Archief van auteur
24. jul, 2012

Paard en wagen – dag 168

Paard en wagen – dag 168

De woensdag begon vrij gunstig met het zonnetje op de bol en twee bananenpannenkoekjes als ontbijt. Kort nadat we de scooters hadden aangeslingerd, sloeg het weer echter om en moesten we elke tien minuten schuilen voor een plensbui in de winkeltjes (lees: een vitrine met twee soorten frisdrank en een zak chips) van willekeurige Balinezen. Opvallend is dat Balinezen over het algemeen een stuk vriendelijker en hulpzamer zijn dan mensen uit Thailand en Maleisië. Toch zitten er altijd een paar rasechte Aziaten tussen, bleek maar weer bij het tankstation. De benzine voor mijn bakbeest kostte 9.000 Rupiah en aangezien ik alleen een briefje van 100.000 had, dacht meneer er wel mee weg te komen om slechts 10.000 terug te geven; foei! Toen ik hem hierop aansprak, handigde hij zonder schaamte ook de rest van het bedrag over. Aangezien Arjan het ook niet kon waarderen, scheurde hij met zijn Honda Vario even later vol door een plas heen, waardoor een heel peleton Balinezen kletsnat werd; terecht! Een dozijn kilometer later kwamen we aan bij de Pura Besakih, de grootste en mooiste tempel van Bali, waar we een half uurtje stoer rond zijn wezen stappen in onze huur-sarongs, die Arjan voor twee Australische dollar op de kop had getikt. Rond 2 uur was het weer tijd om de pens te voeren en stopten we bij een warung (goedkoop restaurant). Na een prima maaltijd kwam het stokoude vrouwtje de rekening brengen, die wat hoger uitviel dan verwacht. Toen het vrouwtje ter verduidelijking het menu erbij pakte, bleek ze gewoon gelijk te hebben, al leken de stickertjes met prijzen achter onze gerechten een stuk witter dan de rest. Voor zo’n mooie goocheltruc betalen we graag een euro extra! Een half uurtje later reden we hoog door de bergen in onze t-shirts met de tandjes op elkaar, vriezende handen en kneiterharde tepels. Snel een kiekje geschoten van de vulkaan aan de overkant en met 80 km/u naar beneden gevlucht; de warmte in.

De volgende ochtend werden we wakker in Lovina en zijn we naar haar beroemde zwarte strand geweest, dat in werkelijkheid gewoon een lelijk strand is en al zeker niet zwart. Wél wilde een Balinese kapitein ons voor vijf euro in zijn boot met zijwieltjes een berg met dolfijnen laten zien, die vrolijk voor ons uitzwommen en gekke capriolen in de lucht uithaalden; awesome! Onze volgende bestemming: Permuteran, een puike plek om te snorkelen. “Ssst”, zei de snorkelverhuurder toen wij 40% van de prijs aan het afpraten waren op het moment dat een Engels stelletje zonder twijfel de volledige vraagprijs neerlegde. Troebel water was het wel, dus uiteindelijk waren wij ook afgezet.

De ochtend van onze laatste scooterdag werd ons een koninklijk ontbijt voorgeschoteld, dat wij dan ook als bouwvakkers wegknaagden. Na dit puike ontbijtje hadden we met medisch tape de camera op het stuur bevestigd voor een aantal fraaie filmpjes en zijn we naar onze thuisbasis gescheurd: BedBunkers te Kuta. Mac, ons maatje uit Australië, zat hier al met smart op ons te wachten. Zijn dreadlocks waren inmiddels wat verder uitgegroeid, zijn huidskleur was nog wat donkerder en hoewel hij een Canadees met Filipijnse ouders is, zou je hem zo aanzien voor een Balinees. De bewakers van SkyGarden waren het wel met ons eens, want elke avond wanneer Mac naar deze club ging, werd hij dubbel gecontroleerd op zijn nationaliteit. SkyGarden is immers alleen voor toeristen. Bijna 4000 foto’s had Mac tijdens ons avondje stappen gemaakt, waarvan 75 procent zwart was; had vast iets te maken met zijn quest om 21 gratis drankjes te nuttigen binnen het uur. Onnodig om te benoemen dat het een goede avond was.

Aangezien we tijdens onze roadtrip erachter waren gekomen dat resorts hier goedkoper zijn dan hostels als BedBunkers, zijn we zaterdag verkast naar Suka Beach Resort. De rest van de dag hebben we, samen met Mac, doorgebracht op het strand. Beetje surfen, beetje cornetto eten, beetje liggen. Na deze fysiek zware middag werden de handdoeken weer opgerold en is ‘sleutel van kamer’ toegevoegd aan Arjan’s lijst van verloren voorwerpen. De avond hebben we samen met Mac een Mie Goreng genuttigd en wat geouwehoerd op ons balkon.

Zondag stond de wekker al om half zeven te loeien, want het was tijd voor de fastboat naar Gili Trawangan, een dichtbij gelegen eilandje van slechts zeven kilometer in omtrek. Na een oncomfortabel boottochtje, waarbij meer water in de boot leek te komen dan erbuiten bleef, kwamen we aan op dit befaamde eiland. Een hele verandering: geen auto of scooter te bekennen, maar paard en wagen! Bij het zoeken naar een overnachting vroeg Arjan of de kamer een ‘cold or warm shower’ had. “Fresh water, sir”, was het antwoord van Balinees Ben; dat klinkt een stuk beter dan ‘not cold and not warm’ van het vorige kamertje. Vervolgens hebben we onze vuile was voor de laatste keer naar één van de vele laundries van Gili Trawangan gebracht. De keuze viel gemakkelijk op ‘Mama Laundry’ zodat we alvast kunnen wennen aan onze Nederlandse wasserette.

De laatste drie dagen hebben we, als luie zeeleeuwen, liggend op het strand doorgebracht. Wellicht gaan we morgen weer wat ondernemen, wellicht ook niet!

