Archief | Australië RSS feed van deze category
09. jul, 2012

Krokobil – dag 153

Krokobil – dag 153

De veelal oppervlakkige gesprekken die wij hier voeren, blijken zo nu en dan hun druiven af te werpen: twee Deense meisjes vonden ons aardig genoeg voor een box zoetwitte goon. Een flinke stimulans om de laatste avond in Cairns alcohol attend af te sluiten met Ring of Fire! Opvallend stille Michelle en hallicunerende Rozanne bleven maar antwoorden op de vragen van Rob en werden daarmee de grote verliezers. Vier uur thuis, wekkertje op half 9, zodat de beste man van de airportshuttle niet op ons hoeft te wachten.

“What’s the time?” “Ten past nine bud!” Een goed antwoord om met je brakke kop direct naast je bed te staan. Rob had eveneens wat van het antwoord opgevangen en ook hij wist wat dat betekende: gas op de zuugers! De ervaring met het inpakken van onze backpacks en onze tandenpoets multitask talenten kwamen goed van pas: slechts twee minuten te laat stonden wij paraat bij de receptie. Een beetje jammer dat het airportshuttlebedrijf het wat minder belangrijk vindt dat klanten hun vliegtuig halen, want behalve de twee kapotte bussen van het hostel was er geen bus te bekennen. Pff, waren we alsnog te vroeg; genoeg tijd voor een één-gang ontbijt, bestaande uit een broodje sausage, gebakken in appel-olijfolie, overgoten met pittige barbecuesaus. Ongeveer anderhalf uur voor vertrek kwamen we dan eindelijk aan bij de domestic terminal van Cairns Airport. Normaliter is dit dé terminal voor binnenlandse vluchten, maar aangezien deze ochtend toch al niet volgens planning liep, had de manager incheckbalies besloten dat het handiger was om deze vlucht naar de international terminal te verplaatsen. Met de haastmodus ingeschakeld snelden we naar de juiste terminal en even later landden we netjes op tijd in Darwin.

Ondanks dat de zon in Darwin (het heeft hier al een maand niet geregend) volop zijn best deed om ons te verleiden tot niets doen, moesten we toch eerst een slaapplaats voor de komende nacht zoeken. Geen probleem, dachten we, ware het niet dat het hier volop hoogseizoen is. De Gecko Lodge, die in eerste instantie werd benoemd tot ‘verpauperd ding met kutzwembad’, werd onze laatste hoop. De Chinees, of tenminste Aziaat, achter de receptie was niet bepaald origineel met zijn antwoord: “sorry, we are fully booked”. Na wat geouwehoer kwam Chow met een uitkomst: “you guys can sleep on the floor in front of the reception, but only for one night”. Een prima oplossing en bij dezen is het bewijs geleverd dat niet elke Chinees asociaal is, alhoewel een bordje bami er nog steeds niet vanaf kon.

Donderdag stond in het teken van regelen. We wilden namelijk de volgende dag een roadtrip doen door Litchfield en Kakadu National Parks. Aan het eind van de middag was het dan zover: een travelbuddy en de campervan was gefixt. Na een praatje met mijn nicht, die ook in Darwin is en haar middag erg nuttig invulde met het zitten aan een picknicktafel, was het tijd voor een goede nacht slaap. Dit keer niet op de grond, maar in een bed: wooow!

Drie dagen verblijven in een National Park betekent onder watervallen door zwemmen, in meters diepe pools springen vanaf rotsen, wombats uit de lucht tuffen, wilde zwijnen knuffelen, krokodillen happen, lachen om vogelspotters die een strakke plasser krijgen van een klein groen paupervogeltje, rondscheuren over four-wheel drive tracks, parkrangers ontwijken voor gratis accomodatie, urenlang koken voordat het eten klaar is en muggen kapot maken voor een beetje nachtrust. Toch was drie dagen wat tekort, mede doordat we er niet echt rekening mee hadden gehouden dat alleen Kakadu National Park al drie keer zo groot is als Engeland.

Toen we zondag aan het eind van de middag weer terug waren in Darwin, kwam Rob tot een schrikbarende conclusie: “dit is de laatste avondmaaltijd, maar we hebben nog geen kangaroe en krokodil gegeten”. Een kort overleg leidde tot de keuze voor kangaroe; bij het zien van al die kangaroes en joey’s (baby kangaroes), raak je toch benieuwd hoe die hoppende dingen smaken. In eerste instantie wilde het jagen niet echt vlotten, maar gelukkig was het derde schot van Rob recht in de roos. Na wat plukwerk kon het vlees de pan in en nog geen half uurtje later zaten we te knagen. Lekker hoor!

Vandaag zijn de eerste voorbereidingen voor Bali getroffen en na een paar uurtjes zonnen, zitten we nu op het vliegveld in Darwin. Bij afwezigheid van de McDonalds zijn onze laatste Australische Dollars besteed aan een pizzarol. Vanaf vanavond zijn wij voor drie weken multi-miljonairs!

PS. Een dagje te laat, entschuldigung. De foto’s van het blogbericht Whitsunday Islands staan nu ook online!

03. jul, 2012

Rust zacht, Ingrid – dag 147

Rust zacht, Ingrid – dag 147

Na drie kwartier ploeteren met naald en draad zag het resultaat er boven verwachting waardeloos uit. Mijn spijkerbroek, welke inmiddels van vijf ongewenste gaten is voorzien, kan er, net als wel meer kleding, eigenlijk niet meer mee door. Onder het motto ‘alles gaat in de kliko zodra we thuiskomen’, blijven we het lekker aantrekken. Naast het behandelen van mijn broek hebben we donderdag ook afscheid genomen van Ingrid, de grote liefde van Henk en tevens onze koeltas. Henk en Ingrid hebben elkaar in Melbourne ontmoet en kregen al snel een dochtertje, wiens naam niet geschikt is voor dit blog. Ingrid is op 2-maandelijkse leeftijd overleden aan verotte eieren. Wij wensen man en dochter sterkte in deze moeilijke tijd.

