Archief van auteur
30. jul, 2012

Vissen en ramadan – dag 174

Vissen en ramadan – dag 174

Nadat de zon zich dinsdag weer van zijn warme kant had laten zien, kreeg ook hij zijn verdiende rust en was het voor ons tijd om te eten. En wat eet je in Indonesië? Inderdaad, pizza van een echte Italiaanse chef. Luigi had alleen geen mozzarella meer en aangezien er precies nul pizza’s op de kaart stonden zonder mozzarella, betekende dat: wachten. Wachten op de mozzarellaboot, die onderweg was vanaf Lombok. Weer een typisch voorbeeldje van: only in Asia. Gelukkig vaarde de boot en reden de paarden op schema, waardoor we anderhalf uur later onze pizza’s konden aansnijden. De beste restaurantpizza van de afgelopen maanden!

Niet geheel verassend hebben we de woensdag voornamelijk doorgebracht op onze strandhanddoek, gepositioneerd op het witte oosterstrand van Gili Trawangan. Toen ik rond een uur of 4 besloot om me heen te kijken, zag ik onze Franse matties, met wie wij de Whitsundays zijn over gecruised, pal naast ons liggen. Zij gingen het woeste uitgaansleven van dit eiland verkennen, wij besloten deel te nemen aan de Italian Night. Onbeperkt soep, stokbrood, salade, watermeloen en, om het toch een Italiaans tintje te geven, een pizza of wat pasta voor €2,50! Volgebunkerd en wel schoven we twee tentjes op, om onder het genot van een Bintang te luisteren naar een bandje en de enige snelle wifi op het eiland te gebruiken. Morgen snorkelen: poepoe.

Zoals elke ochtend, liepen we donderdag naar het restaurant aan de overkant, voor een gratis ontbijtje. “Two onion-garlic omelettes, a coffee and a cappucino please”. Ben, een chille Balinees en tevens restaurantbaas, had het eerste gedeelte blijkbaar niet helemaal goed doorgegeven, want vijf minuutjes later werden er twee sandwiches voor onze neuzen gezet. Heel vervelend, maar niet onze fout. Toen Ben het slechte nieuws richting de keuken schreeuwde, kwam de inmiddels niet meer zo goed gehumeurde keukenprins naar onze tafel toe stampen: “if you don’t want this, no breakfast for you!”. Gelukkig wist Ben de receptuur van de omelet ook en kregen we alsnog wat we besteld hadden. Een tumultueus begin van de dag!

Om even bij te komen van alle ochtendtaferelen, besloten we ‘s ochtends van de zon te genieten en het snorkelen tot na de lunch uit te stellen. Helaas werd de planning verstoord door twee Nederlandse meisjes, met wie het oppervlakkige praatje opeens anderhalf uur duurde. Ach, snorkelen kan morgen ook nog wel. Op de terugweg van het strand kwamen we de Franse gasten weer tegen. Zij vertelden ons over de ‘leukste’ tent van dit eiland: een ‘silent Irish Pub’. Dit is een Ierse pub, waar de muziek niet over de boxen wordt gedraait, maar iedereen bij binnenkomst een headset met verschillende muziekkanalen krijgt. Met iedereen ging het om de eerste twintig gasten, want toen waren de headsets op. De Fransen hadden dan ook van 11 tot 4, zonder muziek, met mensen zitten praten; je moet er maar net zin in hebben.

Dinsdag gezeur met het avondeten, donderdag problemen met het ontbijt; het was wachten op het gezeik met de lunch. En ja hoor, vrijdag was het zover. Ik was zo brutaal om te vragen of het eventueel mogelijk was wat meer patat te krijgen en wat dit zou kosten. “Yes, cheap cheap, do you understand?”. Blijkbaar had de ober alles behalve een vertwijfelende “no?” verwacht, want na dit antwoord liep meneer boos weg. “If you don’t like it here, please go somewhere else!”. Aangezien de bar dichterbij was dan een ander restaurant, besloten we daarheen te lopen en de bestelling alsnog te doen. Net zoals de rest van de week een burger met patat; fijn om zo cultureel bezig te zijn.

“Ohjaa, we moeten eigenlijk nog even snorkelen hè?”. Met lichte tegenzin liepen we naar de snorkelverhuurkraam en even later hadden we een topdeal gescoord: twee gloednieuwe snorkels, waar het zoute water wel vanaf droop, voor nog geen 5 euro. Het werd een half uurtje zeebodem koekeloeren, want het aantal aan het koraal knauwende vissen was op één hand te tellen. “Yeah, the fish also have ramadan”, was de logische verklaring van de verhuurder. Dom dat we daar niet aan gedacht hadden!

Een paar goede dagen zonnen, Belgen belachelijk maken en een avondje niet geheel nuchter zijn, brengen ons bij de dag van vandaag. Over een paar uurtjes maar eens een taxi pakken richting het vliegveld. Zoals de Aziaten zouden zeggen: “yes, finieeeshh”. Bij dezen willen we onze hondstrouwe volgers dan ook bedanken voor het bestuderen van onze blogberichten; bedankt, thank you, khawp khun khrap, terima kasih!

17. jul, 2012

Forever young – dag 161

Forever young – dag 161

Ondanks dat tempels ongeveer de meest oninteressante gebouwen op aarde zijn, stapten we zaterdag het hostel uit om een bezoekje te brengen aan dé apentempel van Bali. Zeventien riskante inhaalmanouvres van Balinese snorretjes op scooters, duizend onnodige claxoneergeluiden en nog geen twee minuten later reden we op de highway. “Where are you from”, hoorde ik opeens naast me. Eén van de vele Balinese scooterbestuurders was naast me komen rijden en na mijn eerlijke antwoord bleek Engels spreken overbodig. De wereld bleek weer klein te zijn, want de beste man heeft een broer in Barneveld wonen. Een uur later kwamen we met onze gemotoriseerde tweewielers aan bij de apen en daar hadden we enorm geluk: het begon te regenen en dat voor het eerst in vier maanden. Dat wij dat nou mogen meemaken; boffen zeg. Tijdens het schuilen kregen we gezelschap van een aap, die onze schouders afwisselde als chillspot. Na wat beestachtige foto’s was het tijd om een willekeurig restaurantje op te zoeken voor wat avondvoer. De ‘spicy chicken’ leek mij wel een geschikte keuze en even later viel de naam van dit gerecht volledig op zijn plaats: de kip was, laten we zeggen, kruidig van smaak. Lekker zweten, mag ook wel een keer!

