Archief van auteur
06. apr, 2012

Verrotte eieren – dag 59

Verrotte eieren – dag 59

De inmiddels bekende wekkermelodieën begonnen maandagochtend net wat eerder te spelen dan normaal, aangezien Tongariro Crossing shuttlebusmeneer al om kwart voor 7 voor ons hostel zou staan. Toen Rob, gekleed in tweedelig trainingspak en ik, gekleed in trainingsbroek, gedegradeerd uitgaans t-shirt en vest, aankwamen bij de bus, werd ons dringend verzocht een raincoat mee te nemen in verband met de voorspelde regen. Een raincoat, dat is toch dat ding dat ik voor het formele heb meegenomen, maar waarbij ik alleen al moe word van de gedachte om ‘m aan te moeten trekken? Een busritje van drie kwartier en twee warmloopuurtjes bracht ons bij het begin van de Mount Ngaururoe, ook wel de Mount Doom uit de Lord of the Rings trilogie. Op handen en voeten kropen we omhoog door het mulle zand en de stenen. Na wat gechill in de krater van de inmiddels niet meer actieve volkaan, was het tijd om onze weg naar beneden in te zetten. Terug lopen bleek echter een vrij lompe en voornamelijk tijdrovende bezigheid. Toen we aan de linkerkant voorbij werden gestreefd door een snowboarder zonder snowboard, was een nieuwe methode om te dalen geboren: al springend en slidend waren we binnen een kwartier beneden.

In het volgende dal kwam een bekende geur onze adembuizen in waaien: verrotte eieren. Altijd goed, want dit betekent dat we richting vulkanisch water lopen. Een ogenblik later kwamen we aan bij een blauw, groen, maar toch ook oranje meertje. Om te begrijpen hoe dit ontstaat, moet je van witte lange jassen houden en minstens twee jaar in een scheikundig lab opgesloten hebben gezeten. Voor ons dus gewoon een vulkanisch meer en een goede reden om de fotoknop in te drukken. Tijdens de wandeling is ons wel opgevallen dat wij niet in het hokje ‘wandelaars’ passen. De meeste wandelaars doen een dagwandeling als deze namelijk voor het wandelen, want bij het zien van rood-oranje bergen, een kleurrijk vulkanisch meer of een uitzicht over de gehele vallei, lopen zij door alsof ze door het Nairacmuseum banjeren. De bus van 5 uur, een rijstmaaltijd met ijs toe en The Gladiator brachten deze dag ten einde.

Taupo, de bestemming van de volgende dag, is geweldig met goed weer. Met wat minder weer bleken de bibliotheek en de Pak ‘n Save, de Aldi mét goede merken, echter de hoogtepunten. Een rustig regeldagje dus en tevens een goede mogelijkheid om wat extra slaap te pakken. De volgende ochtend was het tijd om via de Huka Falls, gelegen in de grootste rivier van Nieuw-Zeeland, en de Waimungu Volcanic Valley naar Rotorua door te reizen. Dit plaatsje heeft wel wat aansluiting met Barneveld: wij staan bekend om de kippen, zij staan bekend om de geur van hetgeen kippen uitpoepen. Jullie raden het al: deze hele stad stinkt naar verrotte eieren en geloof me: dit trekt jaarlijks meer toeristen dan dat ons dorpje in zijn volledige geschiedenis heeft gehad. Na het bekijken van een natuurlijk kokende modderpoel zijn we een vulkanisch meertje ingedoken, waar geen Thaise vrouwtjes, maar de waterval een rugmassage verzorgde. Heel goed!

Gisteren zijn we doorgereden naar Matamata, waar Rob een bezoek heeft gebracht aan Hobbitton, het dorp van de Hobbits in The Lord of the Rings. Voor velen van ons een goede film, maar er zijn blijkbaar mensen die behoorlijk kunnen doordrijven. Zo komen er geregeld toeristen, volledig verkleed als elf, ork of hobbit naar Hobbitton toe. Eén van deze toeristen was met zijn twee meter tien een erg ongeloofwaardige hobbit. Er was zelfs één toerist, verkleed als elf, die alle elvenliedjes kende en de (door de schrijver van The Lord of the Rings verzonnen) elventaal schrijft en spreekt. Heeeul apart.

Aan het einde van de middag zijn we doorgereden naar Whitianga en na het zien van Buffalo Soldiers en The Da Vinci Code zijn we de manden ingedoken. Vandaag staan Hot Water Beach en Cathedral Cove op het programma!

28. mrt, 2012

Langnekschapen – dag 50

Langnekschapen – dag 50

Als we thuis zijn, is het geen pretje om er op zondagochtend om 8 uur uit te moeten. Het voordeel hier is dat we ons over het algemeen pas ‘s middags realiseren welke dag het is. Onze dormmatties waren blijkbaar wel op de hoogte van de zondag, want toen we om 10 uur de dorm inliepen, werden zij met een hoop gekreun wakker van hun wekker. Goeiemoggol! Voor ons was het tijd om de Mount Isabel op te buffelen. Eenmaal op de top aangekomen, werden we door de wind bijna terug naar de parkeerplaats geblazen, maar terug lopen leek ons een beter plan. De rest van de middag hebben we met onze lichamen in naar ei stinkende vulkanische baden gelegen. Goed voor de huid, zeggen ze. Om dit een beetje te compenseren, besloten we de avond te vullen met het nuttigen van ijs. Hokey pokey en weg was vier liter bakijs! Het ijs in onze maag, de bak in onze auto; een nieuwe etensrestenopslagplaats was geboren.