13. jul, 2012

Kartbaan – dag 157

Kartbaan – dag 157

Geld maakt niet gelukkig, maar toen we bij aankomst op Bali op de ATM het fameuse bedrag van 1.000.000 selecteerden, voelde het toch voor herhaling vatbaar. Met tien flappen van een ton op zak liepen we het vliegveld uit, waar de paparazzi ons op stond te wachten; of toch in ieder geval rond de honderd taxichauffeurs. Aan Azië zijn we inmiddels gewend, dus na rondgevraagd te hebben bij westerlingen kwamen we er snel achter hoeveel we ongeveer moesten betalen. Een duizendje of zeventig lichter werden we afgezet bij ons hostel Bedbunkers, wat zijn naam te danken heeft aan het feit dat de bedden hier drie hoog zijn gestapeld. Voor het eerst balen dat ik op het onderste bed slaap, want bij het naar boven klimmen voel ik me een heuse acrobaat!

De volgende dag werden we laat in de ochtend wakker. Niet vanwege lui- of moeheid, maar doordat het pikdonker is in deze raamloze dorm. Aangezien we de vuile was al een poos aan het opsparen waren en de bloementjesgeur van onze huidige boxers inmiddels ook ver te zoeken was, hebben we vlug onze tas bij de laundry aan de overkant leeggekiept. Niet per kilo, maar per stuk mochten we de vriendelijke Balinees betalen, wat de strandhanddoek erg goedkoop maakt, maar de sokken vrij duur. Ach ja, duur is natuurlijk ook maar relatief in Azië. De dinsdag hebben we verder gevuld met een rondje lopen door het centrum van het toeristische Kuta, een Bami Goreng nuttigen en een nieuw paar slippers kopen voor Arjan. Zijn vorige paar, aangeschaft in Australië, waren nog geen maand oud en nu al helemaal ingezakt; slechte kwaliteit volgens Arjan, maar wij weten natuurlijk wel beter.

Woensdag was het weer zover: de wetsuits mochten aan, want we gingen weer eens een dagje surfen! De hele oceaan ligt hier vol met surfboards, want Bali schijnt één van de beste surfspots ter wereld te zijn. Na anderhalf uur peddelen en push-ups, werden de strandhandoeken gespreid en ben ik de stad ingerend voor een doggybag met banana pancakes; voor 80 cent kun je ze ook niet laten liggen! Laat in de middag gingen we weer op huus an en aangezien ik op blote voeten liep, werd de vocabulaire van Balinese verkopers uitgebreid met ‘yes, thongs?’. Een leuke uitbreiding op ‘yes, transport?’, ‘massage?’ en ‘mushrooms?’. Hoewel we op tijd naar bed gingen werd de nacht toch nog opgevrolijkt toen we werden wakker geschreeuwd met: ‘What the #@$% are you doing?’. Onze Engelse dormgenoot wist het zelf echter ook niet helemaal, hoewel hij toch echt over het bedeinde van mijn Nederlandse buurslaapster zat heen te pissen. Dankjewel, weer een ervaring rijker!

De volgende dag werd opnieuw aan surfen besteed, hoewel de zon niet scheen en de golven heel matig waren. Een groot gedeelte van de dag hebben we daarom op het strand doorgebracht met twee Balinezen, die Arjan had leren kennen toen hij de dag ervoor zijn surfboard op de neus van één van hen had geparkeerd. Tegen het middaguur sprong Arjan achterop het scootertje om naar hun favoriete afhaal-Balinees te gaan voor uiteraard een Bami Goreng! ‘s Avonds was het tijd voor een stapavondje en hoewel heel Kuta vol vette clubs zit, is de clubkeuze voor backpackers niet heel moeilijk: Skygarden. Een club bestaande uit vijf verdiepingen, maar belangrijker nog: van 21:00 tot 22:00 gratis voedsel en alcohol. Een fantastisch fenoneem waar door ons drankbaar gebruik van is gemaakt. De terugweg toch maar de taxi genomen en na letterlijk een kwartier onderhandelen kreeg Arjan het voor elkaar om in plaats van 30.000 Rupiah slechts 20.000 Rupiah te betalen: weer een euro bespaard!

Aangezien we weer als popsterren gefeest hadden, werd de vrijdagochtend bestempeld tot nationale maf- en internetdag. Toen we de luie lichamen toch eindelijk uit bed kregen, hebben we in de stad twee scootertjes gehuurd: inclusief verzekering 3,33 euro per dag. Een weekje werd zelfs nog in acht dagen getoverd toen meneer 13 t/m 20 juli opschreef in zijn ‘administratie’, heuul goed! Eenmaal opgestapt reden we een uurtje later langs fel groene velden om een kijkje te nemen bij één of andere tempel. Nadat we gezegend waren door middel van een plens water, een fraai bloemetje achter ons oor en zeven rijstkorrels op ons voorhoofd (waarvan zes voor Arjan en één voor mij) mochten we een trappetje van twaalf treden oplopen. Enigszins een anti-climax, maar wel geschikt voor een aantal kiekjes. Aangezien we toch cultureel bezig waren hebben we ook maar een Kecak Fire Dance meegepakt en op de terugweg onze derde pizza in Bali genuttigd, volledig bereid in open keuken en dat voor twee euro per stuk.

Hoewel het verkeer in Bali bij aankomst nog als chaos werd omschreven, lijkt het nu eerder een grote kartbaan. Deze baan is echter wat groter dan in Texel en al snel was ik Arjan in het donker kwijt. Mijn bordleeskwaliteiten laten me al jaren in de steek, maar gelukkig wist ik de weg naar Kuta, met behulp van een dozijn Balinezen toch terug te vinden. ‘Vergeet de verkeersregels en volg je gezond verstand’ was de tip van onze Nederlandse hosteleigenaar. De politieagent was het hier echter niet mee eens toen ik een eenrichtingsweg uit kwam scheuren. Voor ik het wist was mijn sleutel uit de scooter getrokken en werd ik naar het politiebusje toegewezen. Gelukkig had onze hosteleigenaar ons ook verteld dat de politie hier corrupt is en dat ze met vijf euro ook om te kopen zijn. Arjan had al een uur op mij zitten wachten en was dan ook vrij opgelucht om me weer te zien verschijnen; toch maar eens afspreken hoe we dat de volgende keer oplossen.