In Azië maak je elke dag wel wat raars mee. Zo ook zondag: de drukke straat, waaraan ons hostel gevestigd is, was opeens afgesloten en omgetoverd tot markt. Midden op de markt lag een slang van minstens vijf meter een beetje het reptiel uit te hangen. Spannend genoeg, maar voor ons geen reden om nóg langer te blijven. Ubud, the centre of art, was de bestemming. Als echte tempelknuffelaars hadden we weer een mooie tempel op de route uitgezocht, namelijk de Goa Gajah. Volgens 3 op reis een must see, dus dan zal het wel goed zijn, was de gedachte. Bij aankomst werden we door een mannetje naar een bak met vissen en een drietal fonteinen gewezen, waar we onze kop konden wassen; blijf je jong van. Ongelooflijk dat zoiets kan! Vervolgens liep hetzelfde mannetje ongevraagd met ons mee door de gehele tempel en vertelde wat slaapverwekkende verhalen in gebrekkig Engels. Bij afloop van zijn, naar eigen zeggen, ‘tour’, wilden we weglopen, maar dat was schijnbaar niet de bedoeling: “Normally tourists give me something after I’ve done this tour”. Het ‘flikker-maar-mooi-op-gevoel’ overheerste, maar om niet geheel asociaal over te komen, hebben we hem 2 euro in de hand gedrukt: kan hij weer een mooie vis van kopen.

Het laatste wat we nog even moesten doen, was een slaapplek vinden in Ubud. Na wat rondgevraagd te hebben, kwamen we bij een jongen aan, die al voor vijftien jaar een homestay runde. Het ondernemerschap zat er bij hem blijkbaar al vroeg in, want vaders vertelde even later dat zijn zoon nu 24 is. Al met al kregen we voor 5 euro een privé-kamer met gratis wifi, gratis ontbijt en een extra bed; mag ook wel voor dat geld.

Toen we de volgende ochtend ons vers fruitontbijtje weg zaten te knagen, stond een chauffeur alweer te wachten om ons naar de top van de Ayung River te brengen voor wat activiteit: raften! Samen met één Ier stapten we een uurtje later de auto uit. Een wandeling van twintig minuten over een modderig pad met aan weerszeiden rijstvelden en hier en daar een koe bracht ons bij ‘the company’, gevestigd in een blokhut. Nadat we hadden gewacht op de andere elf rafters, waarvan er precies nul kwamen opdagen, stapten we met twee instructeurs de boot in. Alhoewel, instructeurs kun je hen ook weer niet noemen. Het was voor mij tenminste de eerste keer dat we langer vast hebben gezeten dan geraft. Ook moesten we meer dan eens de boot induiken om een overhangende rots te ontwijken, die de instructeurs even over het hoofd hadden gezien. Wat ze wel erg leuk deden, was ‘krokooodieeeeel’ roepen bij elke hagedis die ze zagen. Niet echt waar we voor kwamen, maar toch.

Dankzij de Ier uit onze boot kunnen we nu wel twee sappige feitjes over Japanse vrouwtjes met jullie delen. Er komen behoorlijk wat gewillige Japannertjes naar Kuta, om daar te betalen voor dé daad. Het is voor deze vrouwtjes te hopen dat zij niet zwanger worden van een Ierse gigolo, want dat wordt lastig met bevallen. Ieren schijnen namelijk de grootste hoofden ter wereld te hebben en Japanse vrouwtjes de kleinste, nou ja, jullie snappen me wel. Het komt er in ieder geval op neer dat een dergelijke geboorte zelden op natuurlijke wijze mogelijk is.

Vandaag zijn we, wederom per scooter, doorgereisd naar Achmed, uhh Amed. Dit is een mooi snorkelplaatsje aan de oostkust. Rob heeft hier fraai gesnorkeld en ik ben vooral bezig geweest met mezelf openhalen aan rotsen en koraal. Levensgevaarlijk dat snorkelen. Het avondeten bestond uit gefrituurde kip met patat en groenten. Lekker Hollands, behalve dat de frituur hier blijkbaar door een ezel en een molen moet worden aangeslingerd. Het was voor ons in ieder geval de eerste keer dat we drie kwartier moesten wachten op gefrituurd voedsel.

Morgen op naar Lovina Beach voor hopelijk wat dolfijnen!

09. jul, 2012

Krokobil – dag 153

Krokobil – dag 153

De veelal oppervlakkige gesprekken die wij hier voeren, blijken zo nu en dan hun druiven af te werpen: twee Deense meisjes vonden ons aardig genoeg voor een box zoetwitte goon. Een flinke stimulans om de laatste avond in Cairns alcohol attend af te sluiten met Ring of Fire! Opvallend stille Michelle en hallicunerende Rozanne bleven maar antwoorden op de vragen van Rob en werden daarmee de grote verliezers. Vier uur thuis, wekkertje op half 9, zodat de beste man van de airportshuttle niet op ons hoeft te wachten.