Na een ochtend (en halve middag) bibliotheek zijn we maandag de auto ingestapt; on our way to Kaikoura. Dankzij die autorit kunnen we nu een nieuw dierenfeitje met jullie delen: er zijn schapen, die op giraffen vallen en die liefde kan in sommige gevallen wederzijds zijn. Wanneer dit het geval is, ontstaan langnekschapen. Deze beesten kijken graag wijs van zich af en daarnaast werken ze vrij onbeschoft gras naar binnen. Ja, zo blijkt dit blog ook nog van educatieve waarde te zijn.

De volgende ochtend heb ik contact opgenomen met de Dolphin Encounter, op de hoop dat er nog plek vrij was op één van de dolphinswim cruises. Een half uurtje later werd ik in een wetsuit gehezen en kreeg ik een paar hippe flippers en een snorkel in mijn handen gedrukt. De buzzer op de boot was het startschot om het water in te gaan, tussen zo’n 400 dusky dolfijnen. Vooraf werd verteld dat er drie manieren zijn om de aandacht van dolfijnen te trekken: duiken, rondjes zwemmen of zingen. Ondanks dat ik me onmogelijk kon voorstellen dat iemand blij wordt van mijn gezang, bleken dolfijnen wel geïnteresseerd. Daar zwem je dan met tien dolfijnen, allemaal binnen handbereik: een unieke ervaring.

Aangezien het de hele dag fantastisch weer was, hebben we ‘s middags het gras opgezocht en aan een bruin kleurtje gewerkt. Al dat werken maakt het leven er niet gemakkelijker op, maar we overleven het wel. Vlak voordat het ging schemeren, zijn we een stukje over een bergpad langs de kust gelopen. Ongeveer 50 meter door het gras naar beneden glijden op handen en voeten bracht ons bij de kust, waar we op een paar meter afstand van een kolonie zeehonden stonden: een fotootje waard! Na een bord voer en wat geouwehoer in de kroeg van het hostel was het tijd om onder de wol te duiken.

Vandaag de lange weg van Kaikoura naar Golden Bay voor de boeg! Nog twee dagen en dan nemen we afscheid van het zuiderlijk eiland: de tijd vliegt.

22. mrt, 2012

Haast – dag 44

Haast – dag 44

Bekeuringen krijgen is niet zo moeilijk, maar ze betalen is een stuk lastiger. Rob had zondag al geprobeerd om zijn snelheidsboete te betalen, maar de bank, die dergelijke boetes int, was dicht. Als trotse bezitters van twee boetes liepen we maandagochtend vol zelfvertrouwen dezelfde bank in. De parkeerboete was echter afgegeven door een andere instantie, dus moest deze iets verderop betaald worden. Gelukkig werd dit snel geregeld en konden we ons concentreren op een echte activiteit: het eten van een Fergburger, een enorme hamburger en een ‘must eat’ voor toeristen in Queenstown. Met een aiolismaak in de mond en een half Nieuw-Zeelands rund in de maag gingen we ‘s avonds stappen. Maandagavond bleek niet dé partynight in Queenstown, maar het bier smaakte prima na zeven dagen afwezigheid.

Een korte nacht in combinatie met gratis internettoegang zorgden voor een verlaat vertrek vanuit Queenstown. Rond het middaguur kwamen we aan in Arrowtown, een cowboydorp met ouderwetse gevels en rode telefooncellen. Vervolgens wilden we doorrijden naar Wanaka, maar op verzoek van Rob zijn we even gestopt bij de Karawau bungy. Het daarop volgende uur kan Rob vast beter beschrijven dan ik.

“Daar sta je dan, op een brug met een touw aan je benen en 43 meter boven het water. Hier kijk ik al jaren naar uit. Trillende beentjes en twijfel had ik mij ingebeeld, maar nu lijkt het opeens allemaal niet meer zo spannend. Na wat gebabbel met de instructeurs en toegejuigd worden door een peloton Chinezen, kwam de ‘three, two, one… Jump!’ Een elegante duik later bungelde ik een half minuutje op en neer en werd ik in een bootje gedropt. Een super leuke ervaring, maar helaas nul adrenaline. Een dubbel gevoel, want het opbellen naar een hostel voor een reservering vind ik nog steeds spannender. Wellicht de volgende keer in Zuid-Afrika, waar de hoogste bungy in de wereld zou moeten zijn.”