We liggen inmiddels weer veilig en wel in onze mand, de komende dagen gaan we heel Bali verkennen!

03. jul, 2012

Rust zacht, Ingrid – dag 147

Rust zacht, Ingrid – dag 147

Na drie kwartier ploeteren met naald en draad zag het resultaat er boven verwachting waardeloos uit. Mijn spijkerbroek, welke inmiddels van vijf ongewenste gaten is voorzien, kan er, net als wel meer kleding, eigenlijk niet meer mee door. Onder het motto ‘alles gaat in de kliko zodra we thuiskomen’, blijven we het lekker aantrekken. Naast het behandelen van mijn broek hebben we donderdag ook afscheid genomen van Ingrid, de grote liefde van Henk en tevens onze koeltas. Henk en Ingrid hebben elkaar in Melbourne ontmoet en kregen al snel een dochtertje, wiens naam niet geschikt is voor dit blog. Ingrid is op 2-maandelijkse leeftijd overleden aan verotte eieren. Wij wensen man en dochter sterkte in deze moeilijke tijd.

Toen we, na een busreisje van vier uur, in Townsville aankwamen, werden we door de hosteleigenares aangeraden de Castle Hill Walk te bewandelen. Hoewel we, als luie draken, sinds ons vertrek uit Nederland al niet meer gesport hebben, blijken onze beestachtige kuiten hardlopend Australië nog goed partij te bieden. Naast de sportief geklede, zwetende Aussies liepen we in spijkerbroek en t-shirt naar boven. In alle eerlijkheid moet ik toegeven dat, eenmaal boven aangekomen, ook wij niet meer fris roken, maar dat zijn we inmiddels wel gewend.

De volgende ochtend waren we semi-vroeg uit de veren voor een dagje op Magnetic Island. Twintig minuten op de ferry bracht ons op dit eiland, wat voor ons vooral bekend stond om haar overvloed aan koala’s. Tijdens de dagwandeling zagen we prachtige baaien en kwamen we pardoes twee wilde koala’s tegen, die bovenin een boom de kleermakerszit uitprobeerden. Hoewel de verschillen tussen backpackbaas en koala enorm zijn, viel het mij op dat we één ding in gemeen hebben: ook zij voeren de hele dag niets nuttigs uit. Maar zo lui als koala’s zijn, zo actief zijn wallabies. Deze buidelloze miniatuurkangaroes konden we rond half vijf een fijn worteltje voeren, die ze maar al te graag van onze handen afknabbelden. Op Magnetic Island zijn we voor onszelf ook alle nationaliteiten nog eens langs gegaan, wat soms verontrustende conclusies opleverde. Zo blijkt dat niet alle Italianen pizza kunnen bakken en niet alle Mexicanen tortilla’s kunnen bereiden. Verder kunnen zowel de Aziaten als de Fransen geen fatsoenlijk Engels. Opmerkelijk is ook dat elke Nederlander een hekel heeft aan Chinezen, niet alleen omdat ze asociaal zijn tijdens het maken van foto’s, maar vooral om het feit dat ze geen bami voor ons bakken. Het meest verontrustende is misschien nog wel dat elke Duitser die we zijn tegengekomen aardig blijkt te zijn. Een wereld op zijn kop.

Zaterdag was het weer tijd voor de Greyhoundbus richting Cairns. Hoewel de afstanden en reistijden in Australië erg groot zijn, merken we hier echter weinig van. Zes uur in de bus word opgevuld met een paar bammetjes eten, een filmpje kijken, een beetje ouwehoeren en… We zijn er al! Een treinritje van Barneveld naar Utrecht lijkt langer te duren. ‘s Avonds was het weer tijd om onze dansmoves te tonen in hostel en tevens discotheek Gilligans. Nadat we tientallen kiekjes met een stel Aziaten hadden gemaakt, liet ik de uitsmijter, welke onder de indruk was van mijn biceps, ook toe om met mij op de foto te gaan. De McDonalds konden we op de terugweg niet vinden, dus hebben we de avond afgesloten met een vriendelijke zak Lay’s chips (uiteraard een aanbieding).

Tijdens zondag-uitbrakdag kregen we een telefoontje van Jasper, onze reisbuddy die we in Airlie Beach hebben achtergelaten. Stephanie en Jasper zijn daar nu aan het werken voor accomodatie. Steffi moet tussen 13:00 en 15:00 vijf keer de deur van de bagageopslag openen en sluiten. Jasper moet twee keer op een dag mensen ophalen bij de Greyhoundbus: hard werken dus! Om kwart voor vijf in de nacht van zondag op maandag vond de EK-finale plaats. Aangezien we om twee uur nog niet op bed lagen, besloten we de hele nacht op te blijven, wat ervoor zorgde dat ook maandag bestempeld werd tot uitbrakdag. Gelukkig is het hier goed vertoeven: 25 graden met zon, zwembadje met muziek op de achtergrond, gratis wifi, gratis avondeten en gratis ontbijt; al missen we het vroege voedsel steeds, aangezien ontbijten en uitslapen elkaar uitsluiten.

Vandaag staat een dagje lagoon en de nightmarket op de planning. Morgen vliegen we alweer richting Darwin!

