover. Ik was zo brutaal om te vragen of het eventueel mogelijk was wat meer patat te krijgen en wat dit zou kosten. “Yes, cheap cheap, do you understand?”. Blijkbaar had de ober alles behalve een vertwijfelende “no?” verwacht, want na dit antwoord liep meneer boos weg. “If you don’t like it here, please go somewhere else!”. Aangezien de bar dichterbij was dan een ander restaurant, besloten we daarheen te lopen en de bestelling alsnog te doen. Net zoals de rest van de week een burger met patat; fijn om zo cultureel bezig te zijn.

“Ohjaa, we moeten eigenlijk nog even snorkelen hè?”. Met lichte tegenzin liepen we naar de snorkelverhuurkraam en even later hadden we een topdeal gescoord: twee gloednieuwe snorkels, waar het zoute water wel vanaf droop, voor nog geen 5 euro. Het werd een half uurtje zeebodem koekeloeren, want het aantal aan het koraal knauwende vissen was op één hand te tellen. “Yeah, the fish also have ramadan”, was de logische verklaring van de verhuurder. Dom dat we daar niet aan gedacht hadden!

Een paar goede dagen zonnen, Belgen belachelijk maken en een avondje niet geheel nuchter zijn, brengen ons bij de dag van vandaag. Over een paar uurtjes maar eens een taxi pakken richting het vliegveld. Zoals de Aziaten zouden zeggen: “yes, finieeeshh”. Bij dezen willen we onze hondstrouwe volgers dan ook bedanken voor het bestuderen van onze blogberichten; bedankt, thank you, khawp khun khrap, terima kasih!

24. jul, 2012

Paard en wagen – dag 168

Paard en wagen – dag 168

De woensdag begon vrij gunstig met het zonnetje op de bol en twee bananenpannenkoekjes als ontbijt. Kort nadat we de scooters hadden aangeslingerd, sloeg het weer echter om en moesten we elke tien minuten schuilen voor een plensbui in de winkeltjes (lees: een vitrine met twee soorten frisdrank en een zak chips) van willekeurige Balinezen. Opvallend is dat Balinezen over het algemeen een stuk vriendelijker en hulpzamer zijn dan mensen uit Thailand en Maleisië. Toch zitten er altijd een paar rasechte Aziaten tussen, bleek maar weer bij het tankstation. De benzine voor mijn bakbeest kostte 9.000 Rupiah en aangezien ik alleen een briefje van 100.000 had, dacht meneer er wel mee weg te komen om slechts 10.000 terug te geven; foei! Toen ik hem hierop aansprak, handigde hij zonder schaamte ook de rest van het bedrag over. Aangezien Arjan het ook niet kon waarderen, scheurde hij met zijn Honda Vario even later vol door een plas heen, waardoor een heel peleton Balinezen kletsnat werd; terecht! Een dozijn kilometer later kwamen we aan bij de Pura Besakih, de grootste en mooiste tempel van Bali, waar we een half uurtje stoer rond zijn wezen stappen in onze huur-sarongs, die Arjan voor twee Australische dollar op de kop had getikt. Rond 2 uur was het weer tijd om de pens te voeren en stopten we bij een warung (goedkoop restaurant). Na een prima maaltijd kwam het stokoude vrouwtje de rekening brengen, die wat hoger uitviel dan verwacht. Toen het vrouwtje ter verduidelijking het menu erbij pakte, bleek ze gewoon gelijk te hebben, al leken de stickertjes met prijzen achter onze gerechten een stuk witter dan de rest. Voor zo’n mooie goocheltruc betalen we graag een euro extra! Een half uurtje later reden we hoog door de bergen in onze t-shirts met de tandjes op elkaar, vriezende handen en kneiterharde tepels. Snel een kiekje geschoten van de vulkaan aan de overkant en met 80 km/u naar beneden gevlucht; de warmte in.