Toen we, na een busreisje van vier uur, in Townsville aankwamen, werden we door de hosteleigenares aangeraden de Castle Hill Walk te bewandelen. Hoewel we, als luie draken, sinds ons vertrek uit Nederland al niet meer gesport hebben, blijken onze beestachtige kuiten hardlopend Australië nog goed partij te bieden. Naast de sportief geklede, zwetende Aussies liepen we in spijkerbroek en t-shirt naar boven. In alle eerlijkheid moet ik toegeven dat, eenmaal boven aangekomen, ook wij niet meer fris roken, maar dat zijn we inmiddels wel gewend.

De volgende ochtend waren we semi-vroeg uit de veren voor een dagje op Magnetic Island. Twintig minuten op de ferry bracht ons op dit eiland, wat voor ons vooral bekend stond om haar overvloed aan koala’s. Tijdens de dagwandeling zagen we prachtige baaien en kwamen we pardoes twee wilde koala’s tegen, die bovenin een boom de kleermakerszit uitprobeerden. Hoewel de verschillen tussen backpackbaas en koala enorm zijn, viel het mij op dat we één ding in gemeen hebben: ook zij voeren de hele dag niets nuttigs uit. Maar zo lui als koala’s zijn, zo actief zijn wallabies. Deze buidelloze miniatuurkangaroes konden we rond half vijf een fijn worteltje voeren, die ze maar al te graag van onze handen afknabbelden. Op Magnetic Island zijn we voor onszelf ook alle nationaliteiten nog eens langs gegaan, wat soms verontrustende conclusies opleverde. Zo blijkt dat niet alle Italianen pizza kunnen bakken en niet alle Mexicanen tortilla’s kunnen bereiden. Verder kunnen zowel de Aziaten als de Fransen geen fatsoenlijk Engels. Opmerkelijk is ook dat elke Nederlander een hekel heeft aan Chinezen, niet alleen omdat ze asociaal zijn tijdens het maken van foto’s, maar vooral om het feit dat ze geen bami voor ons bakken. Het meest verontrustende is misschien nog wel dat elke Duitser die we zijn tegengekomen aardig blijkt te zijn. Een wereld op zijn kop.

Zaterdag was het weer tijd voor de Greyhoundbus richting Cairns. Hoewel de afstanden en reistijden in Australië erg groot zijn, merken we hier echter weinig van. Zes uur in de bus word opgevuld met een paar bammetjes eten, een filmpje kijken, een beetje ouwehoeren en… We zijn er al! Een treinritje van Barneveld naar Utrecht lijkt langer te duren. ‘s Avonds was het weer tijd om onze dansmoves te tonen in hostel en tevens discotheek Gilligans. Nadat we tientallen kiekjes met een stel Aziaten hadden gemaakt, liet ik de uitsmijter, welke onder de indruk was van mijn biceps, ook toe om met mij op de foto te gaan. De McDonalds konden we op de terugweg niet vinden, dus hebben we de avond afgesloten met een vriendelijke zak Lay’s chips (uiteraard een aanbieding).

Tijdens zondag-uitbrakdag kregen we een telefoontje van Jasper, onze reisbuddy die we in Airlie Beach hebben achtergelaten. Stephanie en Jasper zijn daar nu aan het werken voor accomodatie. Steffi moet tussen 13:00 en 15:00 vijf keer de deur van de bagageopslag openen en sluiten. Jasper moet twee keer op een dag mensen ophalen bij de Greyhoundbus: hard werken dus! Om kwart voor vijf in de nacht van zondag op maandag vond de EK-finale plaats. Aangezien we om twee uur nog niet op bed lagen, besloten we de hele nacht op te blijven, wat ervoor zorgde dat ook maandag bestempeld werd tot uitbrakdag. Gelukkig is het hier goed vertoeven: 25 graden met zon, zwembadje met muziek op de achtergrond, gratis wifi, gratis avondeten en gratis ontbijt; al missen we het vroege voedsel steeds, aangezien ontbijten en uitslapen elkaar uitsluiten.

Vandaag staat een dagje lagoon en de nightmarket op de planning. Morgen vliegen we alweer richting Darwin!

27. jun, 2012

Whitsunday Islands – dag 141

Whitsunday Islands – dag 141

Als enige van de bus stapten Rob en ik uit in Bundaberg voor een bezoek aan André en Sonja, die wij via de cliënt van mijn moeder hebben leren kennen. Een keertje niet zelf koken, want na een korte tour door Bundaberg stond een fraaie Hollandse maaltijd op ons te wachten. De volgende dag begon met een autoritje langs alle mooie plekken in de omgeving van Bundaberg. Nadat we het hoogste punt van dit vlakke stadje waren gepasseerd, reden we richting het strand. Aangezien het voor de locals gewoon winter is, zal je niet zo snel een Australiër in het water zien. Men kijkt dan ook raar op wanneer twee blije Nederlandse toeristen, die 20 graden meer dan zat vinden, een bommetje wagen. Overigens is Bundaberg qua klimaat de nummer vijf op de wereldranglijst: de gemiddelde temperatuur in de zomer verschilt slechts tien graden met de winter; emigreren dus, als je van zonnen houdt! Eten van fish and chips konden we ook afstrepen, toen André ons naar de beste snackbar van Bundaberg reed. De dag werd afgesloten met een Italiaanse ovenschotel, wederom perfect bereid door Sonja. Een fotootje bracht ons bezoek ten einde: bedankt voor de gastvrijheid!