18. jun, 2012

Fraser Island – dag 132

Fraser Island – dag 132

Hoewel we naar Noosa waren gekomen om anderhalve week te surfen, hebben we daar (dankzij regen) slechts vier dagen aan besteed. Doordat het EK voetbal (RIP Nederland) in Australië ‘s nachts wordt uitgezonden, konden we echter wel onze tijd nuttig besteden aan onze grootste hobby: uitslapen. Verder hebben we ons intellectueel laten onderwijzen door hoogstaande gesprekken met een Maltesiër, die voor ons een week lang enkel bij de naam ‘Malta’ bekend was. Zo liet ‘Malta’ ons weten dat hij als 1 van de 500 uitverkorenen op een uitzendingsproject was met het streven om de wereld met Maltesiërs te bevruchten; een nobel doel. Ook onderwees hij ons in de Maltese keuken: spaghetti word blijkbaar niet met gehakt, maar met Maltesers gegeten! Onze laatste dag in Noosa hadden we toch nog wat geluk: veel zon en hoge golven. Hoewel Stephanie na twee weken nog steeds weigert voor ons te koken, waren we haar dinsdag erg dankbaar. Toen het hele strand onder het water kwam te staan door een immense golf, had onze reddende engel de tassen met paspoorten en elektronica in veiligheid gebracht.

Woensdag kwamen we aan in Rainbow Beach, ons vertrekpunt voor de drie-daagse tour op Fraser Island. Na een korte kennismaking met onze groep werd de boodschappenlijst, niet geheel zonder problemen, samengesteld voor de komende drie dagen. Toen we even later in de supermarkt stonden, voelde het alsof ik in de Albert Heijn in Barneveld rondliep: Sanne, mijn basisschoolgenote was ook haar avondeten aan het bietsen; wat een klein wereldje. Aangezien Nederland het die nacht om 4:45 tegen die Mannschaft moest opnemen, gingen we, samen met tour-mattie Jasper, op zoek naar een locatie om voetbal te kijken. Joey Holland (ja, echt!), een Australische barman met een veelste grote TV, nodigde ons uit om bij hem te komen kijken. Onze Duitse hostelbuddies waren trouwens ook welkom… Voor tien dollar.

Twee uur later liepen we met gebogen hoofdjes terug naar ons hostel met de oranje stropdassen in de broekzak. We konden het EK gelukkig snel uit ons hoofd zetten, omdat we moesten verzamelen voor een lange preek van onze tourguide over de gevaren van het auto rijden, de wilde zee, afbrokkelende rotsen, dingo’s en spugen in het vuur. Veertien man en vrouw werden verdeeld over de twee Four Wheel Drives; klaar om te gaan! De drie dagen hierop volgend werden besteed aan rondscheuren over stranden, golven ontwijken en stuiteren door het binnenland van Fraser Island. Speakers op standje max, meeschreeuwen met de muziek en een sporadisch stinkscheetje van Arjan zorgden voor een puike atmosfeer. Na zestien mislukte piramides in Lake McKenzie zijn we naar ons kamp gegaan voor een pot eten, een paar zakken goon en een goede nachtrust in ons tentje.

De volgende dag stond er een hoop op het programma. Het begon met een backflipje in de Champagne Pools, gevolgd door een bezoekje aan het shipwreck (door omstandigheden geen foto van beschikbaar). Vervolgens hebben we een walvis gevangen voor het middageten en als blije kinderen van een zandberg afgesprongen. ‘s Avonds zorgde Stephanie voor het eten en daar was Marco erg over te spreken (“Wonderful! Beautiful!”, aldus Marco), maar gezien zijn volle maag, kreeg hij zijn bordje nog niet half leeg. Menig wenkbrauw ging, 5 minuten later, omhoog toen hij op een sausage van de andere groep zat te knauwen. Die avond hebben we het drankspel ‘hula hula hula’ aan onze groep geïntroduceerd en niet veel later stond plots iedereen op tafels te dansen en hebben Max en ik op dingo’s gejaagd om het kamp veilig te houden.

Dag drie begonnen we iets minder fit, maar uiteraard zonder kater, met een duik in Lake Wabby, welke onderaan een zandheuvel gepositioneerd is. Gezien de ligging van het meertje kwamen we al snel op het idee om zo idioot mogelijk het water te betreden. Na dertien variaties op achteruit rennen, koprollen, huppelen met ogen dicht en hinkelen met één vinger op de tepel konden ook onze Engelse maten niets meer verzinnen en was het tijd voor de terugweg naar ons hostel. De volgende dag hebben we een emotioneel afscheid genomen van Max (ook wel: Maximum of Maximus), Luke (ook wel: Laidback Luke), James (ook wel: Greg), Marco (ook wel: Marco Pizza Pasta Cappuccino Mafia) & Paige (ook wel: @#%wijf) en hebben we de avond afgesloten met de horrorfilm Wolf Creek; heerlijk voor het slapen gaan, voor de gemiddelde backpacker.

Morgen stappen we in de bus richting Bundaberg, voor een bezoekje aan de zoon van de cliënt van de moeder van Arjan. Juist ja!

PS. Uiteraard weer een dagje te laat, excuses!

03. jun, 2012

Laatste pannekoek – dag 117

Laatste pannekoek – dag 117

Dit hadden we voor vertrek niet verwacht: 30 °C en zon in Nederland, 15 °C en regen in Australië. Het plan om naar Surfers Paradise te gaan, werd nog even uitgesteld, aangezien het hostel in Byron Bay nog steeds goed in de smaak viel. De gratis pannenkoeken, wifi, pooltafel en de chille sfeer maken dit misschien wel het beste hostel waar we tot nu toe geweest zijn. De laid-back houding van de bezoekers van dit hostel werd maandag wel weer duidelijk toen het brandalarm afging; na twee minuten stond de eerste pipo op om even naar de wc te gaan.

De dagen hierop bleef het slechte weer aanhouden, wat ons dwong om binnen te blijven, uit te slapen, de poolskills te verbeteren, films te kijken en de eeuwen oude staartdeling weer eens te maken. De gratis shuttlebus van 17:10 bracht ons iedere middag bij de supermarkt om wat ingrediëntjes in te slaan; dat scheelt weer tien minuten lopen. Toen Heath, onze busdriver van de dinsdagmiddag, drie liftende meiden voorbij reed, schreeuwde één van onze Engelse hostelgenoten: “What the #%$¥ are you doing?!” Een hoop gelach en twee U-bochtjes later werden de meiden in het busje gepropt. De, tot kort geleden zo luidruchtige, Engelse gasten zaten plots als makke lammetjes achter in de bus: typisch gasten!