De volgende ochtend werden we wakker in Lovina en zijn we naar haar beroemde zwarte strand geweest, dat in werkelijkheid gewoon een lelijk strand is en al zeker niet zwart. Wél wilde een Balinese kapitein ons voor vijf euro in zijn boot met zijwieltjes een berg met dolfijnen laten zien, die vrolijk voor ons uitzwommen en gekke capriolen in de lucht uithaalden; awesome! Onze volgende bestemming: Permuteran, een puike plek om te snorkelen. “Ssst”, zei de snorkelverhuurder toen wij 40% van de prijs aan het afpraten waren op het moment dat een Engels stelletje zonder twijfel de volledige vraagprijs neerlegde. Troebel water was het wel, dus uiteindelijk waren wij ook afgezet.

De ochtend van onze laatste scooterdag werd ons een koninklijk ontbijt voorgeschoteld, dat wij dan ook als bouwvakkers wegknaagden. Na dit puike ontbijtje hadden we met medisch tape de camera op het stuur bevestigd voor een aantal fraaie filmpjes en zijn we naar onze thuisbasis gescheurd: BedBunkers te Kuta. Mac, ons maatje uit Australië, zat hier al met smart op ons te wachten. Zijn dreadlocks waren inmiddels wat verder uitgegroeid, zijn huidskleur was nog wat donkerder en hoewel hij een Canadees met Filipijnse ouders is, zou je hem zo aanzien voor een Balinees. De bewakers van SkyGarden waren het wel met ons eens, want elke avond wanneer Mac naar deze club ging, werd hij dubbel gecontroleerd op zijn nationaliteit. SkyGarden is immers alleen voor toeristen. Bijna 4000 foto’s had Mac tijdens ons avondje stappen gemaakt, waarvan 75 procent zwart was; had vast iets te maken met zijn quest om 21 gratis drankjes te nuttigen binnen het uur. Onnodig om te benoemen dat het een goede avond was.

Aangezien we tijdens onze roadtrip erachter waren gekomen dat resorts hier goedkoper zijn dan hostels als BedBunkers, zijn we zaterdag verkast naar Suka Beach Resort. De rest van de dag hebben we, samen met Mac, doorgebracht op het strand. Beetje surfen, beetje cornetto eten, beetje liggen. Na deze fysiek zware middag werden de handdoeken weer opgerold en is ‘sleutel van kamer’ toegevoegd aan Arjan’s lijst van verloren voorwerpen. De avond hebben we samen met Mac een Mie Goreng genuttigd en wat geouwehoerd op ons balkon.

Zondag stond de wekker al om half zeven te loeien, want het was tijd voor de fastboat naar Gili Trawangan, een dichtbij gelegen eilandje van slechts zeven kilometer in omtrek. Na een oncomfortabel boottochtje, waarbij meer water in de boot leek te komen dan erbuiten bleef, kwamen we aan op dit befaamde eiland. Een hele verandering: geen auto of scooter te bekennen, maar paard en wagen! Bij het zoeken naar een overnachting vroeg Arjan of de kamer een ‘cold or warm shower’ had. “Fresh water, sir”, was het antwoord van Balinees Ben; dat klinkt een stuk beter dan ‘not cold and not warm’ van het vorige kamertje. Vervolgens hebben we onze vuile was voor de laatste keer naar één van de vele laundries van Gili Trawangan gebracht. De keuze viel gemakkelijk op ‘Mama Laundry’ zodat we alvast kunnen wennen aan onze Nederlandse wasserette.

De laatste drie dagen hebben we, als luie zeeleeuwen, liggend op het strand doorgebracht. Wellicht gaan we morgen weer wat ondernemen, wellicht ook niet!