Een korte busrit bracht ons in Town of 1770, waar Jasper en Stephanie al twee bedden voor ons hadden gereserveerd. Grappen maken over andere mensen bleek in dit hostel niet zo verstandig, want het aantal Nederlandse backpackers lag hoger dan het aantal dagen dat Rob niet had gedoucht. Naast de menselijke bezoekers werd dit hostel ook bewoond door een kakkerlak, die het een goed idee vond om in mijn nek te springen. Ach, kan dat beest ‘knuffelen met een beer’ ook weer van zijn bucketlist afhalen. De rat, die af en toe door de keuken heen huppelde, bevestigde ons vermoeden dat Beachside Backpackers qua hygiëne geen hoge ogen gooit. Een hostel aan het strand in combinatie met veel zon deed ons besluiten om ons van woensdag tot en met vrijdag niet bepaald nuttig te maken; we kunnen ook niet elke dag vlammen.

De nachtbus zette ons zaterdagochtend om 5 uur af in Mackay, waar we samen met Jasper en Stephanie een autootje wilden huren om de Finch Hotton Gorge te checken. Echter konden we de auto pas om 10 uur ophalen, dus besloten we vijf uur te overbruggen in een tankstation. Je zou verwachten dat er op zaterdagochtend weinig te lachen valt bij de pomp; fout gedacht. Na de evil laugh van één of andere aborigonal kwam John even binnenzetten. Blijkbaar is incontinente John een bekende van de pomp, want bij binnenkomst rende één van de medewerkers naar de koelkast om een frambozenyogi te pakken. Niet veel later rende dezelfde medewerker met een geurspray door de pomp, aangezien John, laten we het netjes zeggen, niet zo lekker rook. Eenmaal in bezit van een huurauto, kwamen we een uur later aan bij de Finch Hotton Gorge. De temperatuur stimuleerde het zwemmen in de waterval met natuurlijke glijbanen echter niet echt. Op de terugweg leek het Stephanie een goed idee om wat sinaasappels te plukken van één van de vele bomen langs de weg. Helaas had ze de boer, die tien meter rechts van de boom stond, even gemist. De sinaasappel plukpoging werd omgetoverd tot een bagage verplaatspoging. Niet helemaal feiloos, want de boer had allang door wat het oorspronkelijke doel was. In plaats van een boze blik, werden we geroepen en na een gezellig praatje liep Rob met een dikke tas sinaasappels terug naar de auto. Zo blijkt maar weer: eerlijkheid duurt het langst.

Zondag was het dan zover: het begin van de Whitsundays cruise! Het was nog even spannend of we het zouden halen, want de daadwerkelijke vertrektijd kwam niet helemaal overeen met de tijd op ons ticket, maar bij aankomst in de haven lag de Samurai nog lekker langs de kade te chillen. De trip begon met serieus gezeil: windkrachtje orkaan en temperatuurtje Alaska. Nee, dat was niet alles, maar gelukkig zouden er veel hoogtepunten volgen. Elke dag snorkelen in helder water met een geweldig uitzicht op het koraal en de kleurrijke vissen, rond wandelen op de mooie Whitsunday Islands, drankspelletjes met onze cruisematties en, niet te vergeten, het duiken was onvergetelijk. Halverwege de tweede dag werden we door co-captain Matt op een vlindereiland gedropt. Duizenden vlinders dwarrelden om ons heen, waarvan enkelen uit de lucht gegrepen werden door Lokhorst & Van den Top Ongediertebestrijding B.V.; tot grote ontsteltenis van GroenLinks stemmer Stephanie. De enige Australiër op de boot, Tom (TomTom), navigeerde ons de laatste dag vanaf één van de stranden naar een schildpad. Even later snorkelden we met vijf man rondom Tinus Turtle. Persoonlijke hoogtepuntjes van Rob waren toch wel de lunches en de eerste nacht, waarin hij gezellig tussen Jasper en mij in één bed mocht pitten.

Zojuist hebben we ons laatste avondmaal met Jasper en Stephanie opgepeuzeld. Morgen reizen Rob en ik door naar Townsville, om vanuit daar een bezoekje te brengen aan Magnetic ‘Koala’ Island.

P.S. De foto’s zijn onderweg!

18. jun, 2012

Fraser Island – dag 132

Fraser Island – dag 132

Hoewel we naar Noosa waren gekomen om anderhalve week te surfen, hebben we daar (dankzij regen) slechts vier dagen aan besteed. Doordat het EK voetbal (RIP Nederland) in Australië ‘s nachts wordt uitgezonden, konden we echter wel onze tijd nuttig besteden aan onze grootste hobby: uitslapen. Verder hebben we ons intellectueel laten onderwijzen door hoogstaande gesprekken met een Maltesiër, die voor ons een week lang enkel bij de naam ‘Malta’ bekend was. Zo liet ‘Malta’ ons weten dat hij als 1 van de 500 uitverkorenen op een uitzendingsproject was met het streven om de wereld met Maltesiërs te bevruchten; een nobel doel. Ook onderwees hij ons in de Maltese keuken: spaghetti word blijkbaar niet met gehakt, maar met Maltesers gegeten! Onze laatste dag in Noosa hadden we toch nog wat geluk: veel zon en hoge golven. Hoewel Stephanie na twee weken nog steeds weigert voor ons te koken, waren we haar dinsdag erg dankbaar. Toen het hele strand onder het water kwam te staan door een immense golf, had onze reddende engel de tassen met paspoorten en elektronica in veiligheid gebracht.