Een bergachtig ritje bracht ons even later in Wanaka, waar we met onze bakkes in de zon aan het meer zijn gaan liggen. De enige verplichting van de dag was dat we voor 8 uur in Haast waren. In eerste instantie hadden we haast geen haast en waren we amper gehaast, maar even later was haastige spoed, oftewel flinke haast, benodigd en hebben we ons naar Haast gehaast. Iets te laat kwamen we aan, maar de receptiemeneer was nog aanwezig en even later hadden we een dorm, die we met één Engelse wielrenner moesten delen. Deze gozer fietste voor het goede doel in twee weken vanuit het meest zuiderlijke naar het meest noordelijke punt van Nieuw-Zeeland. Na een spannende pot zeeslag, waarin de vloot van Rob als eerste volledig was gekapseisd, gingen we richting horizontale uitrustplaats.

Gisteren stond de beklimming van de Fox Glacier op het programma. Samen met twee guides, een aantal normale lui en een sip Chinees stelletje gingen we op pad. We hadden wel eens eerder opgemerkt dat Chinezen bij elke scheet een foto schieten, maar deze man en vrouw konden we al snel in het hokje ‘extreme Chinezen’ stoppen. Een uurtje en 300 foto’s verder kwamen we aan bij een gat in het ijs, waar onze satésnoeperts graag samen mee op de foto wilden. Drie keer raden wie de eer kreeg om de foto te nemen. Ik had me al bedacht dat het slim was om een paar foto’s te maken, want anders kreeg ik gegarandeerd ‘another one’ te horen. Vier moest genoeg zijn, dacht ik, maar de kroepoekfrituurders bleven gewoon staan. Het sarcasme in mijn ‘another six?’ kwam blijkbaar niet bepaald over, want een volmondig ‘yes’ had niemand verwacht. Zes keer op vol tempo het fotoknopje indrukken, bracht het totale aantal (nagenoeg dezelfde) foto’s op tien. Graag gedaan!

De gletsjer zelf was behoorlijk gaaf om te zien. Eén grote ijsmassa, die als gevolg van weersinvloeden dagelijks meters kan opschuiven. De toelichting van de guides maakte alles nog net wat levendiger. Als gletsjerguide maak je blijkbaar ook genoeg mee. Tryggvi, één van onze guides, vertelde dat hij meer dan eens armen en benen had gevonden van soldaten uit de Tweede Wereldoorlog. Daarnaast had hij een keer een camera gevonden, waarmee de laatste foto zes jaar daarvoor was geschoten. Op basis van een foto van het paspoort van de eigenaar, die er toevallig op stond, had hij de camera teruggestuurd. We hebben de actieve dag afgesloten met een bord penne, een wandeling langs Lake Matheson en een uurtje bubbelen in het bubbelbad. Goedenacht!

16. mrt, 2012

Blik wilde zeeleeuwen – dag 38

Blik wilde zeeleeuwen – dag 38

Vlak voordat we woensdag het hostel wilden verlaten, kwam de Chinese onderbuurvrouw van Rob c.q. bamibakster in midlifecrisis nog even klagen: ze had slecht geslapen, omdat Rob zoveel draait in zijn slaap. En Rob maar klagen over actieve Filipijnen en snurkende Israëlieten, terwijl hij zichzelf zonder pardon omdraait in bed. De wereld op z’n kop.

Nadat wij onze rol als Chinese klaagmuur met succes hadden ingevuld, was het tijd om op pad te gaan. Een wandeling van een kwartier bracht ons bij Surat Bay, waar een blik wilde zeeleeuwen was losgetrokken. Deze beesten vulden de ochtend met zand over zichzelf heengooien en elkaar in de nek proberen te bijten. Voor ons een goede reden om van een paar meter afstand foto’s en filmpjes te maken. Vervolgens zijn we doorgereden naar Jack’s Blowhole. Dit is een kloof van 55 meter diep, ontstaan door ingestorte rotsen. Erg indrukwekkend, evenals de Parakaunui Falls, waar we een uurtje later aankwamen. De laatste hotspot was de Cathedral Caves, waar we alleen nog even het entreegeld voor moesten pinnen. Dit bleek echter een onmogelijke opgave. Zonder geld, maar met wat sterk geouwehoer en onze sippe ‘wij-zijn-arme-backpackers blik’, kwamen we toch binnen. Blijkbaar werkt deze tactiek dus ook buiten Thailand en Maleisië!

Ondanks de drukke dag, wilden we de avond graag inluiden met een culinair hoogstandje. Helaas was er nog niemand op het idee gekomen om een supermarkt te starten binnen een straal van 50 kilometer rondom ons hostel, dus waren we aangewezen op het noodrantsoen: noodles met rundersmaak in een bedje van komkommer. Een uurtje later zaten we aan tafel met twee andere Nederlanders (Stefan en Ciciel), die bij hetzelfde hostel waren gestrand. Een potje Uno was het plan, maar het werd een avond en nacht gezellig ouwehoeren.