17. jul, 2012

Forever young – dag 161

Forever young – dag 161

Ondanks dat tempels ongeveer de meest oninteressante gebouwen op aarde zijn, stapten we zaterdag het hostel uit om een bezoekje te brengen aan dé apentempel van Bali. Zeventien riskante inhaalmanouvres van Balinese snorretjes op scooters, duizend onnodige claxoneergeluiden en nog geen twee minuten later reden we op de highway. “Where are you from”, hoorde ik opeens naast me. Eén van de vele Balinese scooterbestuurders was naast me komen rijden en na mijn eerlijke antwoord bleek Engels spreken overbodig. De wereld bleek weer klein te zijn, want de beste man heeft een broer in Barneveld wonen. Een uur later kwamen we met onze gemotoriseerde tweewielers aan bij de apen en daar hadden we enorm geluk: het begon te regenen en dat voor het eerst in vier maanden. Dat wij dat nou mogen meemaken; boffen zeg. Tijdens het schuilen kregen we gezelschap van een aap, die onze schouders afwisselde als chillspot. Na wat beestachtige foto’s was het tijd om een willekeurig restaurantje op te zoeken voor wat avondvoer. De ‘spicy chicken’ leek mij wel een geschikte keuze en even later viel de naam van dit gerecht volledig op zijn plaats: de kip was, laten we zeggen, kruidig van smaak. Lekker zweten, mag ook wel een keer!

In Azië maak je elke dag wel wat raars mee. Zo ook zondag: de drukke straat, waaraan ons hostel gevestigd is, was opeens afgesloten en omgetoverd tot markt. Midden op de markt lag een slang van minstens vijf meter een beetje het reptiel uit te hangen. Spannend genoeg, maar voor ons geen reden om nóg langer te blijven. Ubud, the centre of art, was de bestemming. Als echte tempelknuffelaars hadden we weer een mooie tempel op de route uitgezocht, namelijk de Goa Gajah. Volgens 3 op reis een must see, dus dan zal het wel goed zijn, was de gedachte. Bij aankomst werden we door een mannetje naar een bak met vissen en een drietal fonteinen gewezen, waar we onze kop konden wassen; blijf je jong van. Ongelooflijk dat zoiets kan! Vervolgens liep hetzelfde mannetje ongevraagd met ons mee door de gehele tempel en vertelde wat slaapverwekkende verhalen in gebrekkig Engels. Bij afloop van zijn, naar eigen zeggen, ‘tour’, wilden we weglopen, maar dat was schijnbaar niet de bedoeling: “Normally tourists give me something after I’ve done this tour”. Het ‘flikker-maar-mooi-op-gevoel’ overheerste, maar om niet geheel asociaal over te komen, hebben we hem 2 euro in de hand gedrukt: kan hij weer een mooie vis van kopen.

Het laatste wat we nog even moesten doen, was een slaapplek vinden in Ubud. Na wat rondgevraagd te hebben, kwamen we bij een jongen aan, die al voor vijftien jaar een homestay runde. Het ondernemerschap zat er bij hem blijkbaar al vroeg in, want vaders vertelde even later dat zijn zoon nu 24 is. Al met al kregen we voor 5 euro een privé-kamer met gratis wifi, gratis ontbijt en een extra bed; mag ook wel voor dat geld.

Toen we de volgende ochtend ons vers fruitontbijtje weg zaten te knagen, stond een chauffeur alweer te wachten om ons naar de top van de Ayung River te brengen voor wat activiteit: raften! Samen met één Ier stapten we een uurtje later de auto uit. Een wandeling van twintig minuten over een modderig pad met aan weerszeiden rijstvelden en hier en daar een koe bracht ons bij ‘the company’, gevestigd in een blokhut. Nadat we hadden gewacht op de andere elf rafters, waarvan er precies nul kwamen opdagen, stapten we met twee instructeurs de boot in. Alhoewel, instructeurs kun je hen ook weer niet noemen. Het was voor mij tenminste de eerste keer dat we langer vast hebben gezeten dan geraft. Ook moesten we meer dan eens de boot induiken om een overhangende rots te ontwijken, die de instructeurs even over het hoofd hadden gezien. Wat ze wel erg leuk deden, was ‘krokooodieeeeel’ roepen bij elke hagedis die ze zagen. Niet echt waar we voor kwamen, maar toch.