Woensdag kwamen we aan in Rainbow Beach, ons vertrekpunt voor de drie-daagse tour op Fraser Island. Na een korte kennismaking met onze groep werd de boodschappenlijst, niet geheel zonder problemen, samengesteld voor de komende drie dagen. Toen we even later in de supermarkt stonden, voelde het alsof ik in de Albert Heijn in Barneveld rondliep: Sanne, mijn basisschoolgenote was ook haar avondeten aan het bietsen; wat een klein wereldje. Aangezien Nederland het die nacht om 4:45 tegen die Mannschaft moest opnemen, gingen we, samen met tour-mattie Jasper, op zoek naar een locatie om voetbal te kijken. Joey Holland (ja, echt!), een Australische barman met een veelste grote TV, nodigde ons uit om bij hem te komen kijken. Onze Duitse hostelbuddies waren trouwens ook welkom… Voor tien dollar.

Twee uur later liepen we met gebogen hoofdjes terug naar ons hostel met de oranje stropdassen in de broekzak. We konden het EK gelukkig snel uit ons hoofd zetten, omdat we moesten verzamelen voor een lange preek van onze tourguide over de gevaren van het auto rijden, de wilde zee, afbrokkelende rotsen, dingo’s en spugen in het vuur. Veertien man en vrouw werden verdeeld over de twee Four Wheel Drives; klaar om te gaan! De drie dagen hierop volgend werden besteed aan rondscheuren over stranden, golven ontwijken en stuiteren door het binnenland van Fraser Island. Speakers op standje max, meeschreeuwen met de muziek en een sporadisch stinkscheetje van Arjan zorgden voor een puike atmosfeer. Na zestien mislukte piramides in Lake McKenzie zijn we naar ons kamp gegaan voor een pot eten, een paar zakken goon en een goede nachtrust in ons tentje.

De volgende dag stond er een hoop op het programma. Het begon met een backflipje in de Champagne Pools, gevolgd door een bezoekje aan het shipwreck (door omstandigheden geen foto van beschikbaar). Vervolgens hebben we een walvis gevangen voor het middageten en als blije kinderen van een zandberg afgesprongen. ‘s Avonds zorgde Stephanie voor het eten en daar was Marco erg over te spreken (“Wonderful! Beautiful!”, aldus Marco), maar gezien zijn volle maag, kreeg hij zijn bordje nog niet half leeg. Menig wenkbrauw ging, 5 minuten later, omhoog toen hij op een sausage van de andere groep zat te knauwen. Die avond hebben we het drankspel ‘hula hula hula’ aan onze groep geïntroduceerd en niet veel later stond plots iedereen op tafels te dansen en hebben Max en ik op dingo’s gejaagd om het kamp veilig te houden.

Dag drie begonnen we iets minder fit, maar uiteraard zonder kater, met een duik in Lake Wabby, welke onderaan een zandheuvel gepositioneerd is. Gezien de ligging van het meertje kwamen we al snel op het idee om zo idioot mogelijk het water te betreden. Na dertien variaties op achteruit rennen, koprollen, huppelen met ogen dicht en hinkelen met één vinger op de tepel konden ook onze Engelse maten niets meer verzinnen en was het tijd voor de terugweg naar ons hostel. De volgende dag hebben we een emotioneel afscheid genomen van Max (ook wel: Maximum of Maximus), Luke (ook wel: Laidback Luke), James (ook wel: Greg), Marco (ook wel: Marco Pizza Pasta Cappuccino Mafia) & Paige (ook wel: @#%wijf) en hebben we de avond afgesloten met de horrorfilm Wolf Creek; heerlijk voor het slapen gaan, voor de gemiddelde backpacker.

Morgen stappen we in de bus richting Bundaberg, voor een bezoekje aan de zoon van de cliënt van de moeder van Arjan. Juist ja!

PS. Uiteraard weer een dagje te laat, excuses!

10. jun, 2012

A beer would be great – dag 124

A beer would be great – dag 124

In tegenstelling tot Melbourne en Sydney, wilden we de op twee na grootste stad van Australië, Brisbane, in één dagje rondspitten. Uiteraard hadden we zelf geen idee wat de hoogtepunten van deze stad zijn, maar Mac, niet te verwarren met het gelijknamige favoriete restaurant van onze gemiddelde bloglezer, wilde ons wel even rondleiden. Een paar bruggen, een markt en een botanische tuin later, stonden we op de rooftop van ons oranje hostel wat foto’s van de skyline te nemen. Tijdens de wandeling had een Duitse hostelgenoot al laten doorschemeren dat hij een koksopleiding heeft gedaan en op dat moment komt de gouwe ouwe Argelès openingszin weer goed van pas: “would you like to cook for us?”. Fijn, het diner ook weer geregeld.

Vlak voor de chili con carne à la gezette Duitse keukenprins, gingen we nog even langs één van de vele reisbureaus om de prijzen van de trips wat beter te vergelijken. Aangezien de deal deze keer wel erg goed was, besloten we de onderhandelingen in te zetten. De reisbureaudames zaten inmiddels al aan de wijn en na wat geouwehoer vroeg één van hen of een wijntje ons misschien over de streep zou trekken. “A beer would be great”, leek mij wel een gepast antwoord en even later hebben we de goede deal onder het genot van een biertje gesloten. Twee rakkers verder bedachten we ons opeens dat onze bruine bonenbakker het eten vast al lang op tafel had staan, dus besloten we op te staan. “Take a few beers for your way back or take the whole fridge if you want”, werd ons achteraan geroepen. Dat tweede gedeelte was vast een grapje, maar soms moet je grapjes niet willen begrijpen; met een daypack vol bier liepen we het reisbureau uit. De bruine bonen waren even later ook nog warm, dus de dag kon niet meer stuk.

Een ferme sprint redde ons maandagochtend van het missen van de vroege bus richting Noosa. Een actief begin van de werkweek. Vier uur later kwamen we aan bij ons nieuwe roze hostel, liggend aan Sunshine Beach. Na een paar uurtjes strand, waarin we Mac de helft van de tijd kwijt waren, was het tijd voor een gezamenlijke prestatie in de keuken. Na het eten was Mac wederom even zoek; tien minuutjes later kwam hij weer aanzetten en wel mét een chocolade-aardbeientaart in zijn hand. Gewoon, omdat het kan.