De volgende ochtend ging rustig van start met een warme douche voor Rob, een warme eerste doucheminuut voor mij en een gebakken ei. Aangezien onze nieuwe Nederlandse vrienden ook de andere kant op reizen, hebben we na het eten gedag gezegd. Al rijdend en glijdend over grindwegen kwamen we aan op Slope Point, het meest zuiderlijke punt van Nieuw-Zeeland. Curio Bay, waar we pinguins en zeldzame dolfijnen wilden zien, stond helaas niet zo goed aangegeven. Via een omweg door een modderpoel, die meer geschikt was voor een graafmachine, kwamen we toch aan op de gewenste spot. Geen wildlife, wel rotsen, hier en daar begroeit met planten. Daar hadden we onze witte bolide niet smerig voor hoeven maken. Na een lange autorit over de South Scenic Route, met een geweldig uitzicht op de bergen, kwamen we aan in Te Anau. Op het menu stond mals gebakken kippenborst in zoetzure rijst met hiernaast geserveerd een combinatie van frisse sla, komkommer, tomaat en appelparten, afgeblust met een honing-mosterddressing: restaurantwaardig!

Inmiddels zijn we een nacht verder en is het zo tijd voor een cruisetocht door Milford Sound! Aan de verwachtingen zal het niet liggen.

10. mrt, 2012

Domme vogel – dag 32

Domme vogel – dag 32

Ondanks dat de wekker vrijdagochtend op half 9 stond, was dat zeker niet het eerste moment waarop we wakker werden. De persoon op het bed boven mij kreeg het namelijk voor elkaar om in zijn eentje de hele dorm, waarin naast ons nog drie anderen sliepen, met zijn gesnurk te irriteren. Het is mij bekend dat sommige mensen snurken tijdens het slapen, maar het geluid dat deze Israëlische haatbaard wist te produceren, was te vergelijken met een gevechtshelicopter. We kwamen dan ook wat minder fit dan gehoopt onze bedden uit, maar dit veranderde niets aan de planning: de Mount John, de hoogste berg aan Lake Tekapo, moest en zou beklommen worden.

Nadat we onze auto op de parkeerplaats hadden neergezet, zijn we naar het laagste punt van de beklimming gelopen. Vanuit hier wilden we in één keer de juiste route omhoog pakken, maar als gevolg van onze waardeloze kaart-leeskwaliteiten, kwamen we op een privaat ruiterpad terecht. Een half uurtje later zijn we alsnog aan de juiste route begonnen, wat we alleen al konden merken aan het grote aantal andere wandelaars. We moesten erg wennen aan de Nieuw-Zeelandse mede-wandelaars, die bij het passeren vragen als ‘Whats up?’ en ‘How are you going?’ eruit gooien, om vervolgens met de blik op oneindig door te lopen en nergens meer op te reageren. Al snel liepen we op een pad met een geweldig uitzicht op het meer en de bergen. Rob kwam op het idee om even via het hoge gras aan de zijkant van het pad naar beneden te lopen en daar wat foto’s te maken. Van het enthousiasme tijdens de weg naar beneden bleef weinig over, toen hij even later helemaal kapot ging op de weg terug naar de route. In de tussentijd had ik de moeite genomen om een slok water te nemen; zo doen we allebei wat. Een paar uur later waren we op het hoogste punt: doel behaald!

Rond etenstijd zaten we, gedoucht en wel, in de gemeenschappelijke woonkamer van het hostel. Naast de film die we (vooral Rob) keken, probeerden we alle hostelgasten, die ook de woonkamer kwamen opzoeken, te begroeten. Hetzelfde gebeurde bij een meisje, maar in tegenstelling tot de andere gasten, kwam zij mij wel heel bekend voor. En ja hoor: toeval blijkt nog steeds te bestaan, want het was mijn nicht. Het enige wat ik van haar wist, was dat ze ook door Nieuw-Zeeland aan het reizen is, maar dat ze overnachtte in dezelfde plaats en hetzelfde hostel: on-ge-lo-fe-lijk. Na een hoop bijpraten was het tijd om naar bed te gaan. We moesten immers weer fit zijn voor de volgende beklimming!

Zaterdag, 9:30, Mount Cook. Vanuit ons hostel naar deze berg was het volgens de niet-snurkende Israëliet twee uur rijden, maar blijkbaar hebben zij een tweepersoons scootmobil, want wij waren er binnen het uur. De langste route bij de Mount Cook duurde 3,5 uur, maar volgens dezelfde Israëliet kon het ook wel in drie uur. Dat moet dan vast ook wel sneller kunnen, dachten we. Een doel was geboren: zo snel mogelijk naar de Mueller Hut, de hut op de top van de berg en tevens het eindpunt van de route. Op ons hoogste tempo klommen, sprongen en uiteindelijk kropen we naar boven, om vervolgens één uur en 50 minuten later de Mueller Hut binnen te stappen. Het uitzicht dat we hier hadden, was echt onbeschrijflijk mooi. Een paar uur later besloten we weer terug te gaan, samen met een andere Nederlander, die ook de top had bereikt.