“What’s the time?” “Ten past nine bud!” Een goed antwoord om met je brakke kop direct naast je bed te staan. Rob had eveneens wat van het antwoord opgevangen en ook hij wist wat dat betekende: gas op de zuugers! De ervaring met het inpakken van onze backpacks en onze tandenpoets multitask talenten kwamen goed van pas: slechts twee minuten te laat stonden wij paraat bij de receptie. Een beetje jammer dat het airportshuttlebedrijf het wat minder belangrijk vindt dat klanten hun vliegtuig halen, want behalve de twee kapotte bussen van het hostel was er geen bus te bekennen. Pff, waren we alsnog te vroeg; genoeg tijd voor een één-gang ontbijt, bestaande uit een broodje sausage, gebakken in appel-olijfolie, overgoten met pittige barbecuesaus. Ongeveer anderhalf uur voor vertrek kwamen we dan eindelijk aan bij de domestic terminal van Cairns Airport. Normaliter is dit dé terminal voor binnenlandse vluchten, maar aangezien deze ochtend toch al niet volgens planning liep, had de manager incheckbalies besloten dat het handiger was om deze vlucht naar de international terminal te verplaatsen. Met de haastmodus ingeschakeld snelden we naar de juiste terminal en even later landden we netjes op tijd in Darwin.

Ondanks dat de zon in Darwin (het heeft hier al een maand niet geregend) volop zijn best deed om ons te verleiden tot niets doen, moesten we toch eerst een slaapplaats voor de komende nacht zoeken. Geen probleem, dachten we, ware het niet dat het hier volop hoogseizoen is. De Gecko Lodge, die in eerste instantie werd benoemd tot ‘verpauperd ding met kutzwembad’, werd onze laatste hoop. De Chinees, of tenminste Aziaat, achter de receptie was niet bepaald origineel met zijn antwoord: “sorry, we are fully booked”. Na wat geouwehoer kwam Chow met een uitkomst: “you guys can sleep on the floor in front of the reception, but only for one night”. Een prima oplossing en bij dezen is het bewijs geleverd dat niet elke Chinees asociaal is, alhoewel een bordje bami er nog steeds niet vanaf kon.

Donderdag stond in het teken van regelen. We wilden namelijk de volgende dag een roadtrip doen door Litchfield en Kakadu National Parks. Aan het eind van de middag was het dan zover: een travelbuddy en de campervan was gefixt. Na een praatje met mijn nicht, die ook in Darwin is en haar middag erg nuttig invulde met het zitten aan een picknicktafel, was het tijd voor een goede nacht slaap. Dit keer niet op de grond, maar in een bed: wooow!

Drie dagen verblijven in een National Park betekent onder watervallen door zwemmen, in meters diepe pools springen vanaf rotsen, wombats uit de lucht tuffen, wilde zwijnen knuffelen, krokodillen happen, lachen om vogelspotters die een strakke plasser krijgen van een klein groen paupervogeltje, rondscheuren over four-wheel drive tracks, parkrangers ontwijken voor gratis accomodatie, urenlang koken voordat het eten klaar is en muggen kapot maken voor een beetje nachtrust. Toch was drie dagen wat tekort, mede doordat we er niet echt rekening mee hadden gehouden dat alleen Kakadu National Park al drie keer zo groot is als Engeland.

Toen we zondag aan het eind van de middag weer terug waren in Darwin, kwam Rob tot een schrikbarende conclusie: “dit is de laatste avondmaaltijd, maar we hebben nog geen kangaroe en krokodil gegeten”. Een kort overleg leidde tot de keuze voor kangaroe; bij het zien van al die kangaroes en joey’s (baby kangaroes), raak je toch benieuwd hoe die hoppende dingen smaken. In eerste instantie wilde het jagen niet echt vlotten, maar gelukkig was het derde schot van Rob recht in de roos. Na wat plukwerk kon het vlees de pan in en nog geen half uurtje later zaten we te knagen. Lekker hoor!

Vandaag zijn de eerste voorbereidingen voor Bali getroffen en na een paar uurtjes zonnen, zitten we nu op het vliegveld in Darwin. Bij afwezigheid van de McDonalds zijn onze laatste Australische Dollars besteed aan een pizzarol. Vanaf vanavond zijn wij voor drie weken multi-miljonairs!

PS. Een dagje te laat, entschuldigung. De foto’s van het blogbericht Whitsunday Islands staan nu ook online!

27. jun, 2012

Whitsunday Islands – dag 141

Whitsunday Islands – dag 141

Als enige van de bus stapten Rob en ik uit in Bundaberg voor een bezoek aan André en Sonja, die wij via de cliënt van mijn moeder hebben leren kennen. Een keertje niet zelf koken, want na een korte tour door Bundaberg stond een fraaie Hollandse maaltijd op ons te wachten. De volgende dag begon met een autoritje langs alle mooie plekken in de omgeving van Bundaberg. Nadat we het hoogste punt van dit vlakke stadje waren gepasseerd, reden we richting het strand. Aangezien het voor de locals gewoon winter is, zal je niet zo snel een Australiër in het water zien. Men kijkt dan ook raar op wanneer twee blije Nederlandse toeristen, die 20 graden meer dan zat vinden, een bommetje wagen. Overigens is Bundaberg qua klimaat de nummer vijf op de wereldranglijst: de gemiddelde temperatuur in de zomer verschilt slechts tien graden met de winter; emigreren dus, als je van zonnen houdt! Eten van fish and chips konden we ook afstrepen, toen André ons naar de beste snackbar van Bundaberg reed. De dag werd afgesloten met een Italiaanse ovenschotel, wederom perfect bereid door Sonja. Een fotootje bracht ons bezoek ten einde: bedankt voor de gastvrijheid!

Een korte busrit bracht ons in Town of 1770, waar Jasper en Stephanie al twee bedden voor ons hadden gereserveerd. Grappen maken over andere mensen bleek in dit hostel niet zo verstandig, want het aantal Nederlandse backpackers lag hoger dan het aantal dagen dat Rob niet had gedoucht. Naast de menselijke bezoekers werd dit hostel ook bewoond door een kakkerlak, die het een goed idee vond om in mijn nek te springen. Ach, kan dat beest ‘knuffelen met een beer’ ook weer van zijn bucketlist afhalen. De rat, die af en toe door de keuken heen huppelde, bevestigde ons vermoeden dat Beachside Backpackers qua hygiëne geen hoge ogen gooit. Een hostel aan het strand in combinatie met veel zon deed ons besluiten om ons van woensdag tot en met vrijdag niet bepaald nuttig te maken; we kunnen ook niet elke dag vlammen.