De volgende ochtend hebben we tijdelijk afscheid genomen van Mac en Courtney, die hun Fraser Island trip niet meer konden verplaatsen en om die reden Noosa moesten verlaten. Het weer was geweldig, de windrichting goed: surftijd! Het grote voordeel van dit hostel is dat er kosteloos surfboards geleend kunnen worden; voor ons een goede kans om onszelf te ontplooien tot surfdudes. De meeste beginners hebben een lang softboard, maar het hostel heeft deze helaas niet in het assortiment. Ach, dan maar een beetje stuntelen en zout happen, terwijl je probeert op een kleiner hardboard te staan. Ondanks het mindere weer, werd ook de woensdag besteed aan surfen. Qua skills konden we ons nog geen surfdudes noemen, maar de nieuwe wetsuits deden vermoeden dat wij de gemiddelde tsunamigolf zonder problemen zouden pakken.

Helaas eindigde de surfpret op donderdag, als gevolg van de veranderde windrichting en de hoosbuien. Ook vrijdag en gisteren waren slechte dagen, die voornamelijk werden opgevuld met poker, wiskunde, koken, ouwehoeren én het EK! Na het zien van de openingsceremonie en de eerste helft van Polen – Griekenland via Facetime, hebben we afgelopen nacht zowel Nederland (2:00) als Duitsland (4:45) volledig gezien. Niet dat we daar heel vrolijk van werden, maar toch!

Nog twee dagen Noosa en dan is het woensdag zover: op naar Rainbow Beach voor de Fraser Island Tour!

03. jun, 2012

Laatste pannekoek – dag 117

Laatste pannekoek – dag 117

Dit hadden we voor vertrek niet verwacht: 30 °C en zon in Nederland, 15 °C en regen in Australië. Het plan om naar Surfers Paradise te gaan, werd nog even uitgesteld, aangezien het hostel in Byron Bay nog steeds goed in de smaak viel. De gratis pannenkoeken, wifi, pooltafel en de chille sfeer maken dit misschien wel het beste hostel waar we tot nu toe geweest zijn. De laid-back houding van de bezoekers van dit hostel werd maandag wel weer duidelijk toen het brandalarm afging; na twee minuten stond de eerste pipo op om even naar de wc te gaan.

De dagen hierop bleef het slechte weer aanhouden, wat ons dwong om binnen te blijven, uit te slapen, de poolskills te verbeteren, films te kijken en de eeuwen oude staartdeling weer eens te maken. De gratis shuttlebus van 17:10 bracht ons iedere middag bij de supermarkt om wat ingrediëntjes in te slaan; dat scheelt weer tien minuten lopen. Toen Heath, onze busdriver van de dinsdagmiddag, drie liftende meiden voorbij reed, schreeuwde één van onze Engelse hostelgenoten: “What the #%$¥ are you doing?!” Een hoop gelach en twee U-bochtjes later werden de meiden in het busje gepropt. De, tot kort geleden zo luidruchtige, Engelse gasten zaten plots als makke lammetjes achter in de bus: typisch gasten!

De woensdag brak aan; zoals altijd vijf minuten na check-out tijd nog een paar nachten bijboeken. Arjan had zijn onderhandel-oorbellen weer ingedaan, want hij kwam terug met $2 korting per nacht en twee gratis surfboards voor de hele dag! De grijze lucht was niet heel bemoedigend, maar als twee beesten gingen we, uiteraard per shuttlebus, op weg. Een kleine wandeling, waarbij het surfboard twee keer van arm gewisselt wilde worden, bracht ons bij de woeste zee. Eén lesje bleek nog niet genoeg voor dit geweld, maar de steeds hardere regen en een ondeugend regenboogje maakte het een hele beleving.

Zoals zo vaak stonden we ‘s avonds weer bij de pooltafel, dit keer met wat meer mensen dan normaal. Uit het Ierse kamp kwam plots het initiatief om een pooltoernooitje te houden; 15 man en 1 vrouw melden zich aan. Het labelbakje voor de voedseltassen werd omgetoverd tot een lotingbakje en niet veel later stond ik tegenover een Engelse dude, die uit zijn bed was gekomen voor dit evenement. Na een goede start en een risicovolle stoot, verdween de zwarte bal voortijdig in het gat; doei Rob, blijf lekker oefenen! Arjan maakte een betere start: na een serie van drie ballen potte hij met veel bravoure de onmogelijk lijkende zwarte bal; een daverend applaus van twintig man deed Arjan schreeuwen als een Oranje leeuw. Het geluk van het aantal toeschouwers had Arjan in de tweede ronde van het laddertoernooi opnieuw. Vrijwel iedereen stond buiten een peuk te doen toen hij de, niet te missen, zwarte bal nog mooier voor Max klaarlegde. Half twee ‘s nachts werd het toernooi door dezelfde Max gewonnen en zochten wij ons nest op.

Na een puike laatste stapavond was het zaterdagmiddag toch echt tijd om Cape Byron Lodge te verlaten. Het einde van opnieuw een mooie tijd. Samen met onze nieuwe maatjes Mac, Courtney en Stephanie stapten we in de Greyhoundbus richting Surfers Paradise. Anderhalf uur richting het noorden is het weer echter niets beter, want het staat hier non-stop te regenen. Aangezien we in het hotel al even op de dames zaten te wachten, vroegen we de receptionist waar we de vrouwen-dormroom konden vinden. Het lekkere burocratische antwoord van meneer Zuurpruim: “I can not give you this information” maakte voor ons wel duidelijk dat we hier snel weg moeten: morgen op naar Brisbane!