De woensdag brak aan; zoals altijd vijf minuten na check-out tijd nog een paar nachten bijboeken. Arjan had zijn onderhandel-oorbellen weer ingedaan, want hij kwam terug met $2 korting per nacht en twee gratis surfboards voor de hele dag! De grijze lucht was niet heel bemoedigend, maar als twee beesten gingen we, uiteraard per shuttlebus, op weg. Een kleine wandeling, waarbij het surfboard twee keer van arm gewisselt wilde worden, bracht ons bij de woeste zee. Eén lesje bleek nog niet genoeg voor dit geweld, maar de steeds hardere regen en een ondeugend regenboogje maakte het een hele beleving.

Zoals zo vaak stonden we ‘s avonds weer bij de pooltafel, dit keer met wat meer mensen dan normaal. Uit het Ierse kamp kwam plots het initiatief om een pooltoernooitje te houden; 15 man en 1 vrouw melden zich aan. Het labelbakje voor de voedseltassen werd omgetoverd tot een lotingbakje en niet veel later stond ik tegenover een Engelse dude, die uit zijn bed was gekomen voor dit evenement. Na een goede start en een risicovolle stoot, verdween de zwarte bal voortijdig in het gat; doei Rob, blijf lekker oefenen! Arjan maakte een betere start: na een serie van drie ballen potte hij met veel bravoure de onmogelijk lijkende zwarte bal; een daverend applaus van twintig man deed Arjan schreeuwen als een Oranje leeuw. Het geluk van het aantal toeschouwers had Arjan in de tweede ronde van het laddertoernooi opnieuw. Vrijwel iedereen stond buiten een peuk te doen toen hij de, niet te missen, zwarte bal nog mooier voor Max klaarlegde. Half twee ‘s nachts werd het toernooi door dezelfde Max gewonnen en zochten wij ons nest op.

Na een puike laatste stapavond was het zaterdagmiddag toch echt tijd om Cape Byron Lodge te verlaten. Het einde van opnieuw een mooie tijd. Samen met onze nieuwe maatjes Mac, Courtney en Stephanie stapten we in de Greyhoundbus richting Surfers Paradise. Anderhalf uur richting het noorden is het weer echter niets beter, want het staat hier non-stop te regenen. Aangezien we in het hotel al even op de dames zaten te wachten, vroegen we de receptionist waar we de vrouwen-dormroom konden vinden. Het lekkere burocratische antwoord van meneer Zuurpruim: “I can not give you this information” maakte voor ons wel duidelijk dat we hier snel weg moeten: morgen op naar Brisbane!

PS. Onze oprechte excuses: twee dagen te laat, in verband met de goede gesprekken in de gezellige groep.

21. mei, 2012

Dag 100 – dag 104

Dag 100 – dag 104

Toen we in Port Macquarie aankwamen, dachten we even weer in Azië te zijn beland. We waren onze ogen nog aan het uitwrijven van de lange busrit of er stonden alweer twee man hun hostel te promoten. Hier geen mannen met vieze snorretjes, maar een grote Australische beer en een lelijk, klein, dik ventje. Aardig was Gollum wel, want we kregen pardoes een euro korting op onze nachten. Aangekomen bij het hostel, gaf de laid-back hosteleigenaar, met parkiet op de schouder, ons de sleutels en “here is a lollie, because lollies are cool”. Al snel kwamen we erachter dat we hier wel even konden vertoeven; TV room, gameroom met pool-, airhockey-, voetbal- & tafeltennistafel, zwembad met hangmatten en gratis bodyboards & computertoegang gingen er bij ons wel in.

De donderdag brak aan en niet zomaar eentje: dag 100. Lang hebben we hiernaar uitgekeken, want dag 100 staat in het teken van zondigen tegen het sobere leven. Toch begonnen we de dag actief; een grote wandeling over de stranden zou ons bij een lighthouse, met een mooi uitzicht, brengen. Na anderhalf uur met de zon op de kop gelopen te hebben, klonk het lighthouse echter niet meer zo interessant en besloten we, als twee luie koala’s, de stabiele rugligging aan te nemen. Maar zijn koala’s lui dan? Jazeker! Koala’s slapen namelijk 18 uur per dag, legde de guide in het Koala hospital ons haarfijn (en driemaal) uit. Wij kwamen tijdens voedertijd, dus Harry, Barry en Larry kwamen net uit hun boom rollen. De geloofwaardigheid van de koala-guide nam met forse schrede af toen hij ons vertelde dat we de koala-vrouwtjes kunnen herkennen aan een klipje in het rechteroor, want “women are always right”. Eenmaal terug in het hostel, was het voor ons tijd voor een feestje: 16:00 uur – taart en koffie, 21:00 uur – onbeperkt pizza en bier. Feitje: onbeperkt blijkt beperkt te zijn, wanneer er een dronken Ier mee eet.

De volgende ochtend stonden we in onze wetsuits en met onze surfboards te trappelen om te water te gaan. Het touwtje, dat het surfboard met je been verbindt, kwam vooral tijdens het eerste half uur zout water happen goed van pas. Net toen het opstaan en surfen goed begon te lopen, verplaatste de aandacht van de hele groep. Tien dolfijnen kwamen langs om te kijken hoe Arjan en ik het er vanaf brachten. Die blije vissen bleven een kwartiertje om ons heen zwemmen om vervolgens de vinnen te nemen. Twee uur surfen later waren we verkocht: dit gaan we vaker doen! Gezien het prachtige weer besloten we onze actieve dag opnieuw liggend af te sluiten. Aangezien het strand wat ver lopen was, gingen we voortijds neerwaarts, tot vermaak van voorbijgangers. Sinds wanneer is het vreemd dat twee toeristen, waarvan één op een Tweety handdoek inclusief hartjes, op een stukje gras naast een parkeerplaats gaan liggen?

