jun 18

Fraser Island – dag 132

door in Australië

Hoewel we naar Noosa waren gekomen om anderhalve week te surfen, hebben we daar (dankzij regen) slechts vier dagen aan besteed. Doordat het EK voetbal (RIP Nederland) in Australië ‘s nachts wordt uitgezonden, konden we echter wel onze tijd nuttig besteden aan onze grootste hobby: uitslapen. Verder hebben we ons intellectueel laten onderwijzen door hoogstaande gesprekken met een Maltesiër, die voor ons een week lang enkel bij de naam ‘Malta’ bekend was. Zo liet ‘Malta’ ons weten dat hij als 1 van de 500 uitverkorenen op een uitzendingsproject was met het streven om de wereld met Maltesiërs te bevruchten; een nobel doel. Ook onderwees hij ons in de Maltese keuken: spaghetti word blijkbaar niet met gehakt, maar met Maltesers gegeten! Onze laatste dag in Noosa hadden we toch nog wat geluk: veel zon en hoge golven. Hoewel Stephanie na twee weken nog steeds weigert voor ons te koken, waren we haar dinsdag erg dankbaar. Toen het hele strand onder het water kwam te staan door een immense golf, had onze reddende engel de tassen met paspoorten en elektronica in veiligheid gebracht.

Woensdag kwamen we aan in Rainbow Beach, ons vertrekpunt voor de drie-daagse tour op Fraser Island. Na een korte kennismaking met onze groep werd de boodschappenlijst, niet geheel zonder problemen, samengesteld voor de komende drie dagen. Toen we even later in de supermarkt stonden, voelde het alsof ik in de Albert Heijn in Barneveld rondliep: Sanne, mijn basisschoolgenote was ook haar avondeten aan het bietsen; wat een klein wereldje. Aangezien Nederland het die nacht om 4:45 tegen die Mannschaft moest opnemen, gingen we, samen met tour-mattie Jasper, op zoek naar een locatie om voetbal te kijken. Joey Holland (ja, echt!), een Australische barman met een veelste grote TV, nodigde ons uit om bij hem te komen kijken. Onze Duitse hostelbuddies waren trouwens ook welkom… Voor tien dollar.

Twee uur later liepen we met gebogen hoofdjes terug naar ons hostel met de oranje stropdassen in de broekzak. We konden het EK gelukkig snel uit ons hoofd zetten, omdat we moesten verzamelen voor een lange preek van onze tourguide over de gevaren van het auto rijden, de wilde zee, afbrokkelende rotsen, dingo’s en spugen in het vuur. Veertien man en vrouw werden verdeeld over de twee Four Wheel Drives; klaar om te gaan! De drie dagen hierop volgend werden besteed aan rondscheuren over stranden, golven ontwijken en stuiteren door het binnenland van Fraser Island. Speakers op standje max, meeschreeuwen met de muziek en een sporadisch stinkscheetje van Arjan zorgden voor een puike atmosfeer. Na zestien mislukte piramides in Lake McKenzie zijn we naar ons kamp gegaan voor een pot eten, een paar zakken goon en een goede nachtrust in ons tentje.

De volgende dag stond er een hoop op het programma. Het begon met een backflipje in de Champagne Pools, gevolgd door een bezoekje aan het shipwreck (door omstandigheden geen foto van beschikbaar). Vervolgens hebben we een walvis gevangen voor het middageten en als blije kinderen van een zandberg afgesprongen. ‘s Avonds zorgde Stephanie voor het eten en daar was Marco erg over te spreken (“Wonderful! Beautiful!”, aldus Marco), maar gezien zijn volle maag, kreeg hij zijn bordje nog niet half leeg. Menig wenkbrauw ging, 5 minuten later, omhoog toen hij op een sausage van de andere groep zat te knauwen. Die avond hebben we het drankspel ‘hula hula hula’ aan onze groep geïntroduceerd en niet veel later stond plots iedereen op tafels te dansen en hebben Max en ik op dingo’s gejaagd om het kamp veilig te houden.

Dag drie begonnen we iets minder fit, maar uiteraard zonder kater, met een duik in Lake Wabby, welke onderaan een zandheuvel gepositioneerd is. Gezien de ligging van het meertje kwamen we al snel op het idee om zo idioot mogelijk het water te betreden. Na dertien variaties op achteruit rennen, koprollen, huppelen met ogen dicht en hinkelen met één vinger op de tepel konden ook onze Engelse maten niets meer verzinnen en was het tijd voor de terugweg naar ons hostel. De volgende dag hebben we een emotioneel afscheid genomen van Max (ook wel: Maximum of Maximus), Luke (ook wel: Laidback Luke), James (ook wel: Greg), Marco (ook wel: Marco Pizza Pasta Cappuccino Mafia) & Paige (ook wel: @#%wijf) en hebben we de avond afgesloten met de horrorfilm Wolf Creek; heerlijk voor het slapen gaan, voor de gemiddelde backpacker.

Morgen stappen we in de bus richting Bundaberg, voor een bezoekje aan de zoon van de cliënt van de moeder van Arjan. Juist ja!

PS. Uiteraard weer een dagje te laat, excuses!

3 reacties op “Fraser Island – dag 132”

  1. Van PJ:

    Very nice!;)

    Geplaatst op 21. jun, 2012 om 08:56 #
  2. Van Wout-Jan:

    Hé mannen,

    Wederom een mooi dagboekverhaal en nog epieschere (woord van Arno, net zoals de spelling) foto’s!

    Rob, hoe heet je vriendinnetje? :D

    x

    Geplaatst op 21. jun, 2012 om 09:29 #
    • Van Rob:

      Hebben we het over dezelfde Arno die net zijn HBO heeft afgerond? Je kent mijn vriendinnetje toch allang. Zij is de uitzondering op de regel ‘alle vrouwen zijn…’ ;)

      Geplaatst op 27. jun, 2012 om 23:18 #