Eenmaal in de auto op de terugweg naar ons hostel, zagen we een grote vogel op de andere rijbaan. Hij had één van de vele dode hazen gevonden, die overal in Nieuw-Zeeland op de weg liggen. Toen we bijna bij de vogel waren, besloot hij zijn diner toch maar even te onderbreken. Het bleek een domme vogel, want nadat hij naar onze rijbaan was gewandeld, besloot hij ook nog eens op de hoogte van de autoruit naar ons toe te vliegen. Mijn voorsprong op Rob in ‘vogels de auto laten koppen’, was niet meer te voorkomen. De vogel zagen we niet meer, maar de plek op de ruit deed vermoeden dat hij er goed vanaf is gekomen.

‘s Avonds hebben we als echte Barnevelders wat kippenvleugeltjes en kippenpootjes opgebakken. Samen met de sla, de witte bonen in tomatensaus en de komkommer was dit een geslaagde avondmaaltijd. De rest van de avond hebben we samen met m’n nicht en een Engelse dude het kaartspel ‘Presidents and Assholes’ gedaan. Morgen richting pinguindorp Oamaru!

PS. We hebben hier bijna geen internet, dus ook dit bericht konden we niet op de juiste dag online plaatsen. Onze nederige excuses!

05. mrt, 2012

Rare Filipijnen – dag 27

Rare Filipijnen – dag 27

Aangezien er in Mersing toch niets te doen is, hebben we de stabiele horizontale positie eergisteren zolang mogelijk aangehouden. Vlak voor check-out time, rond half 12, besloten we toch maar om de backpacks te pakken en de bus te halen. Het was alweer aan het schemeren toen we in Singapore aankwamen en omdat we de moeite nog niet hadden genomen om een hostel te boeken, werd dat de eerste uitdaging. Gelukkig was één van de vele mensen op straat zo vriendelijk om ons wegwijs te maken in Singapore; volgens hem waren we daar Christenen voor. Na het verstrekken van deze informatie vond de man het nodig om zijn levensverhaal met ons te delen: zijn vrouw was er met zijn broer vandoor gegaan en daarnaast was het altijd warm in Singapore. Goed verhaal, lekker kort.

Een nieuwe busrit, een korte wandeling met volle bepakking en een blik naar links bracht ons bij Urban Hostel. Bij binnenkomst kwam een vriendelijk vrouwtje ons vertellen dat ze de eigenares even voor ons ging wakker maken, zodat we ons konden inchecken. De vriendelijke blik van het vrouwtje maakte plaats voor een ronduit chagrijnige uitdrukking op het gezicht van de eigenares. Wij besloten de gekke vraag te stellen of er wellicht nog plek was en wat de kosten waren, maar dit was blijkbaar teveel gevraagd. Na een minuut afgezeken te zijn, vonden wij het hoog tijd om verder te zoeken. Echter bleek het enige andere hostel in de omgeving vol te zitten, dus zat er niets anders op dan teruggaan naar onze grote vriendin, die inmiddels weer lekker haar bed had opgezocht. Het uurtje rust had haar weinig goed gedaan, maar uiteindelijk konden we twee bedden in twee aparte kamers krijgen. Fijn, tijd voor een biertje.

Het plan was om deze zaterdagavond uit te gaan in Singapore, maar waar vinden wij de kroegen, clubs en kebabtenten? Normaal gesproken vragen we zoiets aan de hosteleigenaar en we besloten deze routine er in te houden. De eigenares, die dit keer niet in haar bed lag, mopperde over de hoge kosten van drankjes en vervoer. Toen bleek dat wij ongeveer twee dagen kunnen leven van de prijs van een biertje (15 dollar, oftewel 9 euro), besloten we uitgaan in Singapore uit het hoofd te zetten. Nadat ik de tien Filipijnen, verdeeld over de overige zeven bedden in mijn kamer, een goede nacht had toegewenst, was het tijd voor nachtrust.

Uitgerust stapte ik de volgende morgen mijn kamer uit. Rob had wat minder goed geslapen, doordat het Filipijnse stelletje onder hem de nacht had gevuld met ietwat andere activiteiten. Maar goed, het was tijd om onze vuile was weg te brengen. Toen we bij de wasserette aankwamen, zagen we geen Thaise wasvrouw, maar een wasmachine. Ook goed, dan doen we het zelf wel. Als ervaren huismannen deden we de was in de machine en hingen we het even later op aan de waslijn. Na het zien van de geweldige gebouwen, de skyline en het toeristische park van Singapore, hebben we de semi-droge was netjes opgevouwen en in de backpacks gedaan. Een leuke, maar drukke dag.

Vandaag was alweer onze laatste dag Singapore en tevens de laatste dag in Azië. Het laatste wat we hier nog graag wilden zien, was Orchard Road. Dit peperdure winkelcentrum met allerlei merkwinkels van onder andere Gucci, Armani en Chanel lag op ongeveer een kwartier afstand van ons hostel. Nadat Rob een gouden Rolex en ik een paar leipe Prada schoenen had aangeschaft, zijn we per trein naar het vliegveld gegaan. Vijf weken Nieuw-Zeeland staan voor de deur; wij kunnen niet wachten!

PS. Dit bericht is wat te laat online gezet, want we hebben nu pas internet. Rob is volop bezig met het eerste blogbericht van Nieuw-Zeeland.