Zaterdag zijn we de Greyhoundbus ingestapt richting Coffs Harbour, bekend om zijn bananen. De groene bananen die wij voor twee dollar langs de weg kochten, vielen echter wat minder in de smaak en wat meer in de prullenbak. Die nacht stond de wekker om kwart voor vijf, aangezien Bayern en Chelsea geen rekening met ons houden. Geschrokken werd Arjan anderhalf uur na zijn wekker wakker, net op tijd voor de extra tijd. Prima zo: vanuit bed tv kijken. ‘s Middags zijn we samen met de hostelmanager naar een grasheuvel met tig kangaroes gereden. Geniale beesten met baasachtige sprongen. Eén kleine Skippy was zelfs head-first in de buidel van mama gehopt!

Inmiddels zijn we in Byron Bay beland. We zitten in een super gezellig hostel met opnieuw gratis pannenkoeken als ontbijt. Een mooi weekje voor de boeg!

PS. Dagje te laat als gevolg van de goon, want goon is het begin van al het kwaad.

10. mei, 2012

Over de helft – dag 93

Over de helft – dag 93

Daar stonden we dan, in Canberra, de hoofdstad van Australië. Na maandenlang ontwijken, kwamen we er nu echt niet meer onderuit: cultuur! Vrijdagavond raakten we, tijdens de barbecue op het dakterras van het hostel, aan de praat met een Australische universitaire docent. Aangezien het toch weekend was, bood de vriendelijke man ons, en nog twee jonge honden, een rondleiding door Canberra aan. Waarom ook niet? Tegen alle verwachtingen in werd zaterdag, dankzij Wikipedia-meneer, een vrij interessant dagje. Zo leerden we bijvoorbeeld dat de aboriginals de laatste jaren ook niet stil hebben gezeten in de bouw. Pal tegenover het parlementshuis staat het bewijs: de ‘Aboriginal Tent Embassy’.

Nog een leuk feitje over de buschauffeurs in Australië: ze zijn niet zo snugger. Zo wisten we al dat je in trams niet altijd een kaartje hoeft te kopen, aangezien er toch bijna nooit gecontroleerd wordt. Maar dat je geen kaartje hoeft te kopen, wanneer je bij het binnenstappen van een bus vertwijfeld naar de kaartautomaat kijkt, was toch een verrassing voor ons. Helemaal toen het op de terugweg bij een andere buschauffeur opnieuw lukte! Na een avondje stappen (lees: poolen; het blijft Canberra) mochten we ons zondagochtend opnieuw naar de Greyhoundbus begeven. Weer een ochtendje met heuse stress, want we werden steeds naar een ander busstation toegewezen. Gelukkig was de koffie van de buschauffeur nog niet op en konden we drie minuten te laat alsnog de bus betreden. Een vier uur durende rit in de bus met een vloekende en tierende chauffeur bracht ons op onze volgende bestemming: Sydney, een donders mooie stad!

Wat voor velen van jullie misschien onbekend is, is dat ieder half jaar zich een ritueel in mijn mond afspeelt; zo ook maandag. Het ijzeren draad, gevestigd achter de tanden van mijn bovenkaak, ontdoet zich van mijn gebit en besluit een ontdekkingstocht naar mijn tandvlees te nemen. Gelukkig zijn er in Sydney ook tandartsen met potjes lijm en voor 50 piek zat meneer Spalk weer stevig gevestigd op zijn oude positie. Na deze enerverende gebeurtenis namen we de benenwagen richting de welbekende Harbour Bridge en het Opera House. Aangezien het Opera House van bovenaf een stuk indrukwekkender schijnt te zijn, gingen we het dichtstbijzijnde hoge gebouw in en liepen we stoïcijns langs de receptie, richting de liften. Helaas riep poortwachtermeneer ons terug. Na drie van deze pogingen besloten we het voorlopig op te geven en een dutje te doen in de Royal Botanic Gardens.

Dinsdag zijn we per trein naar Katooomba gereisd. Vanuit hier hebben we twee dagwandelingen gemaakt door de bossen, langs afgronden en onder watervalletjes van de Blue Mountains. Om onze dorms enigszins ‘slaapbaar’ te houden, hebben we onze schoenen deze keer te luchten gezet bij een open raam. Dit in tegenstelling tot een paar weken geleden, toen Arjan’s schoenen plots in een plastic zak waren geknupt door een dormgenoot, die de geur van een combinatie van nat gras, modder, bezwete voeten en ongewassen teennagels niet zo kon waarderen.

Ondertussen zit al meer dan de helft van onze trip erop. Het koken gaat steeds gemakkelijker, al heeft Arjan soms nog de behoefte om theedoeken in de fik te zetten. Vandaag is bestempeld tot chill-dag, morgen nog een beestachtige wandeling door de Blue Mountains en zaterdag terug naar Sydney om een potje te gaan stappen!

30. apr, 2012

Queensnight met Freddy – dag 83

Queensnight met Freddy – dag 83

Na bijna drie maanden gereisd te hebben, waren de afgelopen tweeënhalve week toch even afkicken. Niet alleen het stilzitten was wennen, maar ook mijn trouwe Sony Cybershot bleef in zijn hoesje zitten. Afgelopen vrijdag hebben we een bezoekje gebracht aan de markt in het City Centre om wijs ‘Ik-Schiet-Graag-Kiekjes’ vinger tevreden te stellen. Het afdingen werkt blijkbaar ook buiten Azië, hoewel het toch iets minder wordt gewaardeerd. De ‘stop your crying!’ van de stropdassenverkoper was de vijf dollar echter helemaal waard.