PS. Onze oprechte excuses: twee dagen te laat, in verband met de goede gesprekken in de gezellige groep.

27. mei, 2012

Drankje erbij? – dag 110

Drankje erbij? – dag 110

De zoete geur van een flinke toeter, die om 9 uur in de ochtend door één van onze hostelgenootjes tot as werd verbrand, leidde de maandag in. Hoog tijd om de pannenkoekenverslaving, die wij na ons vertrek uit Coffee Palace hebben moeten opgeven, weer op te bouwen. Dit keer alleen geen grote, dunne deeglappen; deze pannenkoekjes doen een beetje denken aan de propper van het hostel uit Port Macquarie: klein, dik en lelijk, maar een prima innerlijk. Eenmaal verzadigd, besloten we, samen met onze nieuwe Engelse, Franse en Duitse matties, de bekende wandeling naar het Cape Byron Lighthouse te maken. Na het doen van vrolijke, verwaande, lieflachende, vreemde en stoerkijkende poses voor alle foto’s, gemaakt met zes verschillende camera’s, was het alweer voedertijd. Rob en ik werden benoemd tot grote kookbazen en de keuze voor het gerecht lag dan ook in onze handen. Aangezien de andere eters ook wel van ‘spicy’ hielden, besloten we voor een fijne Thaise curry te gaan. De gezichten na de eerste hap konden niet verploemen dat het gerecht toch wat pittiger was dan dat de meesten hadden verwacht. Eén voordeel: de goon, die bij het gerecht geserveerd werd, viel zowaar in de smaak. Drankspelletjes vulden de avond, die werd afgesloten in de Cheeky Monkey’s, de backpackerskroeg van Byron.

Dinsdag, de gehele dag zon, boven de 20 graden en geen verplichtingen; naar het strand met onze kadavers dus! Dankzij de bandjesuitdelers op het strand namen wij kennis van de Five Dollar ‘all you can eat’ Pizzanight. Om zeven uur zaten wij dan ook helemaal klaar en niet veel later werden de eerste volle pizzadozen onze kant op geschoven. Of we er wat drinken bij willen? Neeeuu, niet nodig. Of we nog een pizza willen? Heeeuul best. Het concept, waarbij je de pizza’s goedkoop aanbiedt, om vervolgens winst te maken op de drankjes, zal in de meeste plaatsen goed werken. De eigenaar van deze tent had er alleen niet over nagedacht dat Byron Bay voor 90% vol zit met backpackers, die niet zoveel geld te besteden hebben. Een slechte avond voor hem, een propvolle buik voor ons.

Om de stranddag wat actiever in te vullen, hebben we woensdag, samen met de andere gasten, een bal gekocht. Lekker een middagje voetballen op het strand leek zo mooi, maar de beachball was blijkbaar niet bestemd voor gebruik; na nog geen uurtje hooghouden was de binnenbal de buitenbal geworden. Waarschijnlijk waren we niet de eerste die met een kapotte bal terug naar de shop gingen, want de eigenaar wilde maar al te graag een nieuwe bal meegeven. Na twee dagen slecht weer was het zaterdag tijd om bal numero twee uit te gaan testen. Dit keer geen hooghouden met onze hostelvrienden, maar lummelen met een nog niet zo gehoorzame jonge hond. Een waardeloze bal in combinatie met hondentanden: het kon ook niet goed gaan. Gelukkig stond de eigenaar erop geld te geven, zodat we een nieuwe bal konden kopen. Een bal numero drie zou er echter nooit komen; weer wat geld verdiend! Wij blijken overigens niet de enige backpackers te zijn, die op de gekste manier geld proberen te besparen. Zo hebben twee meisjes het monopoly kaartspel nagemaakt met goonboxen. Kost wat energie, maar dan heb je ook wat!

Naast al het gechill zijn we sindskort ook bezig met wat serieuze materie: wiskunde! Om enigszins kans tot slagen te hebben op de universiteit, wordt een bepaald wiskundeniveau verwacht. Rob heeft toch zeker de wiskundeskills van een Havo 3 leerling en ik kom niet veel verder dan de tafel van zeven, die zo nu en dan nog getraind wordt tijdens het kingsen. Aan de algebra, machtsfuncties en logaritmen dus! Deze tijdsinvulling is onze hostelgenoten ook niet onopgemerkt gebleven, want pas werden we uitgemaakt voor ‘mathemathics geeks’. Het moet niet gekker worden.

Vandaag is ons laatste dagje in het hostel. Morgen stappen we om twee uur de bus in voor een anderhalf uur durende rit richting Surfers Paradise!

PS. Eén dagje te laat, want Rob lag na een drukke dag poolen en films kijken al om twaalf uur te tukken.

21. mei, 2012

Dag 100 – dag 104

Dag 100 – dag 104

Toen we in Port Macquarie aankwamen, dachten we even weer in Azië te zijn beland. We waren onze ogen nog aan het uitwrijven van de lange busrit of er stonden alweer twee man hun hostel te promoten. Hier geen mannen met vieze snorretjes, maar een grote Australische beer en een lelijk, klein, dik ventje. Aardig was Gollum wel, want we kregen pardoes een euro korting op onze nachten. Aangekomen bij het hostel, gaf de laid-back hosteleigenaar, met parkiet op de schouder, ons de sleutels en “here is a lollie, because lollies are cool”. Al snel kwamen we erachter dat we hier wel even konden vertoeven; TV room, gameroom met pool-, airhockey-, voetbal- & tafeltennistafel, zwembad met hangmatten en gratis bodyboards & computertoegang gingen er bij ons wel in.