Dankzij de Ier uit onze boot kunnen we nu wel twee sappige feitjes over Japanse vrouwtjes met jullie delen. Er komen behoorlijk wat gewillige Japannertjes naar Kuta, om daar te betalen voor dé daad. Het is voor deze vrouwtjes te hopen dat zij niet zwanger worden van een Ierse gigolo, want dat wordt lastig met bevallen. Ieren schijnen namelijk de grootste hoofden ter wereld te hebben en Japanse vrouwtjes de kleinste, nou ja, jullie snappen me wel. Het komt er in ieder geval op neer dat een dergelijke geboorte zelden op natuurlijke wijze mogelijk is.

Vandaag zijn we, wederom per scooter, doorgereisd naar Achmed, uhh Amed. Dit is een mooi snorkelplaatsje aan de oostkust. Rob heeft hier fraai gesnorkeld en ik ben vooral bezig geweest met mezelf openhalen aan rotsen en koraal. Levensgevaarlijk dat snorkelen. Het avondeten bestond uit gefrituurde kip met patat en groenten. Lekker Hollands, behalve dat de frituur hier blijkbaar door een ezel en een molen moet worden aangeslingerd. Het was voor ons in ieder geval de eerste keer dat we drie kwartier moesten wachten op gefrituurd voedsel.

Morgen op naar Lovina Beach voor hopelijk wat dolfijnen!

13. jul, 2012

Kartbaan – dag 157

Kartbaan – dag 157

Geld maakt niet gelukkig, maar toen we bij aankomst op Bali op de ATM het fameuse bedrag van 1.000.000 selecteerden, voelde het toch voor herhaling vatbaar. Met tien flappen van een ton op zak liepen we het vliegveld uit, waar de paparazzi ons op stond te wachten; of toch in ieder geval rond de honderd taxichauffeurs. Aan Azië zijn we inmiddels gewend, dus na rondgevraagd te hebben bij westerlingen kwamen we er snel achter hoeveel we ongeveer moesten betalen. Een duizendje of zeventig lichter werden we afgezet bij ons hostel Bedbunkers, wat zijn naam te danken heeft aan het feit dat de bedden hier drie hoog zijn gestapeld. Voor het eerst balen dat ik op het onderste bed slaap, want bij het naar boven klimmen voel ik me een heuse acrobaat!

De volgende dag werden we laat in de ochtend wakker. Niet vanwege lui- of moeheid, maar doordat het pikdonker is in deze raamloze dorm. Aangezien we de vuile was al een poos aan het opsparen waren en de bloementjesgeur van onze huidige boxers inmiddels ook ver te zoeken was, hebben we vlug onze tas bij de laundry aan de overkant leeggekiept. Niet per kilo, maar per stuk mochten we de vriendelijke Balinees betalen, wat de strandhanddoek erg goedkoop maakt, maar de sokken vrij duur. Ach ja, duur is natuurlijk ook maar relatief in Azië. De dinsdag hebben we verder gevuld met een rondje lopen door het centrum van het toeristische Kuta, een Bami Goreng nuttigen en een nieuw paar slippers kopen voor Arjan. Zijn vorige paar, aangeschaft in Australië, waren nog geen maand oud en nu al helemaal ingezakt; slechte kwaliteit volgens Arjan, maar wij weten natuurlijk wel beter.

Woensdag was het weer zover: de wetsuits mochten aan, want we gingen weer eens een dagje surfen! De hele oceaan ligt hier vol met surfboards, want Bali schijnt één van de beste surfspots ter wereld te zijn. Na anderhalf uur peddelen en push-ups, werden de strandhandoeken gespreid en ben ik de stad ingerend voor een doggybag met banana pancakes; voor 80 cent kun je ze ook niet laten liggen! Laat in de middag gingen we weer op huus an en aangezien ik op blote voeten liep, werd de vocabulaire van Balinese verkopers uitgebreid met ‘yes, thongs?’. Een leuke uitbreiding op ‘yes, transport?’, ‘massage?’ en ‘mushrooms?’. Hoewel we op tijd naar bed gingen werd de nacht toch nog opgevrolijkt toen we werden wakker geschreeuwd met: ‘What the #@$% are you doing?’. Onze Engelse dormgenoot wist het zelf echter ook niet helemaal, hoewel hij toch echt over het bedeinde van mijn Nederlandse buurslaapster zat heen te pissen. Dankjewel, weer een ervaring rijker!