Aangezien alcohol is verboden in het hostel zijn de volgende ingrediënten vereist voor een goede avond. 1) Men beraamd een locatie, meestal een dormroom, zodat men kan indrinken. 2) Eén ieder smokkelt een zak goon de kamer binnen. 3) Men mixt goon met een frisdrank naar keuze, zodat het vergif enigszins binnen te houden is. Dat vrijdagavond een geslaagde avond was, was ook de volgende dag goed te merken. Nadat we om 8:30 opgestaan waren om vijf pannenkoeken naar binnen te werken, zochten we snel ons nest weer op, om hier vervolgens tot een uurtje of 12 te blijven ronken. Na een zware dag in de TV-room was de visdrank rond een uur of 4 eindelijk uit ons lichaam verdwenen en konden we weer naar behoren functioneren.

Zaterdagnacht hebben we samen met 700 landgenoten als leeuwen staan brullen tijdens Queensnight in Melbourne. Als van ouds in het Nederlands tegen iedereen aan lullen, pauper slechte Hollandse muziek met polonaises en één Heerlijk Helder Heineken (van 8 dollar per stuk) resulteerde in het beste avondje in Australië tot nu toe! Om de nacht nog wat aangenamer te maken, had het hostel voor een dubbele boeking gezorgd. Gratis lagen we, rond een uur of 4 ‘s nachts, eerste rang om het duel tussen Duitser en (uiteraard) dronken Ier uitgevochten te zien worden. Nadat Herr David door een hostelmedewerker naar een andere kamer werd verwezen, konden we onze slaap hervatten.

Dat Freddy een goede invloed heeft op de avond wisten we al, maar dat deze koude rakker de effecten van goon ongedaan kon maken was nieuw voor ons. Zondagochtend werden we zonder een greintje ‘pien in de kop’ wakker en bereidden we ons voor op ons vaste zondagmiddag voetbal. Na een pot met negen Colombianen in het team, die bij elke drie gelukte passes ‘Barca!’ riepen en iedere keer dat ze twee man voorbij dribbelde ‘Messi!’ moesten roepen, vonden we het wel tijd voor een goede pot vijf tegen vijf, waarbij alleen Europeanen toegestaan waren. Na vier uur voetballen liepen we om 17:00 uur strompelend van spierpijn terug naar het hostel.

Vandaag hebben we de laatste zaken geregeld voordat we weer gaan reizen. Bijna drie weken Melbourne was, hoewel we een hoop minder gezien en gedaan hebben dan normaal, een mooie tijd! Een stel mensen uit het hostel wat beter leren kennen dan de normaal gesproken twee-dagen-relaties en ook ondervonden dat leuk werk vinden niet altijd makkelijk is. Morgen stappen we in ons huurautootje voor drie dagen Great Ocean Road. Jullie allemaal een goede koninginnedag in Nederland gewenst!

20. apr, 2012

Backpackers, de Australische Polen – dag 73

Backpackers, de Australische Polen – dag 73

Tweeënhalve maand reizen gaan je niet in de koude kleren zitten: geen verantwoordelijkheden, geen tijdsdruk en geen rode cent aan inkomsten. Voor vertrek hebben we dan ook besloten om één maandje te gaan werken in Australië. Voor een extra zakcentje, maar voornamelijk voor de ervaring. Maandagochtend stonden we, voor de tweede keer binnen een week, te trappelen om een dierentuin te betreden. Dit keer niet door de hoofdingang, maar langs de receptie voor een sollicitatiegesprek. Een uurtje later stonden we weer buiten met een proefdag bij de catering in het vooruitzicht!

Dezelfde middag wilden we de City Circle uitproberen, een gratis tram die door het centrum van Melbourne rijdt. Na een sprint van 200 meter konden we de tram nog net halen. Enigszins van mijn apropos, gezien er een kaartjesautomaat in de tram stond, vroeg ik aan een man, die nog buiten de tram stond: ‘Is this tram for free?’, de deuren sluiten, ‘No it isn’t.’, ‘Oops!’. De volgende halte maakten we een atletische sprong uit de tram en zetten we opnieuw een sprint van 200 meter in naar waar we vandaan kwamen, om de enige echte City Circle te betreden. Genoeg gesport voor de komende vier maanden.

De hostels in Australië hebben, net als in Nieuw-Zeeland, belachelijke prijzen voor wifi. Gelukkig is dit land, naast de bibliotheken en McDonalds, gezegend met de Peterpans. Dit is een reisbureauketen, waar gratis wifi is, maar ook tig computers beschikbaar zijn voor arme backpackers, zoals wij. Daarnaast kunnen we hier ook hostels met korting boeken voor een maximaal aantal nachten. Het hostelhoppen was geboren. Drie nachtjes in hostel A, twee nachtjes in hostel B om vervolgens weer drie nachtjes in hostel A te boeken. Voor ons ideaal, maar onze vriendelijke Chinees van de Peterpans vond het uiteindelijk niet meer door de beugel kunnen. Gelukkig vond zijn Canadese collega het de volgende dag wel oké, dus we blijven lekker hoppen!

De afgelopen dagen hebben we besteed aan het zoeken naar baantjes, maar dit is niet zo gemakkelijk als vooraf gedacht. Drukke straten met restaurants, koffietenten en banketzaakjes afgestruind, op zoek naar een baantje als kitchenhand of serveerder. Veelal zijn er geen hulpkrachten nodig, maar zo nu en dan worden we ook afgewimpeld met als reden dat we geen échte ervaring hebben. Eén prettige snormans in een koffietentje ging wel erg ver: ‘you should pay me to learn you how to make a caffè latte’. Erg fijn: een bachelor-titel voor je naam hebben, maar niet de vloer mogen aanvegen of de afwas mogen doen in een restaurant.

We hebben inmiddels al veel telefoontjes beloofd gekregen van verschillende mensen, maar nog geen belletje ontvangen. Zondag een sollicitatie als Movie/TV Extra en maandag eentje in een Call Centre. Vandaag gaan we opnieuw langs restaurants met onze CV’s. We hopen op Borat’s ‘great success’.