De donderdag brak aan en niet zomaar eentje: dag 100. Lang hebben we hiernaar uitgekeken, want dag 100 staat in het teken van zondigen tegen het sobere leven. Toch begonnen we de dag actief; een grote wandeling over de stranden zou ons bij een lighthouse, met een mooi uitzicht, brengen. Na anderhalf uur met de zon op de kop gelopen te hebben, klonk het lighthouse echter niet meer zo interessant en besloten we, als twee luie koala’s, de stabiele rugligging aan te nemen. Maar zijn koala’s lui dan? Jazeker! Koala’s slapen namelijk 18 uur per dag, legde de guide in het Koala hospital ons haarfijn (en driemaal) uit. Wij kwamen tijdens voedertijd, dus Harry, Barry en Larry kwamen net uit hun boom rollen. De geloofwaardigheid van de koala-guide nam met forse schrede af toen hij ons vertelde dat we de koala-vrouwtjes kunnen herkennen aan een klipje in het rechteroor, want “women are always right”. Eenmaal terug in het hostel, was het voor ons tijd voor een feestje: 16:00 uur – taart en koffie, 21:00 uur – onbeperkt pizza en bier. Feitje: onbeperkt blijkt beperkt te zijn, wanneer er een dronken Ier mee eet.

De volgende ochtend stonden we in onze wetsuits en met onze surfboards te trappelen om te water te gaan. Het touwtje, dat het surfboard met je been verbindt, kwam vooral tijdens het eerste half uur zout water happen goed van pas. Net toen het opstaan en surfen goed begon te lopen, verplaatste de aandacht van de hele groep. Tien dolfijnen kwamen langs om te kijken hoe Arjan en ik het er vanaf brachten. Die blije vissen bleven een kwartiertje om ons heen zwemmen om vervolgens de vinnen te nemen. Twee uur surfen later waren we verkocht: dit gaan we vaker doen! Gezien het prachtige weer besloten we onze actieve dag opnieuw liggend af te sluiten. Aangezien het strand wat ver lopen was, gingen we voortijds neerwaarts, tot vermaak van voorbijgangers. Sinds wanneer is het vreemd dat twee toeristen, waarvan één op een Tweety handdoek inclusief hartjes, op een stukje gras naast een parkeerplaats gaan liggen?

Zaterdag zijn we de Greyhoundbus ingestapt richting Coffs Harbour, bekend om zijn bananen. De groene bananen die wij voor twee dollar langs de weg kochten, vielen echter wat minder in de smaak en wat meer in de prullenbak. Die nacht stond de wekker om kwart voor vijf, aangezien Bayern en Chelsea geen rekening met ons houden. Geschrokken werd Arjan anderhalf uur na zijn wekker wakker, net op tijd voor de extra tijd. Prima zo: vanuit bed tv kijken. ‘s Middags zijn we samen met de hostelmanager naar een grasheuvel met tig kangaroes gereden. Geniale beesten met baasachtige sprongen. Eén kleine Skippy was zelfs head-first in de buidel van mama gehopt!

Inmiddels zijn we in Byron Bay beland. We zitten in een super gezellig hostel met opnieuw gratis pannenkoeken als ontbijt. Een mooi weekje voor de boeg!

PS. Dagje te laat als gevolg van de goon, want goon is het begin van al het kwaad.

16. mei, 2012

Geschoren schapen – dag 99

Geschoren schapen – dag 99

Het goede voornemen om mensen met de Chinese nationaliteit niet meer zoveel belachelijk te maken, moet ik bij dezen overboord gooien. Toen wij vrijdag de trap richting het dal van de Blue Mountains afliepen, werden we voorbij gestormd door een drietal turbo-Chinezen; on their way to the Scenic Railway. Dit is een oude spoorweg, die veel gebruikt werd door mijnwerkers, ergens in de 19e eeuw. Nee, inderdaad niet boeiend, maar blijkbaar staat deze hotspot wel in de Chinese ‘Australia in one week’ reisplanning. We hoorden dat Chinese werklui niet meer dan een weekje vakantie konden krijgen, maar ondanks dat, toch naar Australië gaan. Vervolgens willen ze ook nog eens alle hotspots in het land bezoeken, dus vliegen ze dagelijks het halve land door, om alles te kunnen zien. Nou ja, daadwerkelijk zien ze de plekken thuis pas, wanneer de fotocompilatie van de mooiste 2.500 foto’s wordt afgespeeld.

Onze hotspot van de dag was het Ruined Castle, een groep grote stenen, midden in de Blue Mountains. Vanaf hier hadden we een 360 graden view over de gehele vallei; behoorlijk gaaf. Op de terugweg namen we kennis van de laatste Australische trend op het gebied van hardloopschoenen; één of andere Aussie liep op rubberen sloffen met voor elke teen een apart gat. Ik hoop voor hardlopend Nederland dat deze trend tussen de kangaroes blijft hangen, want modieus kunnen we deze teenlappen in ieder geval niet noemen.

Zaterdagochtend was het tijd om onze lichamen, per trein, terug naar Sydney te laten vervoeren. Bij het betreden van de trein, zagen we helaas geen vrije vierpersoons plekken, maar gelukkig hebben ze daar een sicke trick voor: de hightech treinbanken zijn hier namelijk om te draaien! Nee, dat kan niet in het blauwe monster op de valleilijn! Een paar uur later kwamen we aan bij ons hostel in Kings Cross, het peperdure uitgaansgebied van Sydney. Het hostel beloofde gratis entree en drankjes op de website, maar blijkbaar geldt dit niet op zaterdag, dus hebben we de avond gevuld met drankspelletjes en een bezoek aan de McDonald’s.