De nachtbus zette ons zaterdagochtend om 5 uur af in Mackay, waar we samen met Jasper en Stephanie een autootje wilden huren om de Finch Hotton Gorge te checken. Echter konden we de auto pas om 10 uur ophalen, dus besloten we vijf uur te overbruggen in een tankstation. Je zou verwachten dat er op zaterdagochtend weinig te lachen valt bij de pomp; fout gedacht. Na de evil laugh van één of andere aborigonal kwam John even binnenzetten. Blijkbaar is incontinente John een bekende van de pomp, want bij binnenkomst rende één van de medewerkers naar de koelkast om een frambozenyogi te pakken. Niet veel later rende dezelfde medewerker met een geurspray door de pomp, aangezien John, laten we het netjes zeggen, niet zo lekker rook. Eenmaal in bezit van een huurauto, kwamen we een uur later aan bij de Finch Hotton Gorge. De temperatuur stimuleerde het zwemmen in de waterval met natuurlijke glijbanen echter niet echt. Op de terugweg leek het Stephanie een goed idee om wat sinaasappels te plukken van één van de vele bomen langs de weg. Helaas had ze de boer, die tien meter rechts van de boom stond, even gemist. De sinaasappel plukpoging werd omgetoverd tot een bagage verplaatspoging. Niet helemaal feiloos, want de boer had allang door wat het oorspronkelijke doel was. In plaats van een boze blik, werden we geroepen en na een gezellig praatje liep Rob met een dikke tas sinaasappels terug naar de auto. Zo blijkt maar weer: eerlijkheid duurt het langst.

Zondag was het dan zover: het begin van de Whitsundays cruise! Het was nog even spannend of we het zouden halen, want de daadwerkelijke vertrektijd kwam niet helemaal overeen met de tijd op ons ticket, maar bij aankomst in de haven lag de Samurai nog lekker langs de kade te chillen. De trip begon met serieus gezeil: windkrachtje orkaan en temperatuurtje Alaska. Nee, dat was niet alles, maar gelukkig zouden er veel hoogtepunten volgen. Elke dag snorkelen in helder water met een geweldig uitzicht op het koraal en de kleurrijke vissen, rond wandelen op de mooie Whitsunday Islands, drankspelletjes met onze cruisematties en, niet te vergeten, het duiken was onvergetelijk. Halverwege de tweede dag werden we door co-captain Matt op een vlindereiland gedropt. Duizenden vlinders dwarrelden om ons heen, waarvan enkelen uit de lucht gegrepen werden door Lokhorst & Van den Top Ongediertebestrijding B.V.; tot grote ontsteltenis van GroenLinks stemmer Stephanie. De enige Australiër op de boot, Tom (TomTom), navigeerde ons de laatste dag vanaf één van de stranden naar een schildpad. Even later snorkelden we met vijf man rondom Tinus Turtle. Persoonlijke hoogtepuntjes van Rob waren toch wel de lunches en de eerste nacht, waarin hij gezellig tussen Jasper en mij in één bed mocht pitten.

Zojuist hebben we ons laatste avondmaal met Jasper en Stephanie opgepeuzeld. Morgen reizen Rob en ik door naar Townsville, om vanuit daar een bezoekje te brengen aan Magnetic ‘Koala’ Island.

P.S. De foto’s zijn onderweg!

10. jun, 2012

A beer would be great – dag 124

A beer would be great – dag 124

In tegenstelling tot Melbourne en Sydney, wilden we de op twee na grootste stad van Australië, Brisbane, in één dagje rondspitten. Uiteraard hadden we zelf geen idee wat de hoogtepunten van deze stad zijn, maar Mac, niet te verwarren met het gelijknamige favoriete restaurant van onze gemiddelde bloglezer, wilde ons wel even rondleiden. Een paar bruggen, een markt en een botanische tuin later, stonden we op de rooftop van ons oranje hostel wat foto’s van de skyline te nemen. Tijdens de wandeling had een Duitse hostelgenoot al laten doorschemeren dat hij een koksopleiding heeft gedaan en op dat moment komt de gouwe ouwe Argelès openingszin weer goed van pas: “would you like to cook for us?”. Fijn, het diner ook weer geregeld.

Vlak voor de chili con carne à la gezette Duitse keukenprins, gingen we nog even langs één van de vele reisbureaus om de prijzen van de trips wat beter te vergelijken. Aangezien de deal deze keer wel erg goed was, besloten we de onderhandelingen in te zetten. De reisbureaudames zaten inmiddels al aan de wijn en na wat geouwehoer vroeg één van hen of een wijntje ons misschien over de streep zou trekken. “A beer would be great”, leek mij wel een gepast antwoord en even later hebben we de goede deal onder het genot van een biertje gesloten. Twee rakkers verder bedachten we ons opeens dat onze bruine bonenbakker het eten vast al lang op tafel had staan, dus besloten we op te staan. “Take a few beers for your way back or take the whole fridge if you want”, werd ons achteraan geroepen. Dat tweede gedeelte was vast een grapje, maar soms moet je grapjes niet willen begrijpen; met een daypack vol bier liepen we het reisbureau uit. De bruine bonen waren even later ook nog warm, dus de dag kon niet meer stuk.

Een ferme sprint redde ons maandagochtend van het missen van de vroege bus richting Noosa. Een actief begin van de werkweek. Vier uur later kwamen we aan bij ons nieuwe roze hostel, liggend aan Sunshine Beach. Na een paar uurtjes strand, waarin we Mac de helft van de tijd kwijt waren, was het tijd voor een gezamenlijke prestatie in de keuken. Na het eten was Mac wederom even zoek; tien minuutjes later kwam hij weer aanzetten en wel mét een chocolade-aardbeientaart in zijn hand. Gewoon, omdat het kan.