11. apr, 2012

Vaarwel kiwi’s – dag 64

Vaarwel kiwi’s – dag 64

‘Auw, kak!’ riep Arjan uit, toen hij zijn voeten verbrandde op het strand. Niet aan warm zand maar het kokende water van Hot Water Beach. Dit strand staat bomvol met ijverige toeristen met schepjes, op zoek naar warmwaterbronnen. Drie kwartier later werden alle bunkers met warm water weggevaagd door de opkomende vloed. Tijd om op te staan uit ons warmwaterbadje, genoeg geprofiteerd van onze snelscheppende medemens. Aan het einde van de middag, rond 5 uur, kwamen we aan in Owera. Aangezien we normaal gesproken ‘s avonds arriveren, stonden we opeens voor het dilemma: wat gaan we nu doen? Twee minuten later liepen we de Foursquare, een grote supermarktketen in Nieuw-Zeeland, uit als trotse bezitters van een wit-met-oranje frisbee. Het was liefde op het eerste gezicht; met deze Hollandse rakker gaan we absoluut goede vriendjes worden!

De volgende dag begon goed. Na ons standaard ontbijt van zes bammetjes met jam, chocholadepasta en, als echte Barnevelders, een zachtgebakken ei met kapotte dooier verorberd te hebben, kwamen er twee omaatjes bij ons aan tafel zitten. Eén kiwi, die als oppasser werkte, en één Duitse, die ‘as a backpacker’ nog een hele hoop meemaakte op haar oude dag. Na een maf gesprek met deze backpackoma zijn we de auto ingestapt voor een intensieve dag: het bezoeken van willekeurige stranden van Bay of Islands om daar vervolgens de ogen te sluiten en slechts te genieten. Om onze dag nóg nuttiger te besteden, hebben we de English-car-talk geïntroduceerd, een bezigheid waarbij twee Nederlandse jongeren in het Engels tegen elkaar gaan praten; zittende in een auto. In het begin een vreemd gevoel, maar ook zo leer je weer een hoop extra zinloze woorden!

De volgende ochtend werden we vroeg wakker in ons hostel in Paihia. Toen we de gordijnen opengooiden en we een strakblauwe lucht zagen, stond Arjan’s besluit vast: vandaag Skydiven! Een ervaring die Arjan jullie beter kan toelichten dan ik.

“Daar loop je dan, onder de ‘no refund behind this point’ poort door. Weinig zenuwen, maar die komen nog wel, dacht ik. Mijn naam op het bord: om 11.05 stijgt mijn vliegtuig op. Vlak voor vertrek word ik door een instructeur in een zwart-paars pakkie gehezen. Mijn persoonlijke instructeur, die net de vorige skydiver veilig terug op aarde heeft gezet, komt aanrennen, pakt een parachute en stapt vervolgens met mij het vliegtuig in. Ongeveer halverwege haalt één van de instructeurs nog een leuk grapje uit met één van de twee Zweedse meisjes, die ook in het vliegtuig zitten: ‘press the power button, it will turn off power’. Het meisje drukt op de sticker in het vliegtuig en precies op dat moment laat de piloot even het gas los. Zo valt het vliegtuig binnen een seconde meters naar beneden, best vet. Op 16500 feet, ruim 5 kilometer, hoogte, gaat het raampje open. Ik word vriendelijk doch dringend verzocht op de rand te gaan zitten, mijn voeten onder het vliegtuig te plaatsen en mijn armen te kruisen. Even later schiet het vliegtuig onder mij weg en begint de freefall, 70 seconden lang met ruim 200 km/u richting aardbodem: gruwelijk. Nadat we door één van de weinige wolken waren gevallen, hoorde ik een klap en ging de parachute open. Vijf minuten zweven bracht me weer op de skydivebasis. Ondanks dat ik het minder spannend vond dan verwacht, was het toch een onvergetelijke ervaring!”

Na Arjan’s avontuur, een half uurtje frisbeeën en met de lunch in onze magen gingen we op weg naar het noordelijkste puntje van Nieuw-Zeeland: Cape Reinga. Op dit punt komen twee zeeën bijeen die, door hun tegengestelde stromingen, tegen elkaar opklappen. Net op tijd kwamen we, met zonsondergang, aanrennen. Opnieuw een prachtig uitzicht, maar aangezien de zeeën erg rustig waren, besloten we ook de zonsopgang te bekijken. Op een camping, twintig kilometer verderop, hebben we geprobeerd in onze auto te slapen (geen aanrader!). Gelukkig stond de wekker om 5 uur en een uurtje later stonden we, enkele meters vanaf een romantisch stelletje de zonsopgang te bewonderen! Die dag zijn we weer helemaal naar beneden gereisd tot Auckland, een stad met 1 miljoen mensen (één vierde van heel Nieuw-Zeeland). Onderweg hebben we nog een immens grote boom (Tane Mahuta) bekeken in Waipoua Forest en de vier gezusters (Four Sisters) hebben we ook nog een bezoekje gebracht.

Gisteren konden we eindelijk weer eens uitslapen. Rond een uurtje of elf stonden we in de dierentuin: Auckland Zoo. Als vanouds een leuk dagje leeuwen, apen, zebra’s en vissen! Zelfs ons grote doel om nu toch eindelijk eens een kiwi te zien was behaald! Voor degene die het nog niet wisten, de Engelse Nieuw-Zeelanders zijn niet vernoemd naar de kiwi-vrucht, maar naar de zeer mensschuwe kiwi-vogel. ‘s Avonds hebben we een fikse stapel zelfgebakken pannenkoeken naar binnen gewerkt om vervolgens ons trouwe scheurmonster uit te mesten.

Na een dikke twee maanden reizen zijn we slechts twee paar oortjes, één paar slippers, één witte sok, één sneldrogende handdoek, een paar hangsloten, onze net gekochte frisbee, een half pak ham, één potje zout, twee snijplanken paprika en ui, ik mijn schroom en beiden ons fatsoen kwijtgeraakt. Vandaag vliegen we alweer naar Australië, wat gaat de tijd toch snel!

PS. Internet is wederom schaars, dus het online plaatsen van dit bericht heeft wat vetraging opgelopen. Excuses!