Zondag werd benoemd tot uitbrakdag, want de goon had zijn werk weer geweldig gedaan. Wat een katers brengt dat spul met zich mee; heeeul niet best. Bondi Beach, het strand van Sydney, leek ons wel een goede plek om bij te komen. Helaas bleek 20 graden en windkracht 6 niet echt een goede combinatie voor een middagje strand, maar op karakter zijn we blijven liggen. Onderkoeld maar voldaan stonden we even later de aardappels en een schnitzel te bakken. De sla met honing-mosterdsaus maakte het ‘feels like home’ gerecht compleet.

Aangezien Rob inmiddels ook alweer wat haar op zijn voorhoofd voelde kriebelen en mijn haar al weken lang half voor mijn ogen hing, was een bezoekje aan de kapper misschien niet zo’n gek idee. De zoektocht naar een goedkope kapper bleek gemakkelijker dan gedacht. Via de receptie van het hostel kwamen we erachter dat twee blokken verderop een ’12 dollar’ kapper zit. Rob en ik kregen verschillende kappers toegewezen, maar op vier punten zaten de knipheren op één lijn: erg snel met het haargereedschap, “not too short” niet begrijpen, bijna met pensioen en een bredere buik dan de kappersstoel. Toen meneer in plaats van de schaar de tondeuse tevoorschijn toverde, was het laatste beetje vertrouwen in een goede afloop verdwenen. Als twee geschoren schapen liepen we de kapperszaak uit; scheelt weer wat werk ‘s ochtends!

In de middag heeft Rob een poging gewaagd om een goede vervanger te vinden voor zijn, inmiddels niet meer zo grappige, Tweety handdoek. Geen succes. Mijn doel was om vervanging te zoeken voor alles wat kwijt is geraakt de afgelopen maanden, waaronder een vest. Helaas hangen zelfs de S’jes hier op je bovenbenen; ook geen succes. Toch best apart om niet te slagen in een winkelcentrum, waar we een keer of veertien verdwaald zijn geweest. Nadat we gisteren een nieuwe, niet succesvolle winkelpoging hebben gedaan, is het vandaag tijd voor onze doorreis naar Port Macquarie. East Coast, here we come!

10. mei, 2012

Over de helft – dag 93

Over de helft – dag 93

Daar stonden we dan, in Canberra, de hoofdstad van Australië. Na maandenlang ontwijken, kwamen we er nu echt niet meer onderuit: cultuur! Vrijdagavond raakten we, tijdens de barbecue op het dakterras van het hostel, aan de praat met een Australische universitaire docent. Aangezien het toch weekend was, bood de vriendelijke man ons, en nog twee jonge honden, een rondleiding door Canberra aan. Waarom ook niet? Tegen alle verwachtingen in werd zaterdag, dankzij Wikipedia-meneer, een vrij interessant dagje. Zo leerden we bijvoorbeeld dat de aboriginals de laatste jaren ook niet stil hebben gezeten in de bouw. Pal tegenover het parlementshuis staat het bewijs: de ‘Aboriginal Tent Embassy’.

Nog een leuk feitje over de buschauffeurs in Australië: ze zijn niet zo snugger. Zo wisten we al dat je in trams niet altijd een kaartje hoeft te kopen, aangezien er toch bijna nooit gecontroleerd wordt. Maar dat je geen kaartje hoeft te kopen, wanneer je bij het binnenstappen van een bus vertwijfeld naar de kaartautomaat kijkt, was toch een verrassing voor ons. Helemaal toen het op de terugweg bij een andere buschauffeur opnieuw lukte! Na een avondje stappen (lees: poolen; het blijft Canberra) mochten we ons zondagochtend opnieuw naar de Greyhoundbus begeven. Weer een ochtendje met heuse stress, want we werden steeds naar een ander busstation toegewezen. Gelukkig was de koffie van de buschauffeur nog niet op en konden we drie minuten te laat alsnog de bus betreden. Een vier uur durende rit in de bus met een vloekende en tierende chauffeur bracht ons op onze volgende bestemming: Sydney, een donders mooie stad!

Wat voor velen van jullie misschien onbekend is, is dat ieder half jaar zich een ritueel in mijn mond afspeelt; zo ook maandag. Het ijzeren draad, gevestigd achter de tanden van mijn bovenkaak, ontdoet zich van mijn gebit en besluit een ontdekkingstocht naar mijn tandvlees te nemen. Gelukkig zijn er in Sydney ook tandartsen met potjes lijm en voor 50 piek zat meneer Spalk weer stevig gevestigd op zijn oude positie. Na deze enerverende gebeurtenis namen we de benenwagen richting de welbekende Harbour Bridge en het Opera House. Aangezien het Opera House van bovenaf een stuk indrukwekkender schijnt te zijn, gingen we het dichtstbijzijnde hoge gebouw in en liepen we stoïcijns langs de receptie, richting de liften. Helaas riep poortwachtermeneer ons terug. Na drie van deze pogingen besloten we het voorlopig op te geven en een dutje te doen in de Royal Botanic Gardens.

Dinsdag zijn we per trein naar Katooomba gereisd. Vanuit hier hebben we twee dagwandelingen gemaakt door de bossen, langs afgronden en onder watervalletjes van de Blue Mountains. Om onze dorms enigszins ‘slaapbaar’ te houden, hebben we onze schoenen deze keer te luchten gezet bij een open raam. Dit in tegenstelling tot een paar weken geleden, toen Arjan’s schoenen plots in een plastic zak waren geknupt door een dormgenoot, die de geur van een combinatie van nat gras, modder, bezwete voeten en ongewassen teennagels niet zo kon waarderen.

Ondertussen zit al meer dan de helft van onze trip erop. Het koken gaat steeds gemakkelijker, al heeft Arjan soms nog de behoefte om theedoeken in de fik te zetten. Vandaag is bestempeld tot chill-dag, morgen nog een beestachtige wandeling door de Blue Mountains en zaterdag terug naar Sydney om een potje te gaan stappen!