De volgende ochtend hebben we tijdelijk afscheid genomen van Mac en Courtney, die hun Fraser Island trip niet meer konden verplaatsen en om die reden Noosa moesten verlaten. Het weer was geweldig, de windrichting goed: surftijd! Het grote voordeel van dit hostel is dat er kosteloos surfboards geleend kunnen worden; voor ons een goede kans om onszelf te ontplooien tot surfdudes. De meeste beginners hebben een lang softboard, maar het hostel heeft deze helaas niet in het assortiment. Ach, dan maar een beetje stuntelen en zout happen, terwijl je probeert op een kleiner hardboard te staan. Ondanks het mindere weer, werd ook de woensdag besteed aan surfen. Qua skills konden we ons nog geen surfdudes noemen, maar de nieuwe wetsuits deden vermoeden dat wij de gemiddelde tsunamigolf zonder problemen zouden pakken.

Helaas eindigde de surfpret op donderdag, als gevolg van de veranderde windrichting en de hoosbuien. Ook vrijdag en gisteren waren slechte dagen, die voornamelijk werden opgevuld met poker, wiskunde, koken, ouwehoeren én het EK! Na het zien van de openingsceremonie en de eerste helft van Polen – Griekenland via Facetime, hebben we afgelopen nacht zowel Nederland (2:00) als Duitsland (4:45) volledig gezien. Niet dat we daar heel vrolijk van werden, maar toch!

Nog twee dagen Noosa en dan is het woensdag zover: op naar Rainbow Beach voor de Fraser Island Tour!

27. mei, 2012

Drankje erbij? – dag 110

Drankje erbij? – dag 110

De zoete geur van een flinke toeter, die om 9 uur in de ochtend door één van onze hostelgenootjes tot as werd verbrand, leidde de maandag in. Hoog tijd om de pannenkoekenverslaving, die wij na ons vertrek uit Coffee Palace hebben moeten opgeven, weer op te bouwen. Dit keer alleen geen grote, dunne deeglappen; deze pannenkoekjes doen een beetje denken aan de propper van het hostel uit Port Macquarie: klein, dik en lelijk, maar een prima innerlijk. Eenmaal verzadigd, besloten we, samen met onze nieuwe Engelse, Franse en Duitse matties, de bekende wandeling naar het Cape Byron Lighthouse te maken. Na het doen van vrolijke, verwaande, lieflachende, vreemde en stoerkijkende poses voor alle foto’s, gemaakt met zes verschillende camera’s, was het alweer voedertijd. Rob en ik werden benoemd tot grote kookbazen en de keuze voor het gerecht lag dan ook in onze handen. Aangezien de andere eters ook wel van ‘spicy’ hielden, besloten we voor een fijne Thaise curry te gaan. De gezichten na de eerste hap konden niet verploemen dat het gerecht toch wat pittiger was dan dat de meesten hadden verwacht. Eén voordeel: de goon, die bij het gerecht geserveerd werd, viel zowaar in de smaak. Drankspelletjes vulden de avond, die werd afgesloten in de Cheeky Monkey’s, de backpackerskroeg van Byron.

Dinsdag, de gehele dag zon, boven de 20 graden en geen verplichtingen; naar het strand met onze kadavers dus! Dankzij de bandjesuitdelers op het strand namen wij kennis van de Five Dollar ‘all you can eat’ Pizzanight. Om zeven uur zaten wij dan ook helemaal klaar en niet veel later werden de eerste volle pizzadozen onze kant op geschoven. Of we er wat drinken bij willen? Neeeuu, niet nodig. Of we nog een pizza willen? Heeeuul best. Het concept, waarbij je de pizza’s goedkoop aanbiedt, om vervolgens winst te maken op de drankjes, zal in de meeste plaatsen goed werken. De eigenaar van deze tent had er alleen niet over nagedacht dat Byron Bay voor 90% vol zit met backpackers, die niet zoveel geld te besteden hebben. Een slechte avond voor hem, een propvolle buik voor ons.

Om de stranddag wat actiever in te vullen, hebben we woensdag, samen met de andere gasten, een bal gekocht. Lekker een middagje voetballen op het strand leek zo mooi, maar de beachball was blijkbaar niet bestemd voor gebruik; na nog geen uurtje hooghouden was de binnenbal de buitenbal geworden. Waarschijnlijk waren we niet de eerste die met een kapotte bal terug naar de shop gingen, want de eigenaar wilde maar al te graag een nieuwe bal meegeven. Na twee dagen slecht weer was het zaterdag tijd om bal numero twee uit te gaan testen. Dit keer geen hooghouden met onze hostelvrienden, maar lummelen met een nog niet zo gehoorzame jonge hond. Een waardeloze bal in combinatie met hondentanden: het kon ook niet goed gaan. Gelukkig stond de eigenaar erop geld te geven, zodat we een nieuwe bal konden kopen. Een bal numero drie zou er echter nooit komen; weer wat geld verdiend! Wij blijken overigens niet de enige backpackers te zijn, die op de gekste manier geld proberen te besparen. Zo hebben twee meisjes het monopoly kaartspel nagemaakt met goonboxen. Kost wat energie, maar dan heb je ook wat!

Naast al het gechill zijn we sindskort ook bezig met wat serieuze materie: wiskunde! Om enigszins kans tot slagen te hebben op de universiteit, wordt een bepaald wiskundeniveau verwacht. Rob heeft toch zeker de wiskundeskills van een Havo 3 leerling en ik kom niet veel verder dan de tafel van zeven, die zo nu en dan nog getraind wordt tijdens het kingsen. Aan de algebra, machtsfuncties en logaritmen dus! Deze tijdsinvulling is onze hostelgenoten ook niet onopgemerkt gebleven, want pas werden we uitgemaakt voor ‘mathemathics geeks’. Het moet niet gekker worden.

Vandaag is ons laatste dagje in het hostel. Morgen stappen we om twee uur de bus in voor een anderhalf uur durende rit richting Surfers Paradise!

