jul 17

Forever young – dag 161

door in Indonesië

Ondanks dat tempels ongeveer de meest oninteressante gebouwen op aarde zijn, stapten we zaterdag het hostel uit om een bezoekje te brengen aan dé apentempel van Bali. Zeventien riskante inhaalmanouvres van Balinese snorretjes op scooters, duizend onnodige claxoneergeluiden en nog geen twee minuten later reden we op de highway. “Where are you from”, hoorde ik opeens naast me. Eén van de vele Balinese scooterbestuurders was naast me komen rijden en na mijn eerlijke antwoord bleek Engels spreken overbodig. De wereld bleek weer klein te zijn, want de beste man heeft een broer in Barneveld wonen. Een uur later kwamen we met onze gemotoriseerde tweewielers aan bij de apen en daar hadden we enorm geluk: het begon te regenen en dat voor het eerst in vier maanden. Dat wij dat nou mogen meemaken; boffen zeg. Tijdens het schuilen kregen we gezelschap van een aap, die onze schouders afwisselde als chillspot. Na wat beestachtige foto’s was het tijd om een willekeurig restaurantje op te zoeken voor wat avondvoer. De ‘spicy chicken’ leek mij wel een geschikte keuze en even later viel de naam van dit gerecht volledig op zijn plaats: de kip was, laten we zeggen, kruidig van smaak. Lekker zweten, mag ook wel een keer!

In Azië maak je elke dag wel wat raars mee. Zo ook zondag: de drukke straat, waaraan ons hostel gevestigd is, was opeens afgesloten en omgetoverd tot markt. Midden op de markt lag een slang van minstens vijf meter een beetje het reptiel uit te hangen. Spannend genoeg, maar voor ons geen reden om nóg langer te blijven. Ubud, the centre of art, was de bestemming. Als echte tempelknuffelaars hadden we weer een mooie tempel op de route uitgezocht, namelijk de Goa Gajah. Volgens 3 op reis een must see, dus dan zal het wel goed zijn, was de gedachte. Bij aankomst werden we door een mannetje naar een bak met vissen en een drietal fonteinen gewezen, waar we onze kop konden wassen; blijf je jong van. Ongelooflijk dat zoiets kan! Vervolgens liep hetzelfde mannetje ongevraagd met ons mee door de gehele tempel en vertelde wat slaapverwekkende verhalen in gebrekkig Engels. Bij afloop van zijn, naar eigen zeggen, ‘tour’, wilden we weglopen, maar dat was schijnbaar niet de bedoeling: “Normally tourists give me something after I’ve done this tour”. Het ‘flikker-maar-mooi-op-gevoel’ overheerste, maar om niet geheel asociaal over te komen, hebben we hem 2 euro in de hand gedrukt: kan hij weer een mooie vis van kopen.

Het laatste wat we nog even moesten doen, was een slaapplek vinden in Ubud. Na wat rondgevraagd te hebben, kwamen we bij een jongen aan, die al voor vijftien jaar een homestay runde. Het ondernemerschap zat er bij hem blijkbaar al vroeg in, want vaders vertelde even later dat zijn zoon nu 24 is. Al met al kregen we voor 5 euro een privé-kamer met gratis wifi, gratis ontbijt en een extra bed; mag ook wel voor dat geld.

Toen we de volgende ochtend ons vers fruitontbijtje weg zaten te knagen, stond een chauffeur alweer te wachten om ons naar de top van de Ayung River te brengen voor wat activiteit: raften! Samen met één Ier stapten we een uurtje later de auto uit. Een wandeling van twintig minuten over een modderig pad met aan weerszeiden rijstvelden en hier en daar een koe bracht ons bij ‘the company’, gevestigd in een blokhut. Nadat we hadden gewacht op de andere elf rafters, waarvan er precies nul kwamen opdagen, stapten we met twee instructeurs de boot in. Alhoewel, instructeurs kun je hen ook weer niet noemen. Het was voor mij tenminste de eerste keer dat we langer vast hebben gezeten dan geraft. Ook moesten we meer dan eens de boot induiken om een overhangende rots te ontwijken, die de instructeurs even over het hoofd hadden gezien. Wat ze wel erg leuk deden, was ‘krokooodieeeeel’ roepen bij elke hagedis die ze zagen. Niet echt waar we voor kwamen, maar toch.

Dankzij de Ier uit onze boot kunnen we nu wel twee sappige feitjes over Japanse vrouwtjes met jullie delen. Er komen behoorlijk wat gewillige Japannertjes naar Kuta, om daar te betalen voor dé daad. Het is voor deze vrouwtjes te hopen dat zij niet zwanger worden van een Ierse gigolo, want dat wordt lastig met bevallen. Ieren schijnen namelijk de grootste hoofden ter wereld te hebben en Japanse vrouwtjes de kleinste, nou ja, jullie snappen me wel. Het komt er in ieder geval op neer dat een dergelijke geboorte zelden op natuurlijke wijze mogelijk is.

Vandaag zijn we, wederom per scooter, doorgereisd naar Achmed, uhh Amed. Dit is een mooi snorkelplaatsje aan de oostkust. Rob heeft hier fraai gesnorkeld en ik ben vooral bezig geweest met mezelf openhalen aan rotsen en koraal. Levensgevaarlijk dat snorkelen. Het avondeten bestond uit gefrituurde kip met patat en groenten. Lekker Hollands, behalve dat de frituur hier blijkbaar door een ezel en een molen moet worden aangeslingerd. Het was voor ons in ieder geval de eerste keer dat we drie kwartier moesten wachten op gefrituurd voedsel.

Morgen op naar Lovina Beach voor hopelijk wat dolfijnen!

Eén reactie op “Forever young – dag 161”

  1. Van Debbie:

    Blijf jaloers….

    Hoop dat jullie dolfijnen kunnen spotten!!

    Ennee staat je goed Arjan, je nieuwe style!

    X

    Geplaatst op 18. jul, 2012 om 15:02 #