29. feb, 2012

Theebladknippers – dag 22

Theebladknippers – dag 22

De avond was gisteren al wat uurtjes oud, toen ik een schrikbarende ontdekking deed: mijn teenslippers, die ik al sinds de vakantie in Argelès (zomer 2009) in bezit had en zodoende van grote emotionele waarde waren, zaten niet meer in mijn backpack. Deze slippers hadden plaats gemaakt voor soortgelijke slippers met een kleinere maat. Nadat ik Rob een paar keer vertwijfelend aan had gekeken, viel bij hem het kwartje: hij had de verkeerde slippers gepakt in het hostel in Kuala Lumpur, waar we ons schoeisel bij binnenkomst uit moesten doen. Vervolgens ben ik blijkbaar ook niet zo scherp geweest, toen ik de verkeerde slippers zonder twijfel in mijn backpack heb gestopt. Het voordeel is dat het in de Cameron Highlands ongeveer de hele dag regent en het daarnaast, met een graadje op 25, behoorlijk koud is. Dit biedt wat tijd om op zoek te gaan naar een tweetal goede vervangers.

Na een nacht van een uurtje of zeven zijn we vanochtend in een gepantserde jeep gestapt, waarmee we, samen met een gids, wat mooie punten van het eiland hebben bekeken. Zoals Rob in het vorige bericht benoemde, spreekt bijna elke Maleisiër goed Engels. Echter zit onze gids bij het gedeelte van de Maleisiërs, dat wat minder goed uit hun woorden komt. Iets met een aparte beroepskeuze, maar ik zal niet klagen. Het mooie was dat deze grote negroïde Maleisische beer bijna elke zin met “ok? ” eindigde. Niet echt professioneel, wel grappig. Maar goed, over tot de orde van de dag. Eerst zijn we naar de grootste theeplantage van dit gebied gereden, waar we een fantastisch uitzicht hadden. Tevens zagen we hoe de thee wordt geplukt. Volgens de gids is het plukproces behoorlijk geïnnoveerd, want 77 jaar terug werden de theeblaadjes nog met de hand geplukt, terwijl hier nu voornamelijk hightech theebladknippers voor worden gebruikt. Bepaalde theestruiken worden volgens de gids zelfs al met een machine geplukt: doe maar vooruitstrevend. Na de theeplantage zijn we doorgereden naar het hoogste punt van de hooglanden. Helaas verpestte de mist het mooie uitzicht, waardoor we snel zijn doorgelopen naar een mossig bos. Op de weg hierheen kwamen we langs verschillende bomen en struiken met genezende bladeren. Zo worden bepaalde bladeren in de jungle gebruikt voor de bescherming tegen insecten, de stolling van het bloed na het verwijderen van een teek en de genezing van maagklachten. Hoogstwaarschijnlijk gaan we deze kennis nooit toepassen, maar interessant was het wel.

Toen we, rond een uur of 2, aankwamen bij ons hostel, zijn we naar de Robinson Waterfall gelopen. Dit is een grote kleisteenwaterval, gelegen op ongeveer twee kilometer van ons bergdorpje. Ondanks dat we al verschillende watervallen hebben gezien, was dit toch weer heel anders, mede doordat het water hier oranje is. Een korte klim en een wandeling bracht ons terug bij ons hostel, waar de regen ons voorlopig weerhoudt om wat eten te gaan scoren. Morgen pakken we de bus naar Mersing, een plaatsje aan de oostkust van Maleisië, waar we hopelijk op tijd aankomen voor de boot naar Tioman Island. We gaan het meemaken!

27. feb, 2012

Eerste keer hardlopen – dag 20

Eerste keer hardlopen – dag 20

Vrijdagochtend wilden we weer vroeg uit de veren, zodat we een volledige dag op Railey Beach konden spenderen. Al om 11 uur vertrokken we per long-tail boat naar, volgens onze hosteleigenaar, het mooiste strand van Thailand. Als we dit soort kreten moeten geloven, hebben we al vier keer het mooiste strand van Thailand gezien, om nog maar te zwijgen over het aantal mooiste, oudste of meest bezochte tempels van dit land. Ongeveer een uur later kwamen we dan op Railey Beach, een smal strand, liggend aan een blauwe, schone zee. Aan de linkerzijde van het strand was onder de rotsen een bidplaats te vinden, waar de inwoners van deze kustplaats wat wierook aanstaken voor de oppergod van de penissen. Voor hen een geloof, voor ons een goede reden om tranen in onze ogen van het lachen te krijgen.

Toen was het tijd om eens flink actief op het strand te gaan liggen, ware het niet dat onze handdoeken nog netjes in de backpacks in het hostel lagen. Gelukkig vonden we achter op het strand een paar stoelen, waar we de rest van de middag in hebben gelegen. Rond een uur of vijf liepen we terug richting het stadje, om wat aandacht te schenken aan de inwendige mens. Nog voordat we een restaurant hadden gezien, werden we opgehouden door een stel apen, die over de houten hekken langs het pad klauterden. Nadat Rob het geheugen van zijn camera had volgeschoten met kiekjes van zijn lievelingsdieren (apen), zagen we een bord met ‘viewpoint’ erop. Een klim over kleirotsen bracht ons een kwartier later op een mooi punt, waar we uitzicht hadden over Railey Beach.