PS. Eén dagje te laat, want Rob lag na een drukke dag poolen en films kijken al om twaalf uur te tukken.

16. mei, 2012

Geschoren schapen – dag 99

Geschoren schapen – dag 99

Het goede voornemen om mensen met de Chinese nationaliteit niet meer zoveel belachelijk te maken, moet ik bij dezen overboord gooien. Toen wij vrijdag de trap richting het dal van de Blue Mountains afliepen, werden we voorbij gestormd door een drietal turbo-Chinezen; on their way to the Scenic Railway. Dit is een oude spoorweg, die veel gebruikt werd door mijnwerkers, ergens in de 19e eeuw. Nee, inderdaad niet boeiend, maar blijkbaar staat deze hotspot wel in de Chinese ‘Australia in one week’ reisplanning. We hoorden dat Chinese werklui niet meer dan een weekje vakantie konden krijgen, maar ondanks dat, toch naar Australië gaan. Vervolgens willen ze ook nog eens alle hotspots in het land bezoeken, dus vliegen ze dagelijks het halve land door, om alles te kunnen zien. Nou ja, daadwerkelijk zien ze de plekken thuis pas, wanneer de fotocompilatie van de mooiste 2.500 foto’s wordt afgespeeld.

Onze hotspot van de dag was het Ruined Castle, een groep grote stenen, midden in de Blue Mountains. Vanaf hier hadden we een 360 graden view over de gehele vallei; behoorlijk gaaf. Op de terugweg namen we kennis van de laatste Australische trend op het gebied van hardloopschoenen; één of andere Aussie liep op rubberen sloffen met voor elke teen een apart gat. Ik hoop voor hardlopend Nederland dat deze trend tussen de kangaroes blijft hangen, want modieus kunnen we deze teenlappen in ieder geval niet noemen.

Zaterdagochtend was het tijd om onze lichamen, per trein, terug naar Sydney te laten vervoeren. Bij het betreden van de trein, zagen we helaas geen vrije vierpersoons plekken, maar gelukkig hebben ze daar een sicke trick voor: de hightech treinbanken zijn hier namelijk om te draaien! Nee, dat kan niet in het blauwe monster op de valleilijn! Een paar uur later kwamen we aan bij ons hostel in Kings Cross, het peperdure uitgaansgebied van Sydney. Het hostel beloofde gratis entree en drankjes op de website, maar blijkbaar geldt dit niet op zaterdag, dus hebben we de avond gevuld met drankspelletjes en een bezoek aan de McDonald’s.

Zondag werd benoemd tot uitbrakdag, want de goon had zijn werk weer geweldig gedaan. Wat een katers brengt dat spul met zich mee; heeeul niet best. Bondi Beach, het strand van Sydney, leek ons wel een goede plek om bij te komen. Helaas bleek 20 graden en windkracht 6 niet echt een goede combinatie voor een middagje strand, maar op karakter zijn we blijven liggen. Onderkoeld maar voldaan stonden we even later de aardappels en een schnitzel te bakken. De sla met honing-mosterdsaus maakte het ‘feels like home’ gerecht compleet.

Aangezien Rob inmiddels ook alweer wat haar op zijn voorhoofd voelde kriebelen en mijn haar al weken lang half voor mijn ogen hing, was een bezoekje aan de kapper misschien niet zo’n gek idee. De zoektocht naar een goedkope kapper bleek gemakkelijker dan gedacht. Via de receptie van het hostel kwamen we erachter dat twee blokken verderop een ’12 dollar’ kapper zit. Rob en ik kregen verschillende kappers toegewezen, maar op vier punten zaten de knipheren op één lijn: erg snel met het haargereedschap, “not too short” niet begrijpen, bijna met pensioen en een bredere buik dan de kappersstoel. Toen meneer in plaats van de schaar de tondeuse tevoorschijn toverde, was het laatste beetje vertrouwen in een goede afloop verdwenen. Als twee geschoren schapen liepen we de kapperszaak uit; scheelt weer wat werk ‘s ochtends!

In de middag heeft Rob een poging gewaagd om een goede vervanger te vinden voor zijn, inmiddels niet meer zo grappige, Tweety handdoek. Geen succes. Mijn doel was om vervanging te zoeken voor alles wat kwijt is geraakt de afgelopen maanden, waaronder een vest. Helaas hangen zelfs de S’jes hier op je bovenbenen; ook geen succes. Toch best apart om niet te slagen in een winkelcentrum, waar we een keer of veertien verdwaald zijn geweest. Nadat we gisteren een nieuwe, niet succesvolle winkelpoging hebben gedaan, is het vandaag tijd voor onze doorreis naar Port Macquarie. East Coast, here we come!

04. mei, 2012

Kangaroe – dag 87

Kangaroe – dag 87

In Coffee Palace, het hostel waar we de afgelopen anderhalve week hebben doorgebracht, werd maandagavond een pokernight gehouden. Voor ons een goede reden om een hoodie, een zonnebril, oordopjes en een serieus pokergezicht tevoorschijn te toveren. Nadat ik, natuurlijk door een bad beat, de vierde plaats had ingenomen, was het Rob die er met de tweede prijs vandoor ging: drie ijskoude bieries! Een goede afsluiting.

De volgende ochtend hebben we met pijn in het hart afscheid genomen van de gratis pannenkoeken en onze hostelmatties. Drie kwartier later waren we de tijdelijke doch trotse bezitter van een blauwe Nissan Micra met nog geen viefduuzend op de teller. Als een zonnetje gleden we over het asfalt van de Great Ocean Road, op zoek naar borden met namen van hotspots, die ik de avond van tevoren nog even snel had opgezocht. In de middag was het tijd voor de eerste hotspot die niet op het lijstje stond: “wajoo, een kangaroe!”. Als twee blije kinderen renden we de auto uit om Skippy van dichtbij te bewonderen. Toen we op een gegeven moment op één meter afstand stonden, vond onze vriendelijke vriend het leuk geweest; al hoppend zocht hij een nieuwe plek om gras te knagen. Aangezien zijn nieuwe graasplaats ons ook wel aanstond, liepen we achter hem aan. Hetzelfde tafereel voldeed zich nog een paar keer, totdat de kangaroe zich wat beter verstopte. Na een korte zoektocht naar onze vriend, een blik vanaf het uitkijkpunt van Teddy (één van de hotspots) en wat foto’s van een geweldige lucht bij zonsondergang, was het tijd om een hostel op te zoeken.