De volgende dag werd opnieuw aan surfen besteed, hoewel de zon niet scheen en de golven heel matig waren. Een groot gedeelte van de dag hebben we daarom op het strand doorgebracht met twee Balinezen, die Arjan had leren kennen toen hij de dag ervoor zijn surfboard op de neus van één van hen had geparkeerd. Tegen het middaguur sprong Arjan achterop het scootertje om naar hun favoriete afhaal-Balinees te gaan voor uiteraard een Bami Goreng! ‘s Avonds was het tijd voor een stapavondje en hoewel heel Kuta vol vette clubs zit, is de clubkeuze voor backpackers niet heel moeilijk: Skygarden. Een club bestaande uit vijf verdiepingen, maar belangrijker nog: van 21:00 tot 22:00 gratis voedsel en alcohol. Een fantastisch fenoneem waar door ons drankbaar gebruik van is gemaakt. De terugweg toch maar de taxi genomen en na letterlijk een kwartier onderhandelen kreeg Arjan het voor elkaar om in plaats van 30.000 Rupiah slechts 20.000 Rupiah te betalen: weer een euro bespaard!

Aangezien we weer als popsterren gefeest hadden, werd de vrijdagochtend bestempeld tot nationale maf- en internetdag. Toen we de luie lichamen toch eindelijk uit bed kregen, hebben we in de stad twee scootertjes gehuurd: inclusief verzekering 3,33 euro per dag. Een weekje werd zelfs nog in acht dagen getoverd toen meneer 13 t/m 20 juli opschreef in zijn ‘administratie’, heuul goed! Eenmaal opgestapt reden we een uurtje later langs fel groene velden om een kijkje te nemen bij één of andere tempel. Nadat we gezegend waren door middel van een plens water, een fraai bloemetje achter ons oor en zeven rijstkorrels op ons voorhoofd (waarvan zes voor Arjan en één voor mij) mochten we een trappetje van twaalf treden oplopen. Enigszins een anti-climax, maar wel geschikt voor een aantal kiekjes. Aangezien we toch cultureel bezig waren hebben we ook maar een Kecak Fire Dance meegepakt en op de terugweg onze derde pizza in Bali genuttigd, volledig bereid in open keuken en dat voor twee euro per stuk.

Hoewel het verkeer in Bali bij aankomst nog als chaos werd omschreven, lijkt het nu eerder een grote kartbaan. Deze baan is echter wat groter dan in Texel en al snel was ik Arjan in het donker kwijt. Mijn bordleeskwaliteiten laten me al jaren in de steek, maar gelukkig wist ik de weg naar Kuta, met behulp van een dozijn Balinezen toch terug te vinden. ‘Vergeet de verkeersregels en volg je gezond verstand’ was de tip van onze Nederlandse hosteleigenaar. De politieagent was het hier echter niet mee eens toen ik een eenrichtingsweg uit kwam scheuren. Voor ik het wist was mijn sleutel uit de scooter getrokken en werd ik naar het politiebusje toegewezen. Gelukkig had onze hosteleigenaar ons ook verteld dat de politie hier corrupt is en dat ze met vijf euro ook om te kopen zijn. Arjan had al een uur op mij zitten wachten en was dan ook vrij opgelucht om me weer te zien verschijnen; toch maar eens afspreken hoe we dat de volgende keer oplossen.

We liggen inmiddels weer veilig en wel in onze mand, de komende dagen gaan we heel Bali verkennen!