Uiteindelijk kwamen we, twee uur later dan gepland, aan bij een goedkoop restaurant. Deze keer geen Pad Thai of Fried Rice, maar een Indiaas gerecht voor Rob en een Thaise omelet met gebakken aardappels voor mij. Toen de ober nog maar net was begonnen met de bereiding van ons eten, bedacht ik me opeens dat we ook nog terug moesten. We hadden bij aankomst natuurlijk niet gekeken hoe laat de laatste boot terugging (waarom zouden we), dus was het verstandig om dit eerst te checken. Op aanraden van de ober zijn we het restaurant uit gesprint richting de pier, waar we erachter kwamen dat de laatste boot een uur geleden was vertrokken. Gelukkig konden we om 10 uur, na het nuttigen van onze originele gerechten en een leuk gesprek met twee andere Nederlandse backpackers (Jos en Jop), alsnog terug samen met de werknemers van Tourist Information. Wederom een geweldige dag!

Eergisteren stond Ao Nang op het programma, het levendige deel van Krabi. De hosteleigenaar, die Nederland op één of andere manier direct associeerde met ‘holse liding’ (het blijft moeilijk om de ‘r’ uit te spreken), zette ons gratis af. Na wat rond slenteren, hebben we een strandstoel opgeëist en een kokosnoot besteld, iets waar we het in Bangkok al over hadden. Bij de eerste slok vroeg ik mijzelf direct twee dingen af: waarom heb ik me hier tweeënhalve week op zitten verheugen en hoe is het mogelijk dat Malibu wél lekker is? Rond een uur of negen was het tijd voor een biertje. We konden ervoor kiezen om bij een café te gaan zitten, maar dan zou het een duur avondje worden. Een betere locatie was snel gevonden: de trap tegenover de supermarkt. Ideaal, want de bar, ook wel de kassa, zat mooi dichtbij en op deze manier betaalden we de helft. Uiteindelijk hebben we de tweeëntwintigste verjaardag van Rob gevierd in Club Chang, waar we werden binnengelokt met ‘no prostitute in the bar’. Na drie uur actief gedrag zijn we huiswaarts gegaan.

Gisteren en vannacht hebben we voornamelijk in de bus doorgebracht en inmiddels zijn we aangekomen bij ons guesthouse in Kaula Lumpur, Maleisië. Genoeg mensen hier, waaronder al zes in onze slaapkamer, dus dat zal wennen worden.

21. feb, 2012

Blijven leren – dag 14

Blijven leren – dag 14

Na een wandeling van een kwartier kwamen we zondagavond aan bij de barstreet van Phuket. Een straat vol met enorme clubs, rock pubs en vooral veel irritante proppers. We kregen verschillende aanbiedingen voor free shots, ping pong shows (nee, dat zijn geen tafeltenniswedstrijden) en Thaise massages, maar we besloten Club Tiger in te gaan. Een verkeerde keuze, want wat hier gebeurde, hadden we nog nooit meegemaakt. De club stond vol met Thaise hoertjes, met of zonder mannelijk geslachtsdeel. Ze probeerden ons aan de bar te krijgen, waar we plaats konden nemen naast allerlei oude vieze snoeperts. Twee minuten en tien pogingen van Thaise gewillige vrouwtjes verder, zijn we de club uitgevlucht, op de hoop iets beters te vinden. Helaas bleek het er in de andere clubs net zo aan toe te gaan, dus hadden we nog maar één keuze: een pub met live rockmuziek bezoeken. Normaliter zou ik daar nooit naar binnen gaan, al kreeg ik geld toe, maar tijdens een reis als deze moet je toch ergens voor open staan. Geen Thaise hoertjes, wel een Thais bandje, dat niet onverdienstelijk stond te spelen. Maar goed, na een polonaise op een nummer van Shakira en een paar ronduit hilarische dancemoves van een langharige Ier, was de grootste lol er ook wel weer van af. Op de terugweg kwamen we langs een taxistandplaats, waar een aantal chauffeurs, onder het genot van een potje pils, zaten te wachten op een rit. Het aantal lege flesjes op de tafel deed vermoeden dat ze de rest van de avond ook geen Fristi hadden gedronken. Hiermee is het roekeloze rijgedrag van deze lui ook direct verklaard. Iets voor tweeën thuis, de wekker op 6 uur, goedenacht.

De maandagochtend voelde net als in Nederland: er zijn momenten in de week, waarop ik meer zin heb om op te staan. Toch hebben we snel onze tassen gepakt en zijn we begonnen aan onze volgende reis, deze keer van Phuket naar Koh Phi Phi. Rond 11 uur kwamen we aan op dit kleine eiland met veel kleine straatjes en leuke beachbars. Ondanks dat we geen idee hadden waar ons hostel was gevestigd, liepen we er, tijdens onze vlucht voor een denkbeeldige tsunami (zie foto), zo tegenaan. We besloten er een rustig dagje strand van te maken. Na een chickenburger, dertien frietjes en twee bananen was het tijd om de mand in te duiken.