Bij het zien van een hostel met een gemiddelde beoordeling van een 8,8 voor slechts 22 dollar per nacht, was de keuze snel gemaakt. Bij aankomst bleek direct waar het hoge cijfer op gebaseerd is: wat een net hostel. Schone bedden, een opgeruimde keuken met voldoende benodigdheden en nette badkamers, maar wat is het saai. Op één of andere manier zijn nette hostels nooit gezellig en gezellige hostels nooit netjes; beetje jammer. Een rustig nachtje dus, of, toch niet? We hadden de pasta nog maar net achter de kiezen of onze dorm, die we tot voor kort deelden met drie Duitsers, was veranderd in een Japanse schreeuwkeuken. Niet één, maar vier sushibakkers, waren bij ons op de kamer gegooit. Een kort nachtje zou volgen.

Geen broodje jam, maar een gebakken eitje en een broodje kip-pesto stonden woensdagochtend op het menu. Een goed begin van een dag, die wat anders eindigde dan vooraf verwacht. Het plan was om naar Adelaide te rijden en dit was volgens het reisbureau goed mogelijk. Echter ging 500 kilometer rijden ons wat te ver. Het hoogtepunt van de dag werd dit keer een nog mooiere zonsondergang. Een Chinees, die op wonderbaarlijke wijze een fototoestel in zijn hand had, wilde ons wel even met de gave lucht op de foto zetten. De verwachtingen waren, gezien zijn nationaliteit, hoog gespannen. Na tien seconden mikken en zoomen durfde hij het knopje in te drukken en de camera even later vol zelfvertrouwen terug te geven. Laten we het zo zeggen: een extra cursus had geen kwaad gekund. Weet u zeker dat u deze foto wilt verwijderen? Jazeker!

De laatste dag Great Ocean Road viel letterlijk en figuurlijk in het water. De dichte lucht, waar de regen met emmers tegelijk uit kwam zetten, had niet echt een positieve invloed op ons humeur en het uitzicht. Na het zien van de wereldberoemde ’12 apostels’, zes rotsen, hebben we de auto terug naar Melbourne gereden. Een nacht in hetzelfde hostel, als waar we de eerste nacht hebben geslapen, bracht ons bij de dag van vandaag. Een vrij saaie busrit, alhoewel Chinese fotomeneer naast me daar totaal anders over denkt. Over een paar uurtjes zijn we in Canberra, de hoofdstad!

PS. Twee dagen te laat; kleinigheidje houd je toch!

27. apr, 2012

Roze handboeien – dag 80

Roze handboeien – dag 80

Na een, wat betreft het uitdelen van CV’s, succesvolle vrijdag, was het tijd voor ons wekelijkse broodje worst met ui en curry, die het hostel weggeeft. In tegenstelling tot de meesten in het hostel, vonden wij een paar stukjes ui als groente onvoldoende. Een bord sla met komkommer, tomaat en de inmiddels bekende honing-mosterdsaus bleek een goede aanvulling. De avond werd gevuld met een paar drankspelletjes met goon, onder het motto: vieze drank kun je maar beter snel drinken, dan merk je er minder van. Vervolgens hebben wij onze lichamen naar dé uitgaansplek van de vrijdag verplaatst, maar alle zieke dancemoves kwamen op de vloerbedekking niet echt tot zijn recht.

Het weekend is altijd een goed moment om tot rust te komen. Zo ook voor ons, dus op zaterdag hebben wij voornamelijk geëpibreerd. Het weekend kwam zondag helaas vervroegd ten einde, want onze sollicitatie als Movie/TV Extra stond op het programma. Tussen de 20 en 30 dollar per uur verdienen met op de achtergrond op een terrasje zitten, terwijl op de voorgrond acteurs hun best doen om een goede scène neer te zetten; ik zeg: best man! Helaas leek het allemaal weer wat mooier dan verwacht en verlieten wij als twee werklozen het pand. De goede moed was inmiddels behoorlijk in de schoenen gezakt, dus vonden wij het tijd voor wat ontspanning. Wat begon als een potje voetbal met twee Duitsers uit hetzelfde hostel, eindigde als een voetbalmatch met minstens 25 backpackers uit verschillende hostels in Melbourne. De 90 minuten werden niet volgemaakt, want de wedstrijd werd noodgedwongen gestaakt als gevolg van een wolkbreuk. Drijfnat stapten we met onze kleren onder de douche; ideaal, douchen en kleren wassen in één klap.

Melbourne is een mooie stad, maar alles wat we meemaken in het hostel is minstens zo mooi. Zo stinkt het hele hostel in de weekenden naar wiet en omdat drank in het hostel verboden is, zit iedereen in verschillende dorms drankspelletjes te doen. Verschillende gasten werken voor gratis accomodatie, waaronder een onderdanig en hardwerkend Chinees mannetje, die de rol als ‘slaaf van de baas’ goed invult. Dezelfde Chinees wordt elke nacht wakker gehouden door zijn onderbuurman, die weinig waarde hecht aan privacy tijdens zijn nachtelijke activiteiten. Dan hebben we nog Lucas, een Engelse gast, die zich de volgende ochtend nooit meer iets van de nacht kan herinneren. Zo werd hij pas in zijn eigen bed naakt wakker, met roze handboeien om. Gelukkig kunnen zijn dormgenoten de nacht wél herinneren en praten hem hierover graag even bij. Qua faciliteiten is het hostel overigens ronduit ruk: koude douches, smerige toiletten, pannen zonder stelen en bedden met bedbugs behoren tot de normaalste zaak van de wereld.