Ondanks dat we vandaag geen verplichtingen hadden, ging de wekker om 8 uur. We hadden ons namelijk voorgenomen om per kajak de verschillende stranden van Koh Phi Phi te ontdekken. Gezien het grote aantal kajakverhuurders (big business), konden we hen mooi tegen elkaar uitspelen; weer wat geld bespaard. Tijdens de zes uur durende tocht hebben we twee stranden gezien, een rots beklommen, met krabben geworsteld en gesnorkeld. Vooral het snorkelen was geweldig: schollen van duizenden vissen zwommen in een grote cirkel om ons heen, wat waarschijnlijk te maken had met de afgrijselijke geur van ons lichaam. Ook hebben we vandaag twee dingen geleerd, namelijk het praktisch nut van een mes en van waterbestendige zonnebrandcrème. Heel leuk, bruin brood en jam, maar zonder mes kwamen we niet ver. Het pootje van een zonnebril bleek een goede vervanging. Daarnaast hielp normale zonnebrand blijkbaar niet zo goed meer, nadat we in het water waren geweest. De komende dagen gaan we dan ook als tomaten door het leven.

Bij terugkomst zagen we uit het niets onze Canadese vrienden (van Koh Phangan) op het strand zitten. We zouden hen in Krabi weer meeten, maar blijkbaar waren hun reisplannen iets veranderd. De besparingen van vanochtend geven ons de ruimte om nu lekker een pizza te gaan nuttigen, iets waar we al sinds het begin van de reis naar uitzien. Vanavond alweer onze laatste nacht op dit eiland: daar moeten we dan maar een bucket op drinken.

17. feb, 2012

Jimmy Daredevil – dag 10

Jimmy Daredevil – dag 10

Na een rustig dagje op het strand dachten we met de Noren en Canadezen naar de half moon party te gaan. Om 12 uur stapten we echter in de taxi richting de jungle met twee Noren, twee Canadezen, twee Zweden en vier Duitsers. De locatie was erg vet, maar het feest zelf kon niet voldoen aan onze hoge verwachtingen.

De volgende dag moesten we voor 11 uur onze bungalows verlaten. Dat zijn toch geen tijden? Ondanks de korte nacht (en wellicht nog een andere reden, iets met drank), heb ik het uiteindelijk met veel moeite bijna gehaald. Na afscheid te hebben genomen van iedereen die al wakker was (één Canadees), zijn we per boot naar Koh Samui vertrokken. Al snel kwamen we aan op een rustig bungalowpark op het strand; een behoorlijke overgang ten opzichte van het hektische leven op Koh Pangang. Het beeld van de eigenaar van het park was snel geschetst, toen hij ons, bij de eerste ontmoeting, marihuana aanbood. In de bungalows om ons heen slapen hier voornamelijk, om het netjes te zeggen, vrij bijzondere lui.

Toen we even later in de stad liepen, op zoek naar een goedkoop restaurant, werden we op een bekende, maar verrassende manier begroet: “goedendag”. Een Nederlandse man bleek hier samen met zijn Thaise vrouw een restaurant te runnen en via hem hebben we veel informatie over het eiland verkregen. Na een goede maaltijd, wat vuurwerk op het strand en een langdradig gesprek met een Duitse droogkloot was het tijd om slaap in te halen.

Donderdagochtend, rond half 10, zou het echt gaan gebeuren: we wilden een poging wagen om onze kleren, helemaal zelfstandig, te wassen. De Thaise vrouw bij de receptie gooide echter roet in het eten door te zeggen dat we de kleren de volgende dag weer konden ophalen. Gezien ons drukke leven hebben we hier maar mee ingestemd.

Op de terugweg naar onze bungalow zagen we de eerste (en waarschijnlijk enige) normale gast (Jimmy) zitten en samen met hem zijn we op scooters het eiland gaan verkennen. Na enkele gesprekken was een bijnaam voor Jimmy geboren: Daredevil. Zijn nek is op twee plekken gebroken geweest en daarnaast is hij vier keer een tand verloren. Blijkbaar heeft hij er niet bepaald van geleerd, want salto’s doen bij de eerste de beste waterval vanaf een twee meter hoge rots in ondiep water leek ons toch niet bepaald verstandig. Echter bedenkt Jimmy dit zich altijd pas nadat hij iets heeft gedaan, zo vertelde hij. Na het zien van de Namuang Waterfall 1 zijn we verder gereden naar Namuang Waterfall 2. Deze waterval bleek zowaar nog mooier te zijn dan zijn kleine broertje. Na een klim van een aantal uur kwamen we aan op een indrukwekkende plek, waar we flink wat foto’s hebben genomen. Daarna hebben we samen met Jimmy wat gegeten en daarmee eindigde de tweede dag op Koh Samui.

Vandaag is alweer de laatste dag op dit eiland en staan we voor een lastige keuze: in de hangmat liggen of toch op het strand chillen?