Maandagochtend was het zover: het eerste individuele interview. Rob mocht op gesprek komen bij een callcenter en ik bij een marketingbureau. Sollicitaties blijken hier wat korter te duren, want we stonden allebei, ondanks ons goede gedrag, binnen tien minuten weer buiten. “We will call you this week!”; dat moet ik nog zien. Aangezien speltip 9 (Spreid je kansen) absoluut van toepassing is als werkzoekende backpacker in Australië, zijn we ‘s middags de stad ingedoken om nog maar eens wat CV’s uit te delen. Helaas werkt “No sorry, we are full” niet echt motiverend en na tien keer dit antwoord te hebben gehoord, hebben we de hoop opgegeven. Gelukkig maakten de gezelligheid in het hostel en de stapavond een hoop goed.

Aangezien we niet in Australië zijn om werk te zoeken, hebben we dinsdag een belangrijk besluit genomen: wanneer we voor het weekend geen uitzicht hebben op een vette job, starten we met onze rondreis. Na de Australische versie van de dodenherdenkingsdag, dachten we gisteren de bevrijding te vieren. Helaas vieren ze hier geen ’5 mei’, dus hebben we de dag besteed aan het plannen van de reis. Nu is het vrijdagochtend en inmiddels hebben we alle hoop op een droombaan opgegeven. Vanmiddag gaan we een huurauto boeken, waarmee we de Great Ocean Road afgaan. Vervolgens zetten we onze reis, per Greyhoundbus, voort via Canberra, de hoofdstad, richting Sydney.

15. apr, 2012

Goon – dag 68

Goon – dag 68

Om 11 uur was het pijnlijke moment aangebroken: we moesten afscheid nemen van onze rijdende opslagplaats. Met de backpack op de rug, de daypack op de buik, een tas in iedere hand en een welgemeende traan op beide wangen, kwamen we aan bij het vliegveld. Om half 5 zou het vliegtuig gaan, dacht ik, maar lezen is nog steeds niet mijn ding. Op het ticket, dat we anderhalve maand geleden hadden geboekt, stond toch echt 9 uur. Beetje jammer weer, maar na een lange dag wachten en vier uur vliegen, zetten we dan toch voet aan land in Australië: het startschot voor een nieuw avontuur!

Donderdagmorgen, 8 uur, niets gepland en weinig benul van hoe alles er in Australië aan toe gaat. Wat zijn hier de prijzen voor accomodatie en levensonderhoud? Hoe kunnen we hierop besparen? Hoe vinden we werk en waar moeten we op letten? Pinnen of betalen met creditcard? Waar hebben we toegang tot internet? Een kleine greep uit de ‘ik-begrijp-er-niets-van’ lijst. Dat vraagt om een regeldag! Het leuke van zo’n dag is dat we in korte tijd enorm veel antwoorden krijgen. Het vervelende is dat elk antwoord minstens drie nieuwe vragen oplevert. Soms komen antwoorden ook uit een nogal onverwachte hoek. Zo bleek de in Kroatië geboren Zwitserse bankmedewerkster, die nu naar Australië is geëmigreerd, ook wel geïnteresseerd in uitgaan. Tussen de bankzaken door, vertelde ze van alles over de barstreets, waar we ‘supermodels’ konden vinden en daarnaast nam ze de websites van de beste clubs en pubs even met ons door. “Chapel Street is very nice, you guys should really go to Club Revolver, but Rob, could you please enter your pincode for your new bankaccount?”. Echt professioneel kunnen we het niet noemen, maar een goed verhaal had ze.

Een lange nacht slapen was het streven, maar daar dachten één van onze dormmatties en de hosteleigenaar anders over. Rond 3 uur kwam de hosteleigenaar de dorm binnenstormen, om vervolgens het licht aan te knallen en een gozer niet bepaald vriendelijk te verzoeken zijn koffers te pakken. De daaropvolgende vijf minuten lagen we vanuit onze skybox naar een goede pot bekvechten te kijken. Niet iets wat veel mensen in hun rijtje ‘daar mag je mij voor wakker maken’ hebben staan, maar voor ons was er geen ontkomen aan. Nadat de tassen van onze Engelse maat hardhandig de dorm waten uit gedonderd, konden we weer verder gaan met de activiteit, waar we eigenlijk voor waren gaan liggen. De aanleiding van het voorval is tot op heden onbekend.

De vrijdag werd in de vroege ochtend, rond een uur of 9, gedegradeerd tot regeldag nummero twee. Aangezien het hostel voor de komende nachten was volgeboekt, waren we genoodzaakt een andere rustplaats te zoeken. De keuze viel op een hostel in de aan het strand gelegen wijk St Kilda. Gemakkelijk te bereiken met de tram, maar ja, hoe zorgen we ervoor dat we legaal in de tram mogen zitten? Na vijf keer navraag te hebben gedaan (nee, dit keer niet overdreven), waren we de trotse bezitters van een tweetal tramkaartjes. De avond hebben we, samen met twee andere Nederlanders, op het strand doorgebracht. Hier hebben we kennis gemaakt met ‘goon’, een behoorlijk zoete witte wijn, die alle backpackers met liters tegelijk achterover slaan. Niet lekker, wel goedkoop, dus ook wij moeten hieraan geloven.

Regeldag drie, ook wel zaterdag, begonnen we met gratis pannenkoeken en eindigden we met een drankspel in het park. In het hostel was het namelijk verboden om eigen alcohol te nuttigen. Volgens hen was dat niet nodig, want er was een goedkope bar in het hostel aanwezig. Een biertje kostte maar vier dollar; je snapt niet dat ze het ervoor kunnen doen. Na een kort nachtje en een blik op de strak blauwe lucht, hebben we vandaag de hele dag in de zon gelegen. Wat nou herfst. Morgen ons eerste internationale sollicitatiegesprek: